lezen Wij

Over de grens van leven en dood

Bekijk Sluit

lezen Wij

Moeten we de definitie van ‘dood’ herzien?

Datum
Auteur
Robin Marantz Henig
Fotograaf
Lynn Johnson

Eerst dacht ze dat ze gewoon een zeldzaam zware hoofdpijn had.

Daarom ging Karla Pérez – 22 jaar oud, moeder van de 3-jarige Genesis en vijf maanden zwanger – in de slaapkamer van haar moeder even op bed liggen. Toen de pijn alleen maar heviger werd, zei ze, brakend vanaf de rand van het bed, tegen haar jongere broer dat hij het alarmnummer moest bellen.

Het was zondag 8 februari 2015, even voor middernacht. Een ambulance bracht Pérez zo snel mogelijk van haar huis in Waterloo (Nebraska) naar het Methodist Women’s -Hospital in Omaha. Toen ze op de afdeling spoedeisende hulp het bewustzijn verloor, brachten de artsen een adembuis in om de -zuurstoftoevoer naar de foetus zeker te -stellen. Een CT-scan maakte duidelijk wat er aan de hand was: een enorme hersenbloeding -veroorzaakte een gevaarlijk hoge druk in haar schedel. 

Ze had een beroerte gehad, maar haar ongeboren kind maakte het wonder boven wonder goed: de hartslag was krachtig en regelmatig. Toen de neurologen rond twee uur ’s nachts nog een CT-scan maakten, werd hun grootste vrees bewaarheid: de druk in Pérez’ schedel was zo hoog opgelopen dat de hersenstam door een kleine opening aan de schedelbasis naar buiten was gedrukt. 

“Toen wisten ze: dit loopt niet goed af”, zegt Tifany Somer-Shely, de verloskundige die Pérez begeleidde.

Pérez bevond zich nu in het ondefinieerbare schemergebied tussen leven en dood, met een inactief brein dat nooit meer zou herstellen – met andere woorden: ze was hersendood – en een lichaam dat alleen nog kunstmatig in leven kon worden gehouden. En daartoe was een dringende reden: haar 22 weken oude foetus zou het op eigen kracht buiten de -baarmoeder nog niet redden. Steeds meer patiënten belanden in zo’n schemerzone nu er dankzij de wetenschap in levensbedreigende situaties niet zozeer een schakelaar wordt omgezet – van ‘aan’ (leven) naar ‘uit’ (dood) –, maar er eerder sprake lijkt van een ‘dimmer’. In het schemergebied tussen licht en donker hoeft de dood niet per se onomkeerbaar te zijn en is ‘leven’ soms lastig te definiëren. Het komt voor dat mensen die helemaal ‘weg’ zijn geweest toch terugkeren en dan tot in detail kunnen beschrijven wat ze ‘daar’ hebben ervaren.

(Hoe) kan de dood omkeerbaar zijn?

DEZE EN GENE ZIJDE: MENSEN OVER HUN BIJNA-DOODERVARING

Een ‘bovennatuurlijke cowboy’ zei haar dat ze niet bang moest zijn. | Ashlee Barnett kreeg als studente een zwaar auto-ongeluk op het Texaanse platteland. Ze had een verbrijzeld bekken, een gescheurde milt en verloor veel bloed. Op de plek van het ongeluk, vertelt ze, werd ze heen en weer geslingerd tussen twee werelden: aan de ene kant, waar het ambulancepersoneel haar het leven probeerde te redden, ervoer ze chaos en pijn. Aan de andere was een helder wit licht en voelde ze geen pijn of angst. Toen ze jaren later kanker kreeg, putte ze uit haar bijna-doodervaring kracht om te geloven in herstel. Ze heeft drie kinderen en staat mensen bij de zwaar letsel hebben overleefd.

“De dood is een proces, niet een momentopname”, zegt intensivist Sam Parnia in zijn boek Erasing Death (2013). Wanneer de hartslag wegvalt, doet zich als het ware in het hele lichaam een beroerte voor. De organen sterven alleen niet onmiddellijk af, maar blijven nog een tijd goed, schrijft Parnia. “De dood is ook na de dood nog een hele poos volledig omkeerbaar.” 

