lezen Nieuws

De Krim: speelbal van Russische en Oekraïense sentimenten

Bekijk Sluit

lezen Nieuws

De situatie op de Krim is gespannen. Ook al is er internationaal topoverleg over de Oekraïne, Rusland heeft zijn zinnen gezet op het schiereiland. Waarom is de Krim zo belangrijk voor Rusland?

Datum
Auteur
Cathy Newman
Fotograaf
Gerd Ludwig

Met de officiële bezetting door Rusland van de Krim staat het Oekraïense schiereiland plotseling volop in de belangstelling. In een reportage die wij in april 2011 in het Magazine publiceerden, schetsen auteur Cathy Newman en fotograaf Gerd Ludwig een indringend, kleurrijk beeld van de Krim en zijn bewoners: Russen, Oekraïners en een grote groep islamitische Tataren, onder Stalin verdreven maar na de val van de Sovjet-Unie grotendeels teruggekeerd.

De "diamant in de Zwarte Zee" is al honderden jaren speelbal van buitenlandse mogendheden. Heden en verleden lopen er dwars door elkaar heen, en de diverse bevolkingsgroepen – vaak van nostalgie vervuld – koesteren onderling soms een groot wantrouwen. Hoe divers ook, de Krim heeft een onmiskenbaar Russisch karakter, aldus Newman. De reportage laat zien hoe fragiel het sociale en politieke evenwicht anno 2011 is, en werpt een schaduw vooruit naar de huidige crisis. Gevraagd naar de toekomst van de Krim, verwijst de Oekraïense oud-president Leonid Kravtsjoek naar de Russische bezetting van delen van Georgië in 2008. "Zoiets kan wéér gebeuren", zei hij. Hij heeft gelijk gekregen.

Krim: parel aan twee kronen
In Sebastopol leeft het verleden Het wappert aan vlaggenmasten en het klinkt op patriottische feestdagen uit de kelen van de bezoekers van de parade. Het wordt belichaamd door oorlogsmonumenten en het prijkt op de straatnaamborden: het Leninplein, de Helden van Stalingradstraat, Cinema Moskou. Het borrelt zelfs mee in een pan borsjtsj.

Galina Onistsjenko heeft haar vaste recept voor de Oost-Europese maaltijdsoep. “Dit is Russische borsjtsj,” zegt ze als ze een porseleinen soepterrine op tafel zet met ‘groene’ of zomerborsjtsj, een mozaïek van bieten, wortel, aardappel en dille. “Niet van die Oekraïense smurrie met reuzel en knoflook.” Galina, een 70-jarige grootmoeder, heeft met een vlag van de Sovjetmarine in haar hand meegelopen met de parade voor de Zwarte Zeevloot en is net weer thuis in haar flatje op de vijfde verdieping van een woonkazerne. “Sebastopol is een Russische stad, en we zullen ons er nooit bij neerleggen dat de Oekraïners hier nu de baas spelen.”

Galina zal het er niet mee eens zijn, maar volgens de Russische voedselhistoricus V.V. Pochlebkin is borsjtsj toch echt Oekraïens. En, al is Galina het daar evenmin mee eens, datzelfde geldt voor de Krimstad Sebastopol. De Krim bungelt als een diamant in de Zwarte Zee, op dezelfde breedtegraad als Zuid-Frankrijk, en zit met de Landengte van Perekop aan de rest van Oekraïne vast. Ooit was het lieflijk groene schiereiland met zijn zachte klimaat, kustlijn en rotsen de parel aan de kroon van het Keizerrijk Rusland en de favoriete vakantiebestemming van de Romanovs en later van de partijbonzen van het politbureau. De Autonome Republiek van de Krim, zoals het gebied officieel heet, heeft een eigen parlement en hoofdstad, Simferopol, maar de regering in Kiev heeft het laatste woord.
Toch, al is de Krim geografisch en politiek gezien Oekraïens, gevoelsmatig is het gebied Russisch en biedt het de Oekraïners, zoals een journalist ooit schreef, ‘een unieke kans om zich vreemdeling te voelen in eigen land’. De Krim is het levende bewijs van de kracht van de herinnering, die het heden misvormt en ontwricht.

