lezen Wij

De prijs van basmati: witte rijst met een donkere rand

Bekijk Sluit

lezen Wij

Wie basmati koopt, leest op de verpakking dat het gaat om een speciale rijst uit een prachtig gebied in India. In werkelijkheid wordt de rijst geteeld met ernstig vervuild grondwater. Hoe schadelijk is basmati voor de rijstboeren én consumenten?

Datum
Auteur
Klaas van Dijken
Fotograaf
Adriane Ohanesian

De ceremonie voor het overlijden van de zeventigjarige Mukhtiar Kaur is er een als vele andere in Mari Mustafa. Bewoners van het dorp in de Indiase deelstaat Punjab komen de tempel binnen, mannen links, vrouwen rechts, en scharen zich rond de weduwnaar, die een jaar eerder al zijn zoon verloor. De bezoekers dragen Mukhtiars naam op aan God en bidden dat haar ziel rust mag vinden. 

Onder de rouwenden is Gurtej Singh, medisch laborant van beroep en misschien wel de bekendste man van het dorp. Veel van de betreurden, onder wie zijn vader, broer, oom en nichtje, overleden aan de gevolgen van kanker. Gurtej maakte al talloze plechtigheden mee in het crematorium, waar op sommige dagen een wachtrij staat. In 2014 besloot hij zelf onderzoek te doen naar de kankergevallen in Mari Mustafa. Daartoe ging hij in het dorp van deur tot deur.

Na de plechtigheid loop ik met Gurtej door de smalle straten terug naar zijn woning. Langs de huisjes stroomt een open riool, dat even verderop uitkomt op een drabbige poel waarin ossen en koeien baden. Om de paar woningen wijst Gurtej naar de voordeur. “Borstkanker!” zegt hij alsof hij een doodvonnis uitspreekt. We lopen een paar stappen door. “Hier overleed vorig jaar iemand aan botkanker.” Weer een paar deuren verder. “Hier woont er een met een hersentumor.” Gurtej telde de afgelopen paar jaar in het dorp 165 dorpsbewoners die aan kanker zijn bezweken.

Volgens de laborant wordt het probleem veroorzaakt door de grote hoeveelheden bestrijdings- en bemestingsmiddelen waarmee boeren rijst en tarwe besproeien, de twee meest geteelde gewassen in Punjab. Elk dorp heeft er meerdere winkels met schimmelbestrijdingsmiddelen als Amistar Top (azoxystrobine), dat in Europa verboden is. Ook Agent Orange is in Punjab nog altijd te koop, een onkruidverdelger waarvan is aangetoond dat deze kanker aan de prostaat en de luchtwegen veroorzaakt. “Het gif komt in het grondwater terecht en vervuilt de hele omgeving”, vertelt Gurtej.

Nadat dagloners de rijstvelden even buiten Mari Mustafa tien uur lang hebben besproeid, wassen ze zichzelf met water uit de gebruikte insecticidenzakken. 

Mari Mustafa is een boerendorp zoals er hier veel zijn. Oude mannen op een bank leggen een kaartje, vrouwen wassen en voeren hun vee. De achtduizend bewoners leven ingesloten door eindeloze rijstvelden. Groene, zware halmen, zover het oog reikt, buigen voorzichtig door, klaar voor de oogst. Een eenzame boom doorbreekt de monotonie. Boven de velden hangt een nevel van smog en waterdamp, die de zon het grootste deel van de dag tegenhoudt. Waar net is gesproeid, voel ik hoe de lucht op mijn longen slaat en in de ogen prikt. Gurtej, geboren en getogen in het dorp, wil ondanks alles blijven. “Ik wil hier oud worden met mijn vrouw en mijn enige zoon zien opgroeien.”