Hoe kan de dood omkeerbaar zijn? Welke vorm van bewustzijn ervaart een mens in het schemergebied? 

In Seattle dient bioloog Mark Roth zijn proefdieren stoffen toe om hun bewustzijn kunstmatig te verlagen tot ze in een staat van schijndood verkeren. De hartslag en de stofwisseling gaan dan op een laag pitje, bijna tot op het niveau van een winterslaap. Zijn uiteindelijke doel is om patiënten met een hartaanval “een beetje onsterfelijk” te maken en zo voldoende tijd te winnen om de levensbedreigende situatie te kunnen doorstaan. 

In Baltimore en Pittsburgh verlagen traumateams onder leiding van chirurg Sam Tisherman de lichaamstemperatuur van mensen met steek- of schotwonden. Zo verliezen ze minder bloed, wat chirurgen meer tijd geeft om de wonden te hechten. Het koelen van patiënten dient hetzelfde doel als het toedienen van stoffen door Roth: iemand tijdelijk dood maken, om zo zijn leven redden. 

In Arizona worden ruim 130 overleden mensen in bevroren toestand bewaard – weer een ander schemergebied. De specialisten hopen dat hun cliënten (cryonisten) in de verre toekomst, wanneer er een remedie is ontwikkeld tegen de kwaal die hun het leven kostte, weer ontdooid en tot leven gewekt kunnen worden.

In India bestudeert neurowetenschapper Richard Davidson boeddhistische monniken die in een staat van tukdam verkeren: hun lichaam vertoont geen tekenen van leven meer, maar is na een week of langer nog altijd fris en intact. Davidson hoopt te achterhalen of er, nadat de bloedsomloop tot stilstand is gekomen, toch nog hersenactiviteit is.

Linda Chamberlain, medeoprichter van het in cryonisme gespecialiseerde bedrijf Alcor in Arizona, bij het vat waarin het bevroren lichaam van haar man Fred wordt bewaard, in de hoop dat hij ooit weer tot leven kan worden gewekt Wanneer haar tijd is gekomen, zal ook Linda zich in die ijzige schemerzone laten bijzetten.
En in New York predikt Parnia het evangelie van de langdurige reanimatie. Volgens hem werkt reanimatie beter dan velen denken en is het onder specifieke omstandigheden (wanneer de lichaamstemperatuur wordt verlaagd, de hartmassage met voldoende druk en in een regelmatig tempo wordt volgehouden en er weer geleidelijk zuurstof wordt toegediend) mogelijk om patiënten zonder langetermijnschade uit de dood terug te halen, zelfs al is de hartslag urenlang weggevallen. Nu onderzoekt hij hoe kan het dat zo veel mensen tijdens een hartstilstand een uittreding of bijna-doodervaring zeggen mee te maken. En wat zou zo’n ervaring ons kunnen vertellen over die ‘schemerzone’ en over de dood zelf? 

Zonder zuurstof? 

Zuurstof speelt een ambivalente rol op de grens van leven en dood, meent Roth, die is verbonden aan het Fred Hutchinson Cancer Research Center in Seattle. “Sinds de ontdekking van zuurstof in 1771 weten we dat het een voorwaarde voor leven is”, zegt hij. Wat de achttiende-eeuwse wetenschappers niet wisten, is dat het met zuurstof verrassend genoeg twee kanten op kan. “Zeker, zuurstoftekort kan leiden tot de dood van een dier”, zegt Roth. “Maar schroef je de zuurstofinname nog verder terug, dan komt het weer tot leven, zij het in een staat van bewusteloosheid.” 

Hij heeft deze stelling aangetoond bij rondwormen, bodemdiertjes die genoeg hebben aan lucht die slechts 0,5 procent zuurstof bevat. Wordt het zuurstofniveau teruggebracht tot 0,1 procent, dan gaan ze dood. Daalt het zuurstofgehalte echter snel nóg verder (tot 0,001 procent of zelfs nog minder), dan komen de wormen in een winterslaapachtige toestand waarin ze met aanzienlijk minder zuurstof toe kunnen. Zo houden ze zich in leven bij extreme ontbering. Ze lijken dood, maar zijn het niet. Er brandt als het ware alleen nog een waakvlammetje. 

