Een lichtbundel prikkelt doelbewust natriumatomen op negentig kilometer hoogte, waarna die atomen oplichten als vormen ze samen een grote, heldere ster. De nepster is een hulpmiddel om verafgelegen sterrenstelsels te kunnen bestuderen.
Een lichtbundel prikkelt doelbewust natriumatomen op negentig kilometer hoogte, waarna die atomen oplichten als vormen ze samen een grote, heldere ster. De nepster is een hulpmiddel om verafgelegen sterrenstelsels te kunnen bestuderen. Het licht van deze objecten reist miljarden jaren door het lege heelal, maar raakt in de allerlaatste fractie van die reis vervormd door de turbulente lucht in onze dampkring.
Wanneer een telescoop zijn spiegels richt op een verafgelegen sterrenstelsel vergroot hij behalve dat object ook de vervorming ervan door de dampkring. Met als gevolg onscherpe waarnemingen. Het is dus zaak de telescoop te ‘corrigeren’. “Eerst kijkt de telescoop met speciale sensoren naar de nepster,” zegt ingenieur Ben Braam van het onderzoeksinstituut TNO. “Omdat we heel precies weten hoe die ster eruit moet zien, weten we ook in hoeverre hij vervormd raakt door de dampkring. Die informatie wordt doorgegeven aan tientallen kleine drukpunten achter een van de telescoopspiegels. Ze krimpen in of zetten uit onder invloed van elektrische spanning.” Zo vervormt de telescoopspiegel precies omgekeerd aan de turbulentie in de dampkring en zien astronomen zelfs de zwakste objecten in het heelal loepzuiver.