In West-Europa geldt basmatirijst als de champagne onder de graansoorten. Alle basmati wordt geteeld aan de voet van de Himalaya, vooral in de regio Punjab (de Indiase deelstaat en de gelijknamige provincie in Pakistan), vanwaar de rijst wereldwijd wordt verscheept. De korrel is relatief lang en heeft een sterk aroma (vandaar de naam: basmati betekent ‘geurig’ in het Hindi). Op pakken basmati van de Albert Heijn of Lassie in Nederlandse en Vlaamse supermarkten is  te lezen dat de Punjabi’s zelf trots spreken van ‘koninginnenrijst’. In werkelijkheid eten ze amper basmati: ze houden er niet van en vinden de rijst te duur. Van de in Punjab geproduceerde rijst is zo’n 80 procent bestemd voor het buitenland, de rest gaat naar andere delen van India.

Punjab gaat sinds de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw door als de graanschuur van India. De landbouw werd toen naar Amerikaans model geïndustrialiseerd, als antwoord op de dreigende hongersnood die ontstond door de snelle bevolkingsgroei. Door gebruik van onder meer bestrijdingsmiddelen en verbeterde irrigatiemethoden slaagde het land erin te voorzien in de toegenomen vraag naar rijst. Deze ‘groene revolutie’ leek lang een panacee voor honger en armoede. Maar er is een keerzijde: de veelal ongeschoolde Indiase boeren en landarbeiders weten vaak niet hoe ze de pesticiden moeten gebruiken en wat de gevolgen zijn voor hun gezondheid. 

Koeien waden in een verontreinigd meertje in Mari Mustafa, waarin het riool van het dorp uitmondt.

De dag begint vroeg in Mari Mustafa. In het eerste ochtendlicht lopen boeren met de ossenwagen naar hun veld. De meesten hebben perceeltjes van gemiddeld vier hectare waarop ze tarwe, wat groente voor eigen gebruik en rijst verbouwen, waaronder basmati. Een van de rijsttelers is Harmesh Singh. Hij is 57 of 58, hij weet het zelf niet precies. In de dagen vóór de oogst kijkt hij elke dag even of de rijst er nog gezond bij staat en controleert hij de waterstand. Verder gaat alle aandacht uit naar zijn vrouw Mohinder Kaur, bij wie voor de tweede keer in drie jaar tijd kanker is geconstateerd.

Wanneer ik haar thuis bezoek, ligt ze op bed onder een plafondventilator die de ergste hitte moet verdrijven. Ze heeft al tien bestralingen achter de rug en slikt zware medicijnen. Ze weet dat de artsen ergens uit haar buik tumoren hebben weggehaald, maar niet om welke vorm van kanker het gaat. “Ik voel me inmiddels iets beter”, vertelt Mohinder (48), wier oudere zus eerder aan de ziekte overleed. “Mijn jongere zus heeft het nu ook.”

Mohinder Kaur (48) rust in haar huis terwijl haar man, rijstteler Harmesh Singh, over haar waakt. Net als bij haar twee zussen is bij Mohinder kanker vastgesteld – in haar geval al voor de tweede keer in drie jaar tijd.

“Dertig jaar geleden besproeiden we de velden hooguit twee keer”, zegt Harmesh. “Maar de gewassen zijn resistent geworden. Tegelijk is de grond minder vruchtbaar. Daarom sproeit iedereen nu vier, vijf keer om de opbrengst op peil te houden.”
 
Het gif komt ook in het grondwater terecht. Na decennia van sproeien is het niet langer drinkbaar, zegt Harmesh. Mensen zoals hij die het zich kunnen veroorloven, halen elke dag tegen een kleine vergoeding drinkwater bij een zuiveringsinstallatie die de overheid in 2013 in het dorp heeft neergezet. Armere mensen, vaak dagloners die de rijstvelden besproeien, blijven echter aangewezen op water uit een put.

Een onderzoek van Greenpeace uit 2009 naar het grondwater in Punjab wijst uit dat 20 procent van de monsters meer nitraten bevat dan de norm die de Wereldgezondsheidsorganisatie (WHO) hanteert. De in Punjab alom gebruikte kunstmest Ureum bevat veel nitraten, die volgens Greenpeace blaas-, lymfeklier- en eierstokkanker kunnen veroorzaken. 