Om zijn proefdieren in die spaarstand te krijgen, dient Roth ze jodide toe, een stof die de zuurstofbehoefte sterk terugbrengt. Deze methode gaat hij ook op mensen testen. Het doel is de schade die soms optreedt bij het behandelen van een hartaanval zo veel mogelijk te beperken. Als jodide de celademhaling vertraagt, zo redeneert hij, dan zou dat problemen als gevolg van het herstellen van de bloedcirculatie na een dotterbehandeling helpen voorkomen. Wordt de bloedcirculatie van de patiënt op een laag pitje gezet, dan wordt er door het gerepareerde bloedvat nooit te veel bloed ineens toegevoerd en kan het hart de aangevoerde zuurstof goed verwerken. 

Volgens Roth luidt een stelregel in de biologie: hoe minder iets beweegt, hoe langer het doorgaans leeft. Zaden en sporen bijvoorbeeld zijn praktisch onsterfelijk, ze blijven honderdduizenden jaren levensvatbaar. Roth acht het denkbaar dat we mensen in de toekomst op -cruciale momenten, zoals bij ernstig hartfalen, met een middel als jodide “heel even” onsterfelijk kunnen maken. In Australië gaan binnenkort de eerste klinische tests van start om die mogelijkheid te onderzoeken.

Zo’n aanpak had Pérez niet kunnen redden, aangezien haar hart goed werkte. De dag na die verschrikkelijke CT-scan probeerde verloskundige Somer-Shely haar geschrokken ouders Berta en Modesto Jimenez uit te leggen dat hun dochter hersendood was. De moedertaal van de familie Jimenez is Spaans, en alles wat de dokter vertelde, moest door een tolk worden vertaald. Het was echter niet de taal, maar het begrip ‘hersendood’ dat de grootste barrière vormde. 

De term bestaat sinds het einde van de jaren zestig, toen zich in de medische wetenschap twee ontwikkelingen voordeden. Allereerst vervaagde de grens tussen leven en dood door de komst van hightechapparaten die de vitale functies konden ondersteunen. En door de mogelijkheid van orgaantransplantatie ontstond de noodzaak die grens heel scherp af te bakenen. Vroeger werd iemand dood verklaard wanneer hij niet ademde en er geen hartslag meer was. Nu beide functies eindeloos konden worden overgenomen door beademingsapparatuur, volstond die definitie niet langer. Er rezen tal van lastige vragen. Is een kunstmatig beademde patiënt dood of levend? Als hij wordt afgekoppeld, hoe lang moet er dan worden gewacht voordat zijn organen mogen worden uitgenomen en getransplanteerd? Een groep Harvard-deskundigen formuleerde daarom in 1968 twee nieuwe definities van de dood. Naast de traditionele golden voortaan ook neurologische criteria om de dood te kunnen vaststellen. Een patiënt geldt als ‘hersendood’ wanneer is voldaan aan drie criteria: coma of reactieloosheid, apneu (er is geen spontane ademhaling) en de afwezigheid van reflexen van de hersenstam. Voor dat laatste bestaan eenvoudige testjes, zoals: bewegen de ogen wanneer er koud water in de oren komt?

“Als ik naar de artsen had geluisterd, dan moest ik Jahi nu op het kerkhof bezoeken”, zegt Nailah Winkfield, wier dochter in 2013, toen dertien jaar oud, hersendood werd verklaard. Winkfield houdt vol dat haar dochter niet dood is.
Dit lijkt allemaal redelijk, en tegelijk wringt er iets. “Hersendode patiënten lijken niet dood”, schreef de Amerikaanse neuroloog James Bernat in 2014. “Het druist in tegen gevoel en praktijkervaring om een patiënt dood te verklaren bij wie de hartfunctie, de bloedsomloop en inwendige organen nog functioneren.” Zijn artikel, dat hij schreef met de bedoeling het begrip ‘hersendood’ te verduidelijken en verdedigen, verscheen precies op het moment waarop twee controversiële patiënten
voorpaginanieuws waren. De eerste was de Californische tiener Jahi McMath, die bij het knippen van haar amandelen zeer ernstig zuurstoftekort opliep. Haar ouders weigerden de diagnose ‘hersendood’ te accepteren. Het andere geval betrof Marlise Muñoz, een hersendode zwangere vrouw. Een belangrijk verschil met de situatie van Pérez was dat Muñoz’ familie had verboden de vrouw kunstmatig in leven te houden. Het ziekenhuis schoof deze wens terzijde omdat de artsen dachten dat de Texaanse wetgeving hun verplichtte de foetus te beschermen. (Een rechter oordeelde uiteindelijk dat het ziekenhuis niet juist had gehandeld.)

