lezen Ver verleden

T. rex: Koningin van het Krijt

Bekijk Sluit

lezen Ver verleden

Twaalf meter lang, vijfduizend kilo zwaar en meer dan vijftig tanden van zo’n twintig centimeter lang. Op het menu één gerecht: vlees – minstens zeventig kilo per dag.

Datum
Auteur
Servaas Neijens
Fotograaf
Servaas Neijens

Moeizaam sjokte de oude dame voort. Haar botten deden pijn, de wond aan haar kaak was eigenlijk nooit goed genezen en vier gebroken ribben gaven haar nog steeds ongemak. Haar staart volgde haar nog trouw, maar door de vreemde knik erin leek het wel of deze eigenlijk een andere kant op wilde gaan. Ze had al in tijden niet meer gegeten, haar laatste krachten waren uit haar kolossale lichaam weggevloeid. Aan de oever van een rivier gaf ze het op. 66 miljoen jaar lang zou niemand van haar bestaan weten.

Toch weten we nu wie ze is. Ze heeft nu zelfs een naam gekregen: Trix. Het prachtige fossiel, een uitstekend bewaard gebleven vertegenwoordiger van de soort Tyrannosaurus rex, werd in september 2013 door een team van het Leidse ­Naturalis Biodiversity Center opgegraven in Montana. Maar wat brengt een Nederlands museum ertoe zo’n dier te gaan zoeken? Wim Pijbes, destijds directeur van het Rijksmuseum, gaf het antwoord: “Het is de Nachtwacht van de natuurhistorie.” Het ideale visitekaartje voor een natuurhistorisch museum.

De zoektocht van Naturalis begint in 2012 wanneer directeur Edwin van Huis op een vergadering zegt: “We zouden eigenlijk een T. rex in ons museum moeten hebben.” En wat zou mooier zijn dan hem ook nog zelf op te graven? Ik hoef dan ook niet lang na te denken wanneer ik word gevraagd om namens National Geographic mee te gaan op deze bijzondere jacht. 

Links: op de prairie in Montana heerst een landklimaat met hete zomers en strenge winteres. Het weer kan er plotseling omslaan, en bij onweersbuien valt er in korte tijd soms veel regen. Rechts: bij de avonduren hoort een kampvuur. Hier worden pitchfork steaks bereid. De pan bevat olie waarin met een riek enorme steaks worden ondergedompeld om te worden gefrituurd.

Machtige vleeseters

De systematische studie van dinosauriërs begon pas zo’n tweehonderd jaar ­geleden. Hun naam kregen ze in 1842 van de Engelse paleontoloog Richard Owen, die deze samenstelde uit de Griekse woorden deinos (verschrikkelijk) en sauros (hagedis).
Binnen deze diergroep met zijn onheilspellende naam neemt Tyrannosaurus rex, de ‘koning van de tiransauriërs’, een bijzondere plek in: hij behoorde tot de machtigste vleeseters ooit en bovendien was het een van de laatste dinosauriërs die leefden aan het eind van het Krijt, zo’n 66 miljoen jaar geleden. Het eerste exemplaar van T. rex werd in 1902 ontdekt in Montana. Rond die tijd werden nog een paar ‘rexen’ gevonden, maar daarna stokte de wetenschappelijke belangstelling voor dino’s. Ze werden meestal gezien als lompe dieren die hun uitsterven vooral hadden te danken aan hun eigen domheid.

Tot de Amerikaanse paleontoloog John Ostrom in de jaren zestig aantoont dat sommige dino’s geen domme, koudbloedige monsters waren, maar actieve, warmbloedige dieren die nog het meest op – niet-vliegende – vogels lijken. Deze dino’s, theropoden genoemd, zijn dus nooit helemaal uitgestorven: ze leven voort in onze duiven, kippen en merels. Sinds deze ontdekking wordt er weer op grote schaal naar dino’s gezocht. Ook het aantal vondsten van T. rex neemt toe, hoewel deze doorgaans beperkt blijven tot fragmentarische resten. Er zijn uitzonderingen. In 1990 wordt Sue gevonden, waarvan het skelet voor 73 procent compleet is. Stan, opgegraven in 1992, haalt 63 procent. Vrijwel alle overige vondsten blijven ver onder de 50 procent. 