Jalta, de Krim

Chroesjtsjovs cadeau
In 1954 deed Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov de Krim cadeau aan Oekraïne, als gebaar van goede wil. Galina was toen 14. “Dat was onrechtmatig,” zegt ze over de overdracht. “Er is nooit een referendum geweest. Niet eens een aankondiging.” Wat was eigenlijk Chroesjtsjovs motief? “Geen idee,” zegt Galina bits. “Chroesjtsjov had zaagsel in z’n kop.” De Krim mocht dan een schitterend geschenk zijn, in de praktijk veranderde er niets – Oekraïne was immers een deelrepubliek van de Sovjet-Unie. “Er werd bij ons thuis wel over de overdracht gesproken, maar mijn ouders maakten zich geen zorgen,” zegt Galina. Moskou bleef gewoon de baas. Niemand kon toen nog voorzien dat de Sovjet-Unie in 1991 uiteen zou vallen en dat de Krim in de boedelscheiding met Oekraïne zou meegaan en onafhankelijk zou worden van Moskou. Ik vraag Galina of ze heimwee heeft naar de Sovjet-Unie. “Een kilo suiker kostte maar 78 kopeken,” zegt ze. “En boter maar zestig! Nu koop ik niet eens meer boter.” Onderwijs en gezondheidszorg waren gratis, en ook de ontspanning was goed geregeld. “In de vakantie kon ik naar een staatshotel.” Die luxe zit er niet meer in met haar pensioentje van amper honderd euro.

“Natuurlijk verlangen we terug naar de Sovjet-Unie. Maar die tijd komt nooit terug, hoe graag we ook zouden willen. We kunnen alleen nog maar toskavat.” Toskavat betekent verlangen, een mate van hunkeren sterker dan weemoed, grenzend aan depressie. De Russische cultuur is doordrenkt van dit sentiment, toska. Als Irina in Drie zusters van Anton Tsjechov (die een datsja bezat op de Krim) smachtend uitroept hoezeer ze naar Moskou verlangt (“Naar Moskou! Naar Moskou!”), dan is dat puur toska. Datzelfde verlangen naar Moskou leeft in het huidige Sebastopol, waar 70 procent van de bevolking uit Russen bestaat. In 2009 verklaarde bijna een derde van de bewoners in een peiling dat ze het liefst zouden zien dat de Krim zich bij Rusland zou aansluiten.

Kaart Krim Oekraïne

De oude Sovjet-Unie
In sommige opzichten is de Krim ook nog Russisch. Preciezer gezegd: je waant je er in de oude Sovjet-Unie. De sobere bunkerbouw, de roestende Russische oorlogsbodems in de haven, de hamer-en-sikkelborden aan de hekken van het Primorskipark. Maar ook de manier van doen: bars en onbuigzaam, alsof iedereen met een kater rondloopt. Je kunt de Krim wel uit de Sovjet-Unie halen, omgekeerd is het lastiger. Als ik Jelena Nikolajevna Bazjenova, een touroperator uit Sebastopol, vraag waarom er niet meer toeristen naar de fantastische stranden van de Krim komen, is ze even stil. Dan zegt ze: “Wij zijn hier niet gewend om mensen te ontvangen met een glimlach.”

De Krim klinkt ook Russisch. De officiële taal is Oekraïens, maar overal wordt Russisch gesproken, tot in het stadhuis toe. Van de zestig middelbare scholen in Sebastopol is er maar één waar in het Oekraïens les wordt gegeven. Ook Rusland heeft trouwens last van toska, sinds het land de Krim door een gril van de geschiedenis is kwijtgeraakt. Het is dan ook nogal wat, wat de Russen op de Krim moeten missen. De wijngaarden van Massandra en Inkerman. De robijnrode champagne. De zilte kuuroorden van Jevpatorija en Feodosija aan de west- en oostkust. De zonovergoten badplaatsen Jalta en Foros aan de zuidkust. Boomgaarden vol perziken, kersen en abrikozen. Velden die goud kleuren van het graan. En ten slotte, havens die nooit dichtvriezen. In tegenstelling tot Rusland heeft de Krim een mild klimaat. De Russische bodem bestaat voor 65 procent uit permafrost, en een vijfde van het land ligt ten noorden van de poolcirkel.