Twee dagen na de hersenbloeding van Pérez zaten haar ouders met de vader van het ongeboren kind in het Methodist Hospital. Er was die dag een bijeenkomst met 26 leden van het ziekenhuispersoneel, onder wie neurologen,specialisten op het gebied van palliatieve zorg, verpleegkundigen, kapelaans, ethici en welzijnswerkers. De ouders luisterden ingespannen naar de tolk, die uitlegde dat de arts had vastgesteld dat hun dochter geen hersenfunctie meer had. Ze kregen te horen dat het team Pérez “somatische ondersteuning” wilde bieden totdat de foetus tenminste 24 weken oud zou zijn en 50 procent kans had om het buiten de baarmoeder te kunnen redden. Als ze het geluk hadden dat Pérez’ lichaam goed bleef functioneren, zeiden de artsen, dan kon de zwangerschap nog langer worden uitgedragen, zodat de overlevingskansen van de baby zouden toenemen.

Misschien dacht Modesto Jimenez toen wel terug aan het gesprek dat hij de avond ervoor had met Somer-Shely, de arts die hij in het ziekenhuis even apart had genomen en had gevraagd: “Wordt mijn dochter nooit meer wakker?”

“Nee”, antwoordde ze. “Waarschijnlijk niet.” Het was een van de moeilijkste boodschappen die ze iemand ooit had moeten overbrengen.

Berta Jimenez praat geregeld tegen de foto van dochter Karla Pérez, die in 2015, zwanger en wel, hersendood werd verklaard. Om zoontje Angel meer tijd in de baarmoeder te gunnen, is Pérez nog 54 dagen in leven gehouden. Jimenez en haar man zorgen nu voor Angel en zijn zusje Genesis (3).
 

Medische wonderen

“Rationeel wist ik wel dat ‘hersendood’ gelijkstaat aan ‘dood’”, zegt Somer-Shely. “Objectief gezien was ze op dat moment dood.” Maar bij de aanblik van haar patiënt, in dat bed, kon ze die kille werkelijkheid net zomin bevatten als de familie. Pérez zag er eerder uit als iemand die een operatie heeft ondergaan: haar huid voelde warm aan, haar borstkas bewoog op en neer, en in haar buik leefde een beweeglijke en waarschijnlijk gezonde foetus. 

Vader en moeder Jimenez vertelden de medische staf dat ze begrepen dat hun dochter hersendood was. Ze voegden er nog aan toe dat ze zouden blijven bidden om un milagro (een wonder).

Zou je ‘wonder’ definiëren als ‘het tot leven wekken van een dode’, dan doen zich in de medische wetenschap zo nu en dan wonderen voor. 

De familie Martin maakte iets heel wonderbaarlijks mee toen hun jongste zoon Gardell afgelopen winter in een ijskoud riviertje viel en overleed. Het jochie woonde met zijn moeder, vader en zes oudere broers en zussen op een grote lap grond op het platteland van Pennsylvania. Op een zonnige dag in maart 2015 namen twee van hun zoons de kleine Gardell, die nog 2 moest worden, mee naar buiten om te spelen. Bij het riviertje, zo’n honderd meter naast het huis, verloor de peuter zijn evenwicht en viel hij in het koude water. Zijn broers waren radeloos toen ze hem niet meteen konden vinden. Tegen de tijd dat Gardell door het ambulancepersoneel werd behandeld (hij was door een buurman uit het water gevist), had zijn hart al zeker 35 minuten stilgestaan. 

Onderweg naar de vijftien kilometer verderop gelegen Evangelical Community, het dichtstbijzijnde ziekenhuis, pasten de verpleegkundigen continu hartmassage toe. Gardell had geen hartslag en een lichaamstemperatuur van slechts 25 ºC. Ze brachten alles in gereedheid om hem per helikopter over te brengen naar het dertig kilometer verderop gelegen Geisinger Medical Center. Nog altijd had hij geen hartslag. 

