Op 22 september 2011, tijdens hun tocht huiswaarts van Honolulu naar Wladiwostok, deed de bemanning van een Russisch zeilschip een vreemde ontdekking.
Midden in de Grote Oceaan troffen ze een onbemande kleine vissersboot, een koelkast, een televisie en andere huishoudelijke apparatuur aan. Uit nadere inspectie bleken de spullen afkomstig uit het Japanse gebied dat in maart vorig jaar werd getroffen door een tsunami.
De spullen zijn nog maar een fractie van de enorme hoeveelheid puin die door de tsunami in zee is terechtgekomen. Door de geringe dichtheid en verspreiding is het onzichtbaar op satellietbeelden, maar wetenschappers zijn het er over eens dat het om enorme hoeveelheden gaat. Zo schatte natuurkundige Michio Kaku in een interview met CNN dat de oppervlakte van het puin vergelijkbaar is met dat van de gehele staat Californië.
Juist Californië krijgt te maken met dit ongewenste gevolg van de tsunami. Verwacht wordt dat de komende drie jaar tsunami-afval op grote delen van de Amerikaanse westkust zal aanspoelen. Hawaï is als eerste aan de beurt, later dit jaar. Uiteindelijk zal het puin via de zeestromen terechtkomen in de Great Pacific Garbage Patch: het beruchte drijvende afvaleiland in de Grote Oceaan. Aangezien veel afval dat van de Garbage Patch afdrijft uiteindelijk op de stranden en riffen van Hawaï terechtkomt, kan deze eilandengroep over vijf jaar waarschijnlijk een tweede, nog heviger golf van tsunami-afval verwachten. De verwachte verplaatsing van het puin is hier te zien in een computersimulatie van het International Pacific Research Center.
Volgens het Amerikaanse onderzoeksinstituut NOAA is het onwaarschijnlijk dat het Japanse puin sporen van radioactiviteit bevat. Het grootste deel van het afval is afkomstig van gebieden ver van de getroffen kerncentrale van Fukushima vandaan. Het puin is bovendien in de oceaan terechtgekomen voordat de centrale begon te lekken. De Russen die onder andere de vissersboot aantroffen, konden opgelucht ademhalen toen bleek dat het afval waarop zij waren gestuit geen verhoogd stralingsniveau had.
De problemen worden er hiermee echter niet kleiner op. Metingen uit 2008 toonden aan dat er in bepaalde delen van de oceaan voor elke kilo plankton maar liefst 45 kilo plastic ronddrijft. In de maag van vissen en zeevogels wordt dan ook regelmatig plastic aangetroffen. Bij onderzoek van vogels in de Noordzee bleek dit zelfs bij bijna alle vogels het geval te zijn. Concrete plannen om iets tegen het tsunami-afval en de Garbage Patch in het algemeen te doen zijn er vooralsnog niet. Aangezien het om internationale wateren gaat, voelt geen enkel land zich direct verantwoordelijk.