Catharina’s trofee
In Moskou vriest het in februari een graad of tien, terwijl het in Jalta dan zes graden boven nul is. “Rusland heeft een paradijs nodig,” schreef vorst Grigroij Potemkin, de generaal annex geliefde van Catharina de Grote, die de Krim inlijfde. Bijna alle Europese grootmachten hadden zichzelf delen van Azië, Afrika en Noord- en Zuid-Amerika toegeëigend, en ook Rusland wilde uitbreiden. In 1783 besloot Catharina dat de Krim vanaf dat moment Russisch was. Met één pennenstreek voegde ze 46.000 vierkante kilometer – een gebied groter dan Nederland – toe aan haar imperium, verlegde ze de zuidgrens naar de Zwarte Zee en zorgde ze dat het Russische keizerrijk kon uitgroeien tot een machtige zeevarende natie. Rusland had zijn paradijs. Dat duurde welgeteld 208 jaar, tot de val van de Sovjet-Unie. Door de verzelfstandiging van de deelrepublieken kwamen voormalige Sovjetbezittingen – waaronder militaire bases – in handen van die nieuwe staten. Maar de overdracht van Catharina’s trofee ging niet zonder slag of stoot. En Rusland bezat een ijzersterke troef.

“We waren sterk afhankelijk van olie en gas uit Rusland,” vertelt een Oekraïense functionaris. “We stonden voor een kleine miljard euro bij de Russen in het krijt. De druk was enorm.” In 1997 werd een overeenkomst gesloten: de Russische vloot mocht tot 2017 blijven, in ruil voor kwijtschelding van tientallen miljoenen euro’s die Oekraïne Moskou schuldig was. Vorig jaar werd het contract door de pro-Russische regering van de nieuwe president, Viktor Janoekovitsj, met 25 jaar verlengd. Ook nu waren olie en gas de smeermiddelen: Oekraïne, dat nog altijd diep in de rode cijfers zit, kreeg 30 procent korting op Russisch aardgas. Zoals gewoonlijk waren de reacties verdeeld: er was enthousiasme in het Russischsprekende oosten en zuiden van Oekraïne, ontevredenheid in het nationalistische westen. Galina is blij met de deal, verbonden als ze is met de Russische marine. “Mijn kleinzoon zit in Sint-Petersburg op de militaire academie. Mijn man was marineofficier. Mijn oma naaide marine-uniformen. Ik ben opgegroeid in een huis vol helden in een stad vol helden.”

Eén groot oorlogsmonument
Sebastopol telt liefst 2300 gedenktekens en is bovendien zélf gedecoreerd: in 1945 kreeg het de Leninorde en de status van Heldenstad vanwege de 247 dagen durende Duitse belegering in de Tweede Wereldoorlog. In de Krimoorlog, bijna honderd jaar eerder, was de stad zelfs 349 dagen belegerd geweest, toen door Franse, Britse en Turkse troepen. De geschiedenis van de Krim vormt een wijze les voor wie denkt dat het bezit van een gebied, en zeker een paradijselijk oord, voor eeuwig is. De Krim is vele malen in andere handen overgegaan: na de Scythen kwamen de Grieken, Romeinen, Goten, Hunnen, Mongolen en Tataren. Die laatsten, afstammelingen van Turkse moslims die in de dertiende eeuw van de Euraziatische steppen naar de Krim waren gekomen, werden onder Josif Stalin massaal gedeporteerd. In mei 1944 bonkten Sovjetsoldaten bij duizenden Tataarse huizen op de deur. Hele gezinnen werden opgepakt en gedwongen naar Centraal-Azië te verhuizen. Van de tweehonderdduizend mensen die werden weggehaald, bezweek bijna de helft aan honger en ziekte. “Ik was nog een kind toen ze ons ’s nachts kwamen halen,” vertelt Ajdin Sjemizade (76), een gepensioneerde hoogleraar uit Moskou, met krakende stem. “Ik weet nog dat ik mijn boekentas van de muur wilde pakken. Een soldaat trok hem zo uit mijn handen.” Het zou twintig jaar duren voor hij zijn geboortegrond terug zou zien.

In 1989 mochten de Tataren van Michail Gorbatsjov huiswaarts keren. Zo’n 260.000 mensen deden dat; zij vormen nu 13 procent van de Krimbevolking. Velen wonen in illegaal gebouwde hutjes aan de rand van Simferopol en Bachtsjysaraj, in de hoop dat ze de grond en de huizen van hun voorouders ooit terugkrijgen. Desondanks zijn de meeste Tataren pro-Oekraiens. Ze zijn bang voor Rusland, de nationalistische erfopvolger van de Sovjet-Unie. Oekraïne heeft wat dat betreft een schone lei. “Bij ons thuis werd heel vaak over de Krim gesproken,” zegt de Tataarse kunstenaar Roestem Skibin (33). We zitten in het atelier achter zijn huis in het dorp Akropolis, ten noordoosten van Simferopol. “Maar ik had toen geen gevoel bij die verhalen.” De familie was naar Oezbekistan gedeporteerd. “In 1991 zijn we teruggekomen. We hóórden gewoon hier op de Krim. Ik ben in Aloesjta naar de smalle straatjes met Tataarse huisjes gaan kijken, en ik voelde me meteen thuis.” Voor Galina Onisjenko is het vaderland Rusland. Voor Roestem Skibin is het Tataarse vaderland al zeven eeuwen lang de Krim. Voor Sergej Koelik (54), ooit officier op een Russische onderzeeboot en nu directeur van de denktank Nomos in Sebastopol, is het vaderland Oekraïne.