Op expeditie

Eind april 2013 pak ik mijn tent in om samen met een team van Naturalis onder leiding van paleontoloog Anne Schulp te vertrekken naar Wyoming. Daar gaan we graven naar een T. rex die in de toekomst het museum moet opluisteren. Het ‘speurwerk’ is al gedaan door een rancher, ­Donley Darnell. Bij toeval stuit hij tijdens de coyotejacht op zijn land op een paar uit de kluiten gewassen knoken. Met een doos vol botten begeeft Darnell zich naar het Black Hills Institute, waar directeur Pete Larson ze meteen weet te identificeren. Larson gaf in het verleden leiding aan de opgravingen van zowel Sue als Stan, en zijn instituut geniet veel aanzien in de wereld van de paleontologie. Larson is op de hoogte van de wens van Naturalis om een T. rex te bemachtigen en neemt contact op met het museum. 

De T. rexbotten liggen in het midden van Darnells vijfhonderd vierkante kilometer metende ranch, een gebied zo groot als de Noordoostpolder. Larson en zijn team hebben ervaring in het terrein en beschikken over de juiste uitrusting: ­graafwerktuigen, vrachtwagens, watertanks, een veldkeuken. 

Hoewel het bijna mei is, is het bitter koud. Zodra mijn tent staat, loop ik met een dikke jas aan naar de vindplaats, even verderop. Schulp en Larson lopen er al rond, voorovergebogen, hun blik gericht op de schaars begroeide bodem. Binnen enkele minuten is het raak. Triomfantelijk houden ze een deel van een voetbeentje omhoog. Het ligt onder aan een helling van een meter of tien hoog. Daarin moet de rest van de T. rex te vinden zijn. Bij het verweren van de heuvel zijn de teenbotjes er als eerste uitgespoeld, is de veronderstelling.

Links: Anne Schulp, links, en Pete Larson werken geconcentreerd aan de schedel van Trix, terwijl Clayton Phipps het gipsverband wegzaagt. Rechts: De kop van Trix is ingepakt in gips en voorzien van een bekisting om hem te kunnen omkeren en te vervoeren naar een geschikte plek voor het schoonmaken en prepareren.

Wanneer ik na een ijskoude nacht uit mijn tent kruip, is het kamp al volop in bedrijf. Larson heeft koffiegezet in een antieke percolator en Schulp bakt eieren voor de hele club. Na een dag werken is een vlak van zo’n tweehonderd vierkante meter volledig doorzocht: tijd om ónder de grond te gaan kijken. Met spaden wordt beetje bij beetje de bodem afgeschraapt. Er komen nog enkele botfragmenten tevoorschijn, maar op een gegeven moment lijkt de bodem uitgeput. Dat klopt met de verwachtingen dat de belangrijkste resten van het dier zich in de helling achter ons bevinden. Om daar bij te komen, moeten met een graafmachine eerst de bovenste bodemlagen, centimeter voor centimeter, worden weggehaald. Na een paar dagen werken – er zijn inmiddels enkele meters afgegraven – worden de gezichten somberder. De eerste botten werden gevonden in een bepaald type zandlaag, maar die lijkt in de heuvel te ontbreken. Kan het zijn dat het spoor doodloopt? Na een week is het voor iedereen duidelijk: hier is niets meer te vinden. Verslagen breken we het kamp af. De gevonden stukken zijn amper voldoende om een voet te reconstrueren.

Er is één lichtpuntje: elders op de ranch zijn een jaar eerder illegale fossielenjagers betrapt die botten van een heel andere dinosauriër hebben blootgelegd: ­Triceratops, “de favoriete snack van T. rex”, zoals Larson hem graag noemt. We hebben nog enkele dagen voordat ons vliegtuig naar Nederland vertrekt. Daarom wordt er verder gegraven bij de triceratopsen. Al snel wordt onze teleurstelling verdreven door de vondst van de resten van zeker twee en misschien wel meer dieren – een heel zeldzame gebeurtenis en wetenschappelijk van groot belang.

Maar wanneer we half mei naar huis terugkeren, blijft de gedachte aan de gemiste T. rex knagen. Er moeten er in Amerika misschien nog wel duizenden liggen,
bedenk ik me. Sommige zijn onvindbaar, diep onder de grond, maar in een enkel geval komen ze door bodemverwering toch aan de oppervlakte – en liggen ze letterlijk voor het oprapen.

En dat is ook precies wat er kort na onze terugkeer in Nederland  gebeurt, al duurt het nog een paar maanden voordat dit nieuws bij Naturalis terechtkomt. 

Links: een rij wervels ligt te wachten om verder te worden uitgegraven. Het fijne zand laat de puntgave botten gemakkelijk los. Rechts: Trix werd teruggevonden in de Hell Creek-formatie, een bodemlaag die dateert uit het Maastrichtien, de laatste fase van het Krijt, tussen 72 en 66 miljoen jaar geleden. Deze bodemlagen die nu aan de oppervlakte komen, eroderen snel. Op de foto een opeenstapeling van millimeters dunne sedimentlagen, die snel afbrokkelen onder invloed van temperatuur, wind en regen.

