torenvalkje
Een veel geziene gast De torenvalk voelt zich goed thuis in de buurt van de mens, zelfs in de stad. Ze broeden tot midden in onze steden en dorpen, in kerktorens en andere gebouwen, ruïnes, fabrieken, hoogspanningsmasten, windmolens, stallen en schuren, maar ook veel in oude nesten van eksters, zwarte kraai, in eendenkorven en de laatste tientallen jaren ook in de speciaal voor hen opgehangen nestkasten. De torenvalk past zich makkelijk aan en voelt zich ook thuis in duin, bos en hei. Omdat hij lastige knaagdieren (muizen en ratten) eet, wordt hij over het algemeen als een nuttig dier beschouwd. Het is de meest geziene roofvogel die overdag jaagt. De torenvalk jaagt bij voorkeur boven open terrein. Torenvalken zijn vaak gemakkelijk te herkennen door het stilstaan in de lucht, het zogenaamde 'wiekelen' of 'bidden'. Ze zijn dan op zoek naar muizen en ze duiken naar beneden als ze er een kunnen pakken. Ze kunnen tot wel 30 m hoogte staan bidden. Bij het bidden vliegt de torenvalk tegen de wind in met dezelfde snelheid als de wind. je kunt dus aan een biddend torenvalk zien waar de wind vandaan komt; hij staat altijd met de kop in de wind. Geen nestbouwers De hofmakerij is in maart of begin april en bestaat uit een luchtshow, waarbij het mannetje boven het vrouwtje, dat op een tak zit, rondcirkelt. Torenvalken maken geen nest, zodat de eieren in het verlaten nest van grote vogels, zoals kraaien, of op een richel van een rots of holle boom gelegd worden. Het wijfje broedt hoofdzakelijk, terwijl het mannetje haar eten brengt. Als de eieren uitgekomen zijn, houdt het wijfje de jongen warm, terwijl het mannetje doorgaat met voedsel brengen. Na 4 tot 5 weken kunnen de jongen vliegen. Ze worden dan nog een tijd lang gevoerd. Als ze uiteindelijk uitvliegen ligt het nest vol braakballen van de jonge vogels.
... loading ...

 

Foto's

torenvalkje