Oorlogsmonument Oekraïne

Het Oekraïner-zijn
“De ondergang van de Sovjet-Unie is me erg aan het hart gegaan,” zegt Koelik. “Ik voelde me ontheemd. Ik heb echt moeten omschakelen.” Toen Oekraïne onafhankelijk werd en Sebastopol – voordien een gesloten stad, waar men alleen met een vergunning mocht komen – onder het gezag van Kiev kwam te vallen, moest de Zwarte Zeevloot worden opgedeeld. Koelik en zijn collega’s, zo’n honderdduizend man, kregen een jaar de tijd om te kiezen tussen de Russische en de Oekraïense marine. “Ik hoefde niet lang na te denken,” zegt Koelik. “Ik ben een Oekraïner. Mijn ouders wonen hier. Ik spreek Oekraïens.” Maar wat betekent het precies om een Oekraïner te zijn? vraag ik. Koelik denkt even na. “Oekraïner zijn is net zo vanzelfsprekend als ademhalen.” Daar wil ik meer van weten.

“In de 21ste eeuw draait alles om politieke grenzen. Je bent een Oekraïner als je je een Oekraïner voelt,” zegt hoogleraar politicologie Oleksi Haran. “Voor mij heeft het Oekraïner-zijn te maken met kersenbloesem en rijpend graan, met koppige mensen die keihard werken, en met de taal waar ik van houd,” zegt Anatoli Zjernovoj, advocaat en lid van de Oekraïense Kozakkenbeweging. De Oekraïense Kozakken, nazaten van de stoere ruiters die van dertiende tot de achttiende eeuw heer en meester waren over de steppen, vormen een gespierde exponent van het opnieuw opkomende nationalisme. Sergej Joertsjenko van de Vereniging van Krim-Kozakken ziet het weer anders. De zevenduizend leden van zijn paramilitaire organisatie beschouwen zich als verdedigers van de Russisch-nationalistische ideologie.

Vechtsport en schietles voor tieners
Ik spreek Joertsjenko in zijn kazerne buiten Sebastopol, waar hij een maand later zo’n tweehonderd jongens van 12 tot 15 jaar een stevige militaire dril zal geven. Joertsjenko – baret, camouflagepak en de kop van een oude bokser – troont me mee naar het veld waar de jongens op het zomerkamp in tenten zullen slapen. “Wij maken patriotten van ze,” zegt hij. Het programma omvat onder meer vechtsport en schietles. Het kamp ligt in de schaduw van een vijf meter hoog houten kruis, dat de Kozakken helemaal naar de top van de Aj-Petri hebben gesleept, een berg van ruim 1200 meter hoogte. Het kruis is de Tataren in de omgeving een doorn in het oog, maar de Kozakken hebben geen gehoor gegeven aan een verzoek van de plaatselijke overheid om het om die reden weg te halen. “U heeft vast al die Tatarenhutten hier in de buurt wel gezien,” zegt Joertsjenko. “De Oekraïense overheid treedt daar niet tegen op. Wij houden die lui tenminste in het gareel.” Hij doelt onder meer op de knokpartijen tussen Kozakken en Tataren in 2006 op de markt van Bachtsjysaraj, waarbij tientallen mensen in het ziekenhuis belandden.