De chemicaliën worden ook gebruikt in de groente- en fruitteelt, en mensen wassen zichzelf, hun dieren en de gewassen met verontreinigd grondwater. Onderweg kom ik overal boeren en dagloners tegen die de middelen gebruiken. Velen zijn onbeschermd; ze hebben geen geld voor juiste kleding of ze begrijpen de voorschriften niet.

De hele voedselketen is vergiftigd, vertelt laborant Gurtej Singh. Hij neemt bloed af bij mensen en test het in zijn lab. Vindt hij daarin sporen van verdachte stoffen, dan verwijst hij iemand voor nader onderzoek door naar een ziekenhuis elders in Punjab. De Indiase ngo Centre for Science and Environment (CSE) analyseerde in 2005 bloedmonsters van boeren in heel de deelstaat en vond in totaal vijftien schadelijke chemicaliën. “Het landbouwstelsel is gebaseerd op het gebruik van pesticiden”, zegt Amit Khurana van CSE. “In het bloed zien we die invasie van chemicaliën terug.

”In het overheidsziekenhuis in Faridkot, een van de grootste in Punjab, zit de wachtkamer van de afdeling oncologie overvol. Veel patiënten uit Mari Mustafa komen hierheen. Het is er drukkend warm en er hangt een indringende geur van ontsmettingsmiddelen en zweet. Mannen en vrouwen verdringen zich voor de deur van de hoofdarts Pradeep Garg, die door de overheid wordt betaald. Zodra ik hem vraag naar het verband tussen het gebruik van pesticiden en het aantal kankergevallen, verstart zijn gezicht. “Dat verband bestaat helemaal niet”, zegt hij. Waarop hij me adviseert eens onderzoek te doen naar het toenemende gebruik van waterpijp onder jongeren. Hij heeft liever niet dat ik met mensen in de wachtkamer spreek.

In het stadje Tarn Taran, in het noorden van Punjab, staan vrouwen in de rij om te worden getest op borstkanker. Hun bezoek is onderdeel van een ‘bewustwordingsproject’ van een ngo in Noord-Punjab. Veel mensen zijn ongeschoold en onbekend met de symptomen van kanker.

Kankerpatiënten die zich laten behandelen in een overheidskliniek, maken aanspraak op een tegemoetkoming in de behandelingskosten. Maar iedereen die ik spreek in Mari Mustafa en omgeving, vertelt dat de vergoeding bij lange na niet genoeg is en dat de overheid meestal maar een klein deel of helemaal niet uitbetaalt.

Om hoeveel kankergevallen het in Punjab exact gaat, is moeilijk vast te stellen, zegt gezondheidszorgexpert dr. Gurpreet Singh, vicerector van de Adesh University in Bathinda, een groezelige stad in het hart van Punjab. Volgens hem weten veel – vaak ongeschoolde – mensen niet dat ze kanker hebben en houdt de overheid niet overal een patiëntenregistratie bij. Maar uit onderzoek van het Post-Graduate Institute of Medical Education and Research in Chandigarh blijkt dat in Punjab meer kanker voorkomt dan in elke andere deelstaat.

“Je kunt twee feiten presenteren over Punjab”, zegt Gurpreet Singh. “Er worden veel bestrijdings- en bemestingsmiddelen gebruikt en er komt relatief veel kanker voor. Als je de ontwikkeling door de tijd bekijkt, is een verband zeer aannemelijk. Sinds de jaren zestig worden er op grote schaal bestrijdingsmiddelen gebruikt. De ontwikkeling van kanker bij langdurige blootstelling duurt gemiddeld twintig tot dertig jaar, en sinds de jaren negentig zie ik de aantallen sterk toenemen.” Dr. Singh vertelt dat hij daarnaast in Punjab steeds meer kinderen tegenkomt met misvormde
ledematen of genitaliën, mannen met zwakke zaadcellen en vrouwen die een miskraam baren. Dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen kan leiden tot geboorteafwijkingen, bleek in 2001 al uit een studie van epidemiologen van de University of North Carolina, die landbouwgebieden in Californië onderzochten. Singh vreest dat het gebruik van pesticiden gevolgen heeft voor toekomstige generaties. “Ik zie zevenjarige meisjes die ongesteld worden en baardgroei krijgen. Jongens raken juist later in de puberteit en ontwikkelen borsten.” 

