Bij deze reportage
Uit de shop
De op één na rijkste regio van Europa is tegelijk een van de armste. Maar de ware Brusselaars – afkomstig uit alle windstreken – zijn veerkrachtig en vindingrijk en scheppen een stad met een eigen karakter, kleurrijk en grenzeloos.
Het is niet makkelijk om België te zijn. Maar de hoofdstad van België, nee, daaraan begin je beter al helemaal niet. Hoewel Brussel driewerf hoofdstad is – van Europa, van België én van deelstaat Vlaanderen –, hoewel de stad internationaal bekender is dan het land zelf, en hoewel ze dagelijks 350.000 pendelaars aantrekt en de twee provincies die aan haar grenzen tot de rijkste van heel het land maakt, is het een stad die weinig Belgen goed kennen. Van haar houden doen ze nog minder: ze is te groot, te druk, te arm, te allochtoon, te kosmopolitisch. Vlamingen komen er niet graag omdat het een Franstalige stad is, Walen komen er niet graag omdat Brusselaars op een andere maniér Franstalig zijn. En de Brusselaars zelf? Die voelen zich almaar meer in de steek gelaten. De opeenvolgende staatshervormingen, die Vlaanderen en Wallonië sinds 1970 steeds zelfstandiger hebben gemaakt, zijn immers ten koste gegaan van de stad, die van niemand meer echt de hoofdstad is. Brussel is de plaats waar alle losse eindjes en onontwarbare knopen van het haakwerk dat België is, zijn samengeveegd. Het maakt de stad tot zo’n institutionele kluwen, dat het besturen ervan haast onmogelijk lijkt. Wilt u reageren op dit artikel? Gebruik dan het onderstaande formulier.