Succes in Montana

In de omgeving van Jordan (Montana) worden vele, soms kostbare fossielen gevonden, en heel wat mensen zijn er dan ook actief naar op zoek. Zo ook Michele en Blaine Lunstad, die op een zondag in mei 2013 een wandeling maken over de ranch van hun buren, de Murrays. Wanneer ze over een heuveltje lopen, zien ze iets opvallends. “Daar lag het, het was overweldigend”, vertelt Michele, die in Nederland is geboren, maar al sinds 1968 in Amerika woont. Michele vertelt me hoe zij en haar man meteen een vermoeden hadden van wat ze hadden gevonden. “Maar het was te groot voor ons”, zegt Blaine. “Ik wist dat we hierbij hulp nodig hadden.” Het paar besluit een kennis in te schakelen: Clayton Phipps, die door het leven gaat onder de bijnaam Dino Cowboy, vanwege het grote aantal belangrijke vondsten dat hij op zijn naam heeft staan. Phipps kon direct hun vermoeden bevestigen. Het paar was gestuit op de schedel van een T. rex. 

Zodra het bericht via Pete Larson Edwin van Huis bereikt, aarzelt hij niet lang. Een schedel is de kroon op T. rex: deze kans kan Naturalis niet laten lopen. Eind augustus zit het hele team onverwacht weer op de prairie, en ditmaal zijn de verwachtingen nog hoger gespannen.

Maar al op de eerste dag graven maakt de spanning plaats voor euforie. De schedel blijkt zo goed als compleet te zijn en verkeert in uitstekende staat. Bij elke spade en elk mes dat in de grond wordt gestoken, komen botten tevoorschijn: een enorm dijbeen, een scheenbeen, dan weer een stuk van de heup, ribben en een hele rij wervels die gearticuleerd uit de bodem omhoog priemen. Het graven verloopt bijzonder voorspoedig. Alsof de dino in een zandbak ligt, je kunt de botten bijna schoon blázen. In het midden van de opgraving ligt een plek waar een grote hoop botten en botfragmenten is geconcentreerd. Gewapend met een grote zeef draag ik daar een steentje bij aan het werk. Mijn buit bedraagt enkele zakken botmateriaal, in grootte variërend van een splinter tot een appel. Dit is stof voor jaren puzzelwerk, denk ik bij mezelf. Maar op andere plaatsen komen botten ongeschonden uit de bodem, sommige ruim een meter lang. De enorme omvang van de dino wordt met elk bot duidelijker, en mijn ontzag voor het schepsel groeit navenant.

Clayton Phipps en Blaine Lunstad krijgen als vinders de eer om een zijkant van de schedel bloot te leggen. Al snel ontdekken ze een ruim twintig centimeter lange tand die aan één zijde kartels heeft, als van een steakmes. De kaken van T. rex waren ongelooflijk sterk en met de tanden, die ze overigens hun hele leven bleven wisselen, konden ze dertig centimeter dikke botten van Triceratops in één hap versplinteren. Hun spijsvertering was er dan ook op gericht om zowel vlees als bot te verteren. Binnen in de schedel vinden we ook een losse tand van een kleinere vleeseter. ­Misschien heeft hij als aaseter gesnoept van de dode T. rex.

Hun spijsvertering was er dan ook op gericht om zowel vlees als bot te verteren. 

Na twee weken is het werk gedaan. In het kamp wordt feestgevierd met een barbecue. De botten worden in een stevig gipsverband naar het Black Hills Institute gebracht om daar te worden geprepareerd, een klus die vele duizenden mensuren zal vergen. 

Links: Ruggenwervels, samengesteld uit origineel materiaal van Trix en delen van afgietsels van T.rex ‘Stan’. Rechts: afgietsels van tanden liggen klaar om in Trix te worden gemonteerd Omdat ze niet allemaal zijn teruggevonden, en er bovendien veel zijn versplinterd, worden ook tanden gebruikt van andere exemplaren.

Weerzien met een bekende

Tegelijk met het prepareren wordt ook allerlei wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd. Belangrijk is bijvoorbeeld de vraag: hoe kan het dat Trix zo goed bewaard is gebleven? Student geologie Pim Kaskes van de VU Amsterdam heeft mogelijk het antwoord gevonden. In Montana heeft hij onderzoek gedaan naar de bodemsamenstelling van de vindplaats. Uit de grootte van de zand- en kleideeltjes kan worden afgeleid wat de fysische gesteldheid was van het gebied. Kaskes heeft vastgesteld dat de korrel van het sediment vrij groot is. “Dat duidt erop dat er snelstromend water is geweest. Er is een dik pak zand in één keer afgezet, misschien binnen een paar dagen”, vertelt hij. Uit zijn analyses blijkt dat het ging om zeer kalkrijk zand. “Dat heeft het skelet beschermd tegen aantasting door zuren in de bodem.” Kort na de dood van Trix heeft een hoosbui waarschijnlijk een overstroming veroorzaakt, die het karkas in een lege geul spoelde en in korte tijd met zand begroef. 