“Die man is een provocateur,” zegt Refat Tsjoebarov, lid van de Mejlis, het Tataarse parlement, als ik de naam Joertsjenko laat vallen. “Wij zijn niet gelukkig met dat soort paramilitaire organisaties, maar dat ze de jeugd met geweren leren spelen is nog altijd minder gevaarlijk dan de ideeën die ze die jongens bijbrengen.” Op een van die zwoele zomerdagen zit ik in een restaurant in Balaklava met Konstantin Zatoelin, lid van de Russische Doema. Zatoelin, onder president Viktor Joesjtsjenko persona non grata in Oekraïne, is sinds het aantreden van de nieuwe, pro-Russische president tot zijn vreugde weer welkom. We zitten aan een tafeltje met uitzicht op de haven waar ooit de Russische onderzeeboten binnenvoeren. Aan de overkant van de baai, waar poenige witte jachten liggen aangemeerd, gaapt de donkere muil van een groot onderzeebootcomplex dat in een berg is uitgegraven. Dit overblijfsel uit de Koude Oorlog was ooit militair topgeheim, maar herbergt nu een museum. Toeristen slenteren er langs de 150 ton zware atoomvrije titaniumdeuren, door lange tunnels en langs magazijnen waar vroeger kernkoppen waren opgeslagen. De ijzige wapenwedloop van de twee supermachten lijkt ver verwijderd van de Krimchampagne die de ober ons inschenkt.

Schietles tieners

Wordt de Krim het volgende slagveld?
“Afgevaardigde Zatoelin,” vraag ik, “weet u wat Catharina de Grote aan Potemkin schreef na de annexatie van de Krim? ‘We vinden het geen enkel probleem onszelf iets toe te eigenen, we houden er alleen niet van om het weer kwijt te raken.’” “Catharina schreef ook nog iets anders,” antwoordt Zatoelin. “Potemkin wilde zich na diverse nederlagen terugtrekken, maar daar wilde Catharina niet van horen. ‘De Krim bezitten en weer opgeven, dat is als op een paard rijden, afstijgen en achter de staart aanlopen.’ En nu hebben we de Krim dus weggeven.” Hij trekt een norse kop. “De vraag is: hoe nu verder?” Met diezelfde vraag worstelt ook de oppositie in Kiev. “Rusland heeft helemaal geen vloot in Sebastopol nodig,” sprak een Oekraïense minister van Defensie ooit met nauwverholen woede. “Die vloot ligt daar alleen maar om onze stabiliteit te ondermijnen.”

Zatoelins mondhoeken zakken omlaag als ik hem met die uitspraak confronteer. “De regering die dat contract opzegt, zal ergens anders aan goedkoop gas moeten zien te komen.” Gaat de Russische vloot hier ooit weg? ga ik door. En zo ja, wanneer dan? Zatoelin pakt een rode mul van een schaal gegrilde vis en scheidt de kop van de romp. “Mijn persoonlijke mening? Nooit.” De dromen van de Oekraïners, Russen en Tataren lijken onverenigbaar. De meeste mensen denken niet dat de Krim aanleiding zal zijn tot een gewapend conflict tussen Rusland en Oekraïne, vanwege de nauwe culturele en historische banden – en zeker niet nu Rusland en Oekraïne onder Janoekovitsj weer de beste vrienden zijn. De veronderstelling dat Jakoenovitsj een marionet is van Vladimir Poetin, is verleidelijk maar al te simplistisch. Janoekovitsj is eerlijk verkozen, het parlement heeft ingestemd met gezamenlijke militaire oefeningen met de NAVO, en Oekraïne wil nog altijd lid worden van de EU. Toch is nog niet iedereen er gerust op.

“Ik was op de Dag van de Overwinning op het Rode Plein in Moskou,” zegt Leonid Kravtsjoek. Kravtsjoek was de eerste president van Oekraïne en heeft zich destijds in een oogwenk ontwikkeld van communistische partijbons tot leider van een onafhankelijke democratie. Nu is hij, als Oekraïner in hart en nieren, beducht voor het Kremlin. “Ik zal u zeggen, ik heb in mijn leven heel wat parades meegemaakt, maar nog nooit een als deze.” Hij doelt op het sterk opgevoerde machtsvertoon. De angst dat de Krim het volgende slagveld wordt in de strijd tussen Rusland en zijn voormalige deelrepublieken is geluwd sinds er in Kiev een pro-Russische koers wordt gevaren, maar Kravtsjoek acht herhaling van het conflict in 2008 niet uitgesloten, toen Rusland tanks naar Georgië dirigeerde: “Zoiets kan wéér gebeuren.”