Patiënten kunnen uren na hun overlijden, vaak zonder langetermijnschade, nog tot leven worden gewekt.

 

“Hij vertoonde geen enkel teken van leven”, herinnert Richard Lambert zich. Hij was als hoofd spoedeisende hulp en kindersedatie opgeroepen om de helikopter op te wachten. “Zijn huid was donker en zijn lippen waren blauw…” Lamberts stem stokt. Hij wist dat kinderen die in ijskoud water verdrinken soms goed herstellen, maar een ander geval waarbij iemand zo lang dood was als Gardell kende hij niet. Wat de zaak verder bemoeilijkte, was dat Gardells bloed een schrikbarend lage pH-waarde had, waardoor de organen elk moment konden uitvallen.

Bij de spoedeisende hulp wendde een coassistent zich tot Lambert en zijn collega Frank Maffei, hoofd kindergeneeskunde van het Janet Weis Children’s Hospital in Geisinger: had doorgaan nog wel zin? Maar Lambert en Maffei wilden de strijd nog niet staken. De omstandigheden waren zo gunstig als maar kon: het water was koud, het ging om een jong kind, de reanimatie was binnen minuten na de verdrinking gestart en was sindsdien geen moment gestopt. Laten we nog even doorgaan, zeiden ze tegen het team. 

De reanimatie werd nog tien minuten voortgezet, toen nog eens twintig en daarna nog 25. Tegen die tijd was er bij Gardell al ruim anderhalf uur geen hartslag of ademhaling meer waargenomen. Het was in de woorden van Lambert “een slap, koud lijk zonder enig teken van leven”. Maar de pogingen werden niet gestaakt. Degenen die de hartmassage toepasten, wisselden elkaar na twee minuten af; het is nauwelijks langer vol te houden zonder fouten te maken. Anderen brachten katheters in bij Gardells dij, hals, maag en blaas voor het toedienen van warme vloeistoffen om de lichaamstemperatuur langzaam omhoog kon worden gebracht. Het leek allemaal niets uit te halen. 

Toen besloten Lambert en Maffei om Gardell te opereren, zodat ze hem aan de hart-longmachine konden leggen. Riskant, maar het was de laatste mogelijkheid. Ze boenden hun handen en armen schoon en controleerden nog één keer zijn pols.

De peuter Gardell Martin viel in maart 2015 in een ijskoude beek. Drieënhalve dag later verliet hij, gezond en wel, het ziekenhuis.

Ongelooflijk maar waar: ze vonden een hartslag, zwak maar regelmatig, zonder de ritmestoornissen die zich na een langdurige hartstilstand soms voordoen. Drieënhalve dag later verliet Gardell, omringd door dankbare naaste verwanten, het ziekenhuis. Hij stond wat onvast op zijn benen, maar was verder volledig in orde. 

Stilstaand hart, wel bewust – en weer terug

Hoe Gardell die 101 minuten aan gene zijde heeft ervaren, kan de peuter natuurlijk niet navertellen. Maar er zijn mensen die het, dankzij voortdurende en correct toegepaste hartmassage, hebben gered en die hun ervaringen wel hebben kunnen delen. Ze zijn in zekere zin de grens overgestoken en zijn teruggekomen met verhalen – vaak beeldend en met griezelig veel overeenkomsten – die enig inzicht bieden in hoe het is om dood te zijn. Er is het nodige onderzoek gedaan. De meest recente studie, AWARE, werd geleid door Sam Parnia, hoofd reanimatieonderzoek aan Stony Brook -University. Sinds 2008 onderzocht hij 2060 gevallen van hartstilstand in vijftien Amerikaanse, Britse en Australische ziekenhuizen. Van de 330 mensen die het hebben overleefd, hebben hij en zijn team er 140 gesproken. Van deze groep gaven 55 personen aan tijdens de reanimatie enige vorm van bewustzijn te hebben ervaren.

De meesten herinnerden zich geen specifieke details, maar enkele sensaties werden vaak genoemd: versnellen of vertragen van de tijd (27 mensen), een vredig gevoel (22), uittreding (13), vreugde (9), een fel licht of gouden flits (7). Sommigen spreken over nare sensaties: angst, verdrinking, door diep water getrokken worden of, in één geval, “het zien van mannen die in rechtopstaande lijkkisten werden begraven”.