Basmatiboer Gurbhej Singh verbouwt al dertig jaar rijst bij het dorp Kalewala in Punjab. Onlangs werd bij hem borstkanker geconstateerd, waarna zijn borst werd verwijderd. Singh zag zijn rijstproductie sinds de introductie van bemestings- en bestrijdingsmiddelen met dertig tot veertig procent stijgen, maar zag ook het aantal kankerpatiënten alsmaar toenemen. “Om te overleven zijn we noodgedwongen pesticiden te gebruiken’’, aldus de basmatiboer. “We zitten gevangen.”

Een oplossing lijkt te moeten komen van particuliere initiatieven. Umendra Dutt zette in 2005 Kheti Virasat Mission (KVM) op, een organisatie die boeren en jongeren adviseert over biologische landbouwmethoden. “Punjab is nooit geschikt geweest om op grote schaal rijst te verbouwen”, vertelt Dutt, een grote man met woest haar en een lange baard in de tuin van zijn huis in Jaitu, waar KVM ook kantoor houdt. “Er is niet genoeg water, het grondwaterpeil zakt elke dag. En wat er is, is zwaar vervuild.” KVM heeft 24.000 boeren opgeleid, van wie zo’n twintigduizend rijsttelers. De organisatie richtte duizenden biologische stadstuinen in en schoolde jongeren in het verbouwen van gewassen zonder bestrijdingsmiddelen.

Een van hen is Harmeet Singh uit Mari Mustafa. Nadat hij had gelezen over Umendra Dutt, plantte hij op een halve hectare grond biologische groenten en granen aan. “Iedereen om mij heen wordt ziek door die pesticiden. Ik wilde het anders doen”, vertelt hij. Het perceel steekt schril af tegen zijn geordende rijstvelden, die hij nog altijd met chemicaliën besproeit. De oogst is nu vooral voor eigen gebruik; wat overblijft, verkoopt hij op de markt. De komende vier jaar wil hij de overstap voltooien, zegt hij, nu kan hij dat financieel nog niet opbrengen. De overheid, vindt hij, moet veel meer doen om biologische teelt te stimuleren. “Ze gebruiken mooie woorden, maar doen niets.”

Ten noorden van Mari Mustafa, net onder de grote stad Amritsar, bezoek ik rijstboer Gurwinder Singh. Hij vertelt dat ook hij nog altijd niet zonder chemicaliën kan telen. Zeer tegen zijn zin, want hij is zich bewust van de gevaren. Oók voor wie de rijst uiteindelijk op zijn bord krijgt, zegt hij. “Die stoffen komen terecht in de korrel.”

Na de oogst gaat de basmati in jutezakken naar een van de rijstmarkten in de regio. Tussenhandelaren kopen de rijst in voor lokale producenten, die deze verder bewerken en verspreiden. De rijst die Gurwinder teelt, wordt opgekocht door Amira, een Indiaas beursgenoteerd familiebedrijf dat rijst levert aan onder meer de supermarktketen Carrefour, die veel winkels in België heeft. 

Mannen dragen rijstzakken van elk vijftig kilo op de graanmarkt van Amritsar, in het noorden van Punjab. Elke dag wordt hier vijf miljoen kilo rijst verhandeld.

Om te voldoen aan de EU-normen, testen laboratoria van grote producenten de rijst in India voordat deze wordt verscheept, zegt Chris Brown van de Federation of European Rice Millers (FERM), dat zeventien producenten in Europa vertegenwoordigt. Ook de EU zelf voert steekproeven uit ter controle. Ze hanteert toegestane waarden per chemische stof, de Maximale Residu Limieten (MRL’s). Bij een EU-onderzoek uit 2016 werden in ruim een kwart van de basmati resten van een bestrijdingsmiddel teruggevonden. 2,1 procent van de monsters overschreed daarbij een MRL – ogenschijnlijk een klein percentage, maar alleen al in het eerste halfjaar van 2016 kwam ruim tweehonderdduizend ton basmati de EU binnen.