Wanneer ik in juni dit jaar in het Black Hills Institute op bezoek ga bij de oude dame, is het stalen frame waarop zij in Leiden zal worden geëxposeerd grotendeels klaar. Het voelt als het weerzien met een oude bekende. Veel botten die ik herken van de opgraving in 2013 zitten al op hun plaats. Alleen de staart, de voorpoten en de schedel moeten nog worden toegevoegd. Het geheel wordt een groot bouwpakket dat in relatief korte tijd kan worden gemonteerd en gedemonteerd. 

Met Anne Schulp loop ik langs de kop en het skelet. “De conditie van de botten is geweldig”, vertelt hij. “Daardoor kunnen we er heel wat informatie uit aflezen.” We staan stil bij de kop. “Kijk,” zegt hij, “daar op de rechterbovenkaak heeft een enorme kaakontsteking gezeten, maar die is goed genezen.” Vlak daarnaast wijst hij grote krassen aan die vlak voor Trix’ dood zijn ontstaan. In de rechteronderkaak zitten drie grote gaten waar ze is gebeten door een soortgenoot. De ribbenkast is prachtig bewaard gebleven, zonder enige vervorming. “Maar daar zien we”, telt Schulp, “één, twee, drie, vier ribben naast elkaar die gebroken zijn geweest. Op die plek heeft ze een flinke klap gekregen. En ook het vorkbeen is verwrongen.” Achter in de heup bij de staartwortel zit ook een afwijking die ervoor zorgde dat de staart niet recht stond, en de staart zelf zit vol sponzige uitgroeisels. Het is al met al een uitgebreid medisch dossier, aldus Schulp. Maar, vervolgt hij, “we hebben nog iets bijzonders gevonden: een dertiende paarribben, heel klein en een beetje verstopt onder de heup. Dat is nog nooit eerder gezien bij T. rex.” 

In een hal van het Black Hills Institute wordt Trix opgebouwd. Het stalen steunskelet wordt zo gemaakt dat onderdelen makkelijk kunnen worden verwijderd, bijvoorbeeld voor onderzoek.

Ook in diverse laboratoria wordt onderzoek gedaan. Met een hogeresolutiescan van de schedel werden voorheen onbekende, flinterdunne botstructuren ontdekt, die mogelijk een rol speelden bij de warmte en vochthuishouding in de neus van T. rex. Onderzoek naar het calcium in het tandglazuur van Trix kan uitwijzen welk percentage van haar voeding uit botmateriaal bestond. Uit het strontium in het glazuur kan worden opgemaakt uit welke gebieden haar voedsel stamt; dit kan aanwijzingen opleveren voor het trekkend bestaan van Trix zelf, maar ook dat van haar prooidieren. Om haar leeftijd vast te stellen, worden dunne plakjes bot onderzocht op groeilijnen. “In dat opzicht is een dino net een boomstam”, aldus Schulp. De eerste resultaten duiden erop dat Trix misschien wel de oudste T. rex is die ooit is gevonden: ze werd zeker dertig jaar oud.

Voorlopig biedt Trix volop mogelijkheden voor onderzoekers om meer te weten te komen over haar en haar soort. “Het is goed dat Europese onderzoekers nu ook dichter bij huis onderzoek kunnen doen aan deze fascinerende dieren”, meent Pete Larson, “Dergelijke natuurschatten behoren toe aan de hele wereld.” 

Trix is vanaf deze maand in al haar glorie te zien in de tijdelijke tentoonstelling T. rex in Town bij Naturalis. En eind 2018 krijgt zij haar definitieve plek in het dan te openen nieuwe museumgebouw. Ik moest gauw maar weer eens bij haar langs.

In ons speciale dinodossier vindt u veel filmpjes en foto’s over de opgravingen van T. rex en Triceratops in Montana: kijk op natgeo.nl/dino. 


Bekijk ook

Ads for you!

Beste bezoeker,

We zien dat je waarschijnlijk een adblocker of andere software gebruikt die onze banners ontregelt.
Dat vinden we jammer, hiermee missen we inkomsten voor onze site die we hard nodig hebben.
Merk daarom onze site als 'veilig' aan en volg deze instructies.

Dankjewel voor je tijd.
National Geographic Nederland/België

Sluiten