Het onderzoek, schreven Parnia en zijn co-auteurs in het medisch vakblad Resuscitation, “verbreedt de kennis over de verschijnselen die zich in het menselijke brein lijken voor te doen na een hartstilstand”. Ze lieten weten zich in een volgend onderzoek te willen richten op de vraag of en hoe zulke bijna-doodervaringen (BDE; Parnia spreekt liever van ‘werkelijk-doodervaringen’) de patiënt later hebben beïnvloed. Het kan zijn dat iemand na een BDE cognitieve problemen of posttraumatische stress ervaart, maar positieve ervaringen zijn er ook. Het AWARE-team liet een veelvoorkomend gevolg van een BDE buiten beschouwing: dat voor velen het bestaan meer betekenis krijgt, dat ze bewuster in het leven staan. Dat blijkt vooral uit de boeken die overlevenden hebben geschreven. Mary Neal, orthopedisch chirurg in Wyoming, beschreef in haar boek To Heaven and Back hoe ze veertien jaar eerder tijdens een kanotocht in Chili verdronk. Ze voelde hoe haar geest haar lichaam verliet en uit de rivier opsteeg terwijl haar knieën zo ver doorbogen dat haar botten braken. “Ik liep langs een onwaarschijnlijk mooi pad naar een schitterend gebouw met een koepel: ik wist dat ik daar definitief een grens zou overgaan, en toch wilde ik er heel graag heen.” Ze schrijft hoe vreemd de ervaring was en dat ze zich afvroeg hoe lang ze onder water had gelegen (later hoorde ze dat het zeker dertig minuten was). Ze troostte zich met de gedachte dat haar man en kinderen het zonder haar prima zouden redden. Toen voelde ze dat haar lichaam uit de boot werd gehaald en zag ze de hulpverleners hartmassage toepassen. Een van hen zei steeds tegen haar: “Kom terug, kom terug!” Ze herinnert zich dat ze dat “bijzonder irritant” vond.  

Kevin Nelson, neuroloog aan de University of Kentucky, is sceptisch. Niet over Neals herinnering, die hij beschouwt als intens en authentiek, maar over haar uitleg ervan. “Het is niet zo dat het lichaam op zo’n moment terugkeert uit de dood”, zei hij in een paneldiscussie met Neil, in 2013 in New York. Nelson hangt een andere visie aan dan Parnia. “De hersenen zijn volop in beweging, ze zijn heel actief.” Volgens hem heeft Neal mogelijk een ‘REM-intrusie’ ervaren: door een ingrijpende gebeurtenis, zoals een plotseling zuurstoftekort, kan bij een wakend persoon vergelijkbare -hersenactiviteiten optreden als bij dromen. Voor hem zijn een BDE en gevoelens van uittreding niet het gevolg van de dood, maar van verstikking – iemand verliest het bewustzijn, maar overlijdt niet. 

Ander wetenschappelijk onderzoek wijst op nog weer andere verklaringen voor BDE’s. Onderzoekers onder leiding van neurowetenschapper Jimo Borjigin van de University of Michigan bestudeerden de hersengolven bij negen ratten met een hartstilstand. Bij alle ratten werd na de hartstilstand een piek -gemeten in de hoogfrequente gammagolven (die een rol spelen bij meditatie). Die vertoonden meer coherentie en waren strakker georganiseerd dan in de normale, wakende situatie. Dit, schreven de onderzoekers, zou weleens kunnen zijn waar het bij BDE’s allemaal om draait: dat er een “verhoogde staat van bewustzijn” is in de schemerzone waarin men zich bevindt voordat de dood permanent intreedt.

Hij wilde even bellen toen hij ineens zijn benen niet meer voelde. | Tijdens een familiepicknick bij Sleepy Hallow Lake (New York) wilde chirurg Tony Cicoria zijn moeder even bellen. Er hing onweer in de lucht en ineens werd hij via zijn telefoon door de bliksem in het hoofd getroffen, waardoor hij een hartstilstand kreeg. Cicoria trad naar eigen zeggen uit zijn lichaam en bewoog zich door muren heen naar een blauw-wit licht. Hij voelde een sterk verlangen dicht bij God te zijn. Sinds zijn bijna-doodervaring gaat hij op in klassieke pianomuziek en componeert hij muziekstukken, die zijn hersenen ‘downloaden’. Hij denkt dat zijn leven is gespaard opdat hij “hemelse muziek” kan doorgeven.