Een man laadt dozen met basmatirijst op een pallet in de fabriek van Amira Nature Foods Ltd. in Gurgaon, vlak bij Delhi. Van hieruit wordt de rijst verscheept naar ruim veertig landen, waaronder België.

In India nam ik zelf een aantal water-, bodemen rijstmonsters. Terug in Nederland laat ik ze analyseren door onderzoeksinstituut RIKILT-Wageningen UR. Het mag dan een kleine steekproef zijn, ik ben benieuwd of de resultaten de verhalen van Indiase boeren en ngo’s ondersteunen. Wanneer ik na enkele weken de uitslag krijg, blijken de grond, het veldwater en de rijstaren van Harmesh Singh meerdere bestrijdingsmiddelen te bevatten, waaronder het insecticide Acefaat en de schimmelbestrijder Hexaconazole.

Volgens Hans Mol van RIKILT, gespecialiseerd in pesticiden en voedselveiligheid, zitten er in Europa verboden stoffen bij, die overigens geen van alle te boek staan als kankerverwekkend. We hoeven ons dan ook geen al te grote zorgen te maken, vindt Mol. “Het is een misvatting dat overschrijding van een MRL ook meteen een gevaar voor de volksgezondheid oplevert – meestal is dat niet zo. Er worden zeer ruime veiligheidsmarges gehanteerd.” De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit zegt vorig jaar 63 monsters basmatirijst te hebben getest en geen sporen te hebben aangetroffen.

Als we doorgaan met het grootschalig gebruik van chemicaliën, overleven we de komende vijftien jaar niet

- Umendra Dutt, Kheti Virasat Mission 

Volgens Umendra Dutt van KVM zijn strengere importregels in consumentenlanden niet de oplossing. De verandering moet volgens hem uit India zelf komen. De ‘groene’ revolutie van weleer heeft India economisch dan geen windeieren gelegd, maar was allesbehalve ‘groen’. “We zijn voedsel voor de wereldmarkt gaan produceren, maar daardoor zijn we ook hebzuchtig geworden”, zegt hij. Verminderde basmati-export kan desastreus uitpakken voor de boeren, erkent Dutt. Zijn grote handen spreken mee. “Maar wat te denken van onze voedselketen?” Hij pauzeert even en weegt zijn woorden. “Punjab betekent ‘land van vijf rivieren’. Met de basmati exporteren we tegelijk ons water – dat is nu immers ondrinkbaar geworden. Wat we nog hebben, behoort toe aan de generaties na ons. Als we doorgaan met het grootschalig gebruik van chemicaliën, overleven we de komende vijftien jaar niet.”

Bovenstaande reportage van journalist Klaas van Dijken en fotografe Adriane Ohanesian is te lezen in het februarinummer 2017 van NatGeo Magazine. Het duo maakte hierbij ook de (interactieve) documentaire ‘The Price of Basmati’, die je hier kunt bekijken. “In sommige verhalen is video een uitkomst”, zegt Ohanesian. We spraken de fotografe over het project, en haar werk in conflictgebieden.  Zie ook ons Instagramaccount @natgeonl.

Nacchatar Singh (50), links, werkt al ruim dertig jaar op de rijstvelden rondom Mari Mustafa, een dorp in het hart van de Indiase deelstaat Punjab. Vrijwel dagelijks besproeien hij en andere dagloners basmati- en andere rijst met bemestings- en bestrijdingsmiddelen.

Bekijk ook

Ads for you!

Beste bezoeker,

We zien dat je waarschijnlijk een adblocker of andere software gebruikt die onze banners ontregelt.
Dat vinden we jammer, hiermee missen we inkomsten voor onze site die we hard nodig hebben.
Merk daarom onze site als 'veilig' aan en volg deze instructies.

Dankjewel voor je tijd.
National Geographic Nederland/België

Sluiten