Sinds het begin van de tachtigjarige oorlog was de viering van de Rooms Katholieke eredienst in de Nederlanden officieel verboden. Aanhangers van het Katholieke geloof moesten hun bijeenkomsten in het geheim houden. Vanaf 1682 tot 1817 gebeurde dit door de Zoetermeerse Katholieken in een schuilkerk aan de Voorweg (CHE 286). Aan het begin van de negentiende eeuw was het tij echter zodanig gekeerd dat de Katholieken een kerk in de Dorpsstraat konden bouwen. Deze werd in 1817 voltooid. In 1857 was de kerk al veel te klein om alle parochianen te kunnen huisvesten en werd een nieuwe kerk gebouwd - de voorganger van de huidige Nicolaaskerk.
In 1915 was de nieuwe kerk wederom te klein en moest worden uitgezien naar een nieuwe behuizing. Binnen 9 maanden tijd verrees toen een forse nieuwe katholieke kerk. Bouwpastoor W.J. Turnhout zat de werklieden stevig achter de vodden en schroomde niet om zelf de steigers te beklimmen.
Ondanks de schaarste tijdens de Eerste Wereldoorlog wist hij overal bouwmateriaal vandaan te halen. De totale kosten bedroegen fl.67.000,-. In maart 1916 werd de kerk gewijd door de bisschop van Haarlem.
Architect Jan Stuyt, een leerling van de beroemde Cuypers, ontwierp een gebouw geinspireerd op de neogotiek maar met strakkere modernere vormen. De spits toelopende gewelven bereiken een hoogte van 19 meter. In stijl geleek het zo een middeleeuwse kerk.
Aan de Dorpsstraat valt de grootte van de kerk niet zo op, ingeklemd tussen de naastliggende bebouwing. Binnen wordt men zich pas echt van de forse ruimte bewust.
Na de bouw werd tien jaar gewerkt aan de verfraaiing van het interieur. Behalve de pastoor op de preekstoel moesten ook de schilderingen van Frans Loots en Theo van der Lee de gelovigen verhalen vertellen. Zij zitten vol symboliek. Dat geldt ook voor de gebrandschilderde ramen met bijbelse voorstellingen.
In de 37 meter hoge toren hangen drie klokken. De oorspronkelijke klokken zijn in de Tweede Wereldoorlog gevorderd. Slechts één exemplaar is teruggevonden, welke nu de gelovigen naar de kerk De Doortocht toeluidt.
Over de bouw van de kerk is de volgende anekdote bekend:
Bij de afronding van de bouw van de kerk vroeg pastoor Turnhout aan Frans van Gool of hij de haan en het kruis op de spits van de toren wilde plaatsen. Frans vroeg de pastoor of er ook bier bij aanwezig was, waarop de pastoor antwoordde: "Ben je bedonderd, als je eruit lazert heb ik het gedaan!" De haan werd toch aangebracht, maar bleef vreemd genoeg onbewegelijk in één stand staan. Toen de pastoor zich daarover verwonderde en Frans Vergool bij zich op het matje riep, bleek deze er uit wraak een spijker tussen te hebben gestopt, zodat de haan niet kon draaien. De pastoor was woest, uiteraard. "Wel" zei Frans, "ik ga nog één keer naar boven, op voorwaarde dat ik mijn biertje krijg!" Toen hij zijn zin kreeg kon de haan van de Katholieke kerk uiteindelijk toch weer alle windrichtingen uitdraaien.
Achter de kerk ligt het uit 1827 stammende kerkhof. Daar is ook goed de wit-zwart geblokte fries op de absis van de Nicolaaskerk te zien, een soort handtekening van de architect