Een ander nog grotendeels onbegrepen verschijnsel in de overgangsfase tussen leven en dood, is tukdam, een fenomeen dat zich af en toe voordoet bij overleden monniken. Het komt voor dat het lichaam van zo’n monnik een week of langer na hun overlijden geen enkel teken van ontbinding vertoont. Richard Davidson van de University of Wisconsin, die jarenlang neurologisch onderzoek deed naar meditatie, is al lange tijd gefascineerd door dit fenomeen, zeker nadat hij in het klooster Deer Park in Wisconsin een monnik in tukdam zag.

“Ik wist wel beter, maar anders had ik gedacht dat hij in een diepe meditatie verzonken was”, zegt Davidson. “Zijn huid oogde fris en gezond, het lichaam vertoonde geen spoor van ontbinding.” Hij besloot daarop verder onderzoek te doen naar tukdam. Hij richtte in India twee eenvoudige ruimten in met stethoscopen en eeg-apparatuur. Hij stelde een groep van twaalf Tibetaanse artsen samen die de monniken – het liefst al voor hun overlijden – konden onderzoeken. Ze moesten nagegaan of er ook na de dood nog sprake is van hersenactiviteit. 

“Vermoedelijk raken veel monniken vlak voor hun overlijden in een diepe meditatieve toestand, die na hun dood nog enige tijd in stand blijft”, zegt Davidson. “Om te begrijpen wat er precies gebeurt en hoe dat is te verklaren, volstaan de conventionele zienswijzen niet.” Zijn onderzoek is stevig geworteld in de westerse wetenschap, maar Davidson hoopt te komen tot nieuwe, genuanceerdere inzichten over de schemerzone tussen leven en dood – niet alleen bij monniken.

Zij zag haar stiefvader bij de snoepautomaat staan. | Na een frontale botsing belandde studente Tricia Barker in een ziekenhuis in Texas. Ze verloor veel bloed en had haar ruggengraat gebroken. Ze zegt dat ze tijdens de operatie uit haar lichaam trad en, zwevend bij het plafond, een vlakke lijn op de hartmonitor zag. Ze gleed de gang in en zag haar bedroefde stiefvader voor een snoepautomaat staan. Hij wilde door de stress iets zoets eten, maar had hierover met niemand gesproken – wat voor Barker bevestigt dat ze zich haar uittreding niet heeft ingebeeld. Ze werkt nu als docent creatief schrijven en zegt dat de geesten die haar aan gene zijde begeleidden, nog steeds bij haar zijn.

De dood ontkend

Het ontbindingsproces treedt normaal gesproken kort na het overlijden in. Zonder aansturing door de hersenen raken de lichaamsfuncties verstoord. Toen Karla Pérez hersendood bleek, werd die taak overgenomen door een team van ruim honderd artsen, verpleegkundigen en anderen om de foetus nog de nodige tijd in de baarmoeder te gunnen. Pérez’ situatie werd 24 uur per dag geobserveerd. Haar bloeddruk, nierfunctie en elektrolyten werden gemeten, en de toevoer via infuus en slangen werd constant bijgesteld.

Maar ook al had het team de belangrijkste functies van haar verwoeste brein overgenomen, niemand wilde haar echt als dood zien. Ze behandelden haar alsof ze in diepe coma lag en begroetten haar met haar naam.

Todd Lovgren, die mede leiding gaf aan Pérez’ behandeling, verloor zelf de oudste van zijn vijf kinderen. Had zijn dochter nog geleefd, dan zou ze destijds twaalf zijn geweest. “Ik heb Karla altijd als mens behandeld, ik kon niet anders. Daar lag een jonge vrouw met nagellak, met haar dat door haar moeder werd verzorgd, met warme handen en vingers… Dat ze een inactief brein had, betekende voor mij niet dat zij geen mens meer was.” Tegelijk wist hij na de tweede CT-scan dat ze niet alleen hersendood was, maar dat ook grote delen van haar brein geleidelijk afstierven en uiteenvielen.