Zwakke identiteit
De beste garantie tegen Russische inmenging schuilt waarschijnlijk in een versterking van de Oekraïense identiteit, maar gezien de belabberde economie en de korte democratische traditie die het land kent, zal dat een moeizaam proces zijn. Onder Janoekovitsj is de lucht tussen Rusland en Oekraïne weliswaar geklaard, maar het hielp niet erg dat de Oekraïense premier Mikola Azarov zei: “Alles hangt af van de welwillendheid van Rusland. We zijn net lijfeigenen.” Met premiers die openlijk zulke uitspraken doen, is het geen wonder dat de Oekraïners meer vertrouwen hebben in astrologen dan in politici, zoals een landelijke peiling uitwees. Op mijn laatste dag op de Krim zit ik op een veranda aan de baai van Sebastopol met Sergej Koelik, de Russische onderzeebootofficier die directeur werd van een Oekraïense denktank. Aan de overkant van het groene water liggen de regeringsgebouwen die door Stalin na de oorlog zijn opgeknapt. “Als ik een reisvisum ga halen,” zegt Koelik, “krijg ik van de consul weleens zo’n blik van: kom je wel terug? Nou, reken maar. Ik ben een Oekraïner. Natuurlijk kom ik terug.”

Koelik weet wie hij is. Maar hoe zit dat met de Krim, om van Oekraïne nog maar te zwijgen? Onze identiteit is zwak ontwikkeld, zegt Oleg Volosjin, persvoorlichter van de minister van Buitenlandse Zaken, doordat Oekraïne geen klassieke natiestaat is. De meeste Oost-Europese landen zijn etnische lappendekens, maar Oekraïne is nog sterker versnipperd doordat het vóór 1991 verdeeld is geweest tussen achtereenvolgens Rusland en Polen, Rusland en Oostenrijk, en Rusland, Polen, Tsjecho-Slowakije en Roemenië. Oekraïne blijkt al evenmin als indertijd Rusland te weten wat het met de Krim aanmoet. “Volgens Potemkin was de Krim de wrat op de neus van Rusland,” zeg ik aan het eind van ons gesprek tegen oud-president Leonid Kravtsjoek. Potemkin doelde op de weerspannigheid van het schiereiland: hij was bang dat Rusland de Tataren er nooit onder zou kunnen krijgen. “Kun je nu niet beter zeggen dat de Krim de wrat is op de neus van Oekraïne?” opper ik. Kravtsjoek denkt even na. “Geen wrat. Een zwerende puist.”

Een politiek sprookje
Misschien duurt het nog generaties voordat de Krim zichzelf van harte, en niet meer tegen wil en dank als Oekraïens zal beschouwen. Die verandering wordt tegengehouden door mensen als Galina. De laatste keer dat ik haar spreek, vertelt ze dat ze voor honderd grivna (zo’n tien euro) een nieuwe Sovjetvlag heeft laten maken, en dat terwijl ze een betalingsachterstand van 1500 grivna (150 euro) heeft op haar gasrekening. “Mijn vlaggen doe ik nooit weg,” zegt ze. “Daar haal ik energie en inspiratie uit.” Galina lijkt ineens heel broos, zoals ze met twee verschillende pantoffels aan in haar donkere flatje zit, omringd door het verleden: haar vlaggen (zes van de Sovjet-Unie, de Andreasvlag van de tsaren, en haar nieuwe hamer- en sikkelbanier), het zwaard van haar grootvader aan de muur, de militaire medailles, de sepiafoto van haar man in uniform, de marinierstuniek van haar vader.

“Mijn overgrootvader, mijn grootvader, mijn vader, mijn man en mijn zoon hebben allemaal bij de marine gezeten,” zegt ze. “En wat ik heb ik nu nog? Een tweekamerwoninkje, en niet eens geld voor warm water. Het zwaard aan de muur is dof geworden. De sepiafoto’s zijn verbleekt. Het verleden, een politiek sprookje met suiker voor 78 kopeken per kilo en vakanties betaald door de staat, is voorbij. Het IJzeren Gordijn is neergehaald, een volk zoekt tastend zijn weg naar de toekomst. “Maar de Zwarte Zee hebben ze me niet afgenomen,” zegt Galina. “Ik kan nog steeds ’s ochtends gaan zwemmen.”


Bekijk ook

Ads for you!

Beste bezoeker,

We zien dat je waarschijnlijk een adblocker of andere software gebruikt die onze banners ontregelt.
Dat vinden we jammer, hiermee missen we inkomsten voor onze site die we hard nodig hebben.
Merk daarom onze site als 'veilig' aan en volg deze instructies.

Dankjewel voor je tijd.
National Geographic Nederland/België

Sluiten