Bij deze reportage
Uit de shop
Ze verbouwen geen groenten, houden geen vee en kennen geen kalender of wetboek. Hun leven als jager-verzamelaar is in tienduizend jaar tijd nauwelijks veranderd. Wat kunnen wij van hen leren?
'Ik heb honger', zegt Onwas. Hij zit op zijn hurken bij het vuur en tuurt tevreden naar de rook, de mannen naast hem mompelen instemmend. Het is al laat. Vanuit het vrouwendeel van het kamp midden in de Oost-Afrikaanse bush klinkt gezang, ritmisch maar monotoon. Onwas vertelt over een boom die hij overdag heeft gezien toen hij door de omgeving zwierf. De mannen rond het vuur komen dichterbij zitten. De boom staat op een plek die lastig te bereiken is: boven op een steile heuvel in het vlakke grasland. Toch, zegt Onwas die zijn armen spreidt om de takken na te bootsen, zit de boom vol met bavianen. Weer klinkt er instemmend gemompel. Uit het vuur schieten vonken omhoog naar de fonkelende sterrenhemel. Men is het snel eens. Iedereen staat op en pakt zijn jachtboog. Onwas is in de 60, al rekent hij zelf niet in jaren, maar zoals vrijwel alle Hadza is hij slank en fit. Hij meet ongeveer 1,50 meter, zijn armen en borst dragen de sporen van een leven in de bush: littekens van de jacht, van slangenbeten, van pijlen en messen, van schorpioenen en doornen. Littekens van een valpartij uit een apenbroodboom, van de aanval van een luipaard. Hij heeft nog maar de helft van zijn gebit. Hij loopt op autobandenslippers en draagt een versleten bruine korte broek, met een jachtmes aan een gordel om zijn heup, in een koker van dikdikleder. Zijn hemd heeft hij uitgetrokken, zoals de meeste mannen: dan vallen ze minder op in het donker. Onwas kijkt me aan en zegt iets tegen mij in zijn eigen taal, het Hadzane. Het klinkt eerst zacht en lijzig, dan ineens staccato, met ritmisch tonggeklak en keelklanken. Het Hadzane geldt voor taalkundigen als een isolaat: een taal die aan geen enkele andere nog levende taal verwant is. Ik heb een tolk meegenomen naar het Hadza-gebied in het noorden van Tanzania: Mariamu, ook een Hadza en een nicht van Onwas. Ze heeft elf jaar op school gezeten, en is een van de weinigen die Engels én Hadzane spreken. Zij vertaalt wat Onwas zegt: hij vraagt of ik mee wil.
Michael Finkel, Martin Schoeller, jager-verzamelaar, Hadza, Tanzania
Michael Finkel, Martin Schoeller, jager-verzamelaar, Hadza, Tanzania
Lees het volledige artikel
National Geographic magazine Editie December 2009
€ 4,50 Bestel in webshop ›