Op 18 februari, tien dagen na de hersenbloeding, bleek dat Pérez’ bloed niet naar behoren stolde – een indicatie dat dood hersenweefsel haar bloedbaan binnenkwam. Voor Lovgren een nieuw signaal dat “herstel uitgesloten” was. Tegen die tijd was de foetus 24 weken oud. Het probleem met de stolling was voorlopig beheersbaar, maar de artsen zouden een keizersnee uitvoeren zodra de situatie zou verslechteren.

Vergelijk de reanimatieonderzoek met de luchtvaarttechniek.

Sam Parnia ziet de dood als een onder omstandigheden omkeerbaar proces. Cellen in ons lichaam sterven meestal niet op hetzelfde moment als wij, zegt hij: sommige cellen en organen blijven nog uren of zelfs dagen goed. Het moment waarop een arts de dood vaststelt, hangt tot op zekere hoogte samen met zijn persoonlijke inzichten, legt hij uit. Toen hij nog in opleiding was, vertelt hij, werd al na vijf of tien minuten met de hartmassage gestopt, vanuit de veronderstelling dat de patiënt anders onherstelbare hersenschade zou oplopen.

“Scott heeft voor velen het verschil gemaakt”, zegt Deanna Santana over haar zoon, die als 17-jarige overleed bij een auto-ongeluk. Zijn organen en weefsels zijn naar 76 mensen getransplanteerd. Rod Gramson, hier in het midden, kreeg Scott’s hart. Hij ontmoette Deanne en haar man Richard op de plek waar Scott overleed.
Reanimatiespecialisten hebben methoden ontwikkeld om het verval van de hersenen en andere organen tegen te gaan, zelfs al is er geen hartslag meer. Het verlagen van de lichaamstemperatuur helpt hierbij (dit was toevallig het geval bij Gardell Martin). In sommige ziekenhuizen wordt het lichaam bij een hartstilstand standaard gekoeld voordat het wordt gereanimeerd. Artsen weten ook dat vasthoudendheid loont, vooral in ziekenhuizen waar een beademingsapparaat voorhanden is. Mogelijk worden in de toekomst middelen als jodide gebruikt. 

Parnia vergelijkt het reanimatieonderzoek met de luchtvaarttechniek. Het leek altijd onvoorstelbaar dat de mens zou kunnen vliegen, en toch kozen de gebroeders Wright in 1903 het luchtruim. Tussen die eerste vlucht van twaalf seconden en de eerste maanlanding zaten maar 66 jaar. Volgens hem zijn in de ontwikkeling van reanimatietechnieken vergelijkbare stappen te verwachten. Wat de omkeerbaarheid van de dood betreft, bevinden we ons nu nog in Kitty Hawk, het kustplaatsje waar de gebroeders Wright hun eerste toestellen testten.

Toch weten artsen ook nu soms al mensen uit de klauwen van de dood weg te trekken. Zoals op 4 april 2015, toen de kleine Angel Pérez met een keizersnede werd geboren. Angel dankt zijn leven aan de artsen die zijn hersendode moeder 54 dagen kunstmatig in leven wisten te houden, zodat hij zich kon ontwikkelen tot een kleine maar kerngezonde baby van 1300 gram. Angel is het wonder waar zijn grootouders om hebben gebeden.

Het artikel ‘Over de grens van leven en dood’ verscheen in het aprilnummer 2016 van National Geographic Magazine. Zie hier een voorproefje van de andere verhalen in dit nummer. 

Meer over leven en dood: Fotografe Lynn Johnson bracht de bijna-dood-ervaringen van de geinterviewden in beeld. Als voorbereiding op deze reportage was ze ook getuige van de laatste dagen en het sterven van de 89-jarige vrouw Phyllis B. Andrews. Ze vertelt in deze video meer over haar werk.


Bekijk ook

Ads for you!

Beste bezoeker,

We zien dat je waarschijnlijk een adblocker of andere software gebruikt die onze banners ontregelt.
Dat vinden we jammer, hiermee missen we inkomsten voor onze site die we hard nodig hebben.
Merk daarom onze site als 'veilig' aan en volg deze instructies.

Dankjewel voor je tijd.
National Geographic Nederland/België

Sluiten