Costa Rica

Costa Rica: Groen en puur

We volgen de Green Circle, een route door Costa Rica langs vijf bijzondere plekken met een eigen verhaal en een eigen karakter. maandag, 3 juli

Von Aart Aarsbergen
Foto's Van David de Jong

Het heldere maanlicht werpt een zilveren glans op de branding van de Grote Oceaan. We zitten de avond voor volle maan aan tafel op het strand van Montezuma: de eigenaren van het resort, hun zoon, fotograaf David en ik. Lenny en Patricia vertellen over Costa Rica en hoe ze zich lang geleden hier hebben gevestigd, toen Montezuma nog een vissersdorp was en zij met het drogen van fruit in hun levensonderhoud voorzagen. Op zeker moment zien we in het donker bij de zee achter ons twee mannen scharrelen. Ze lijken iets te zoeken en schijnen met rode lampjes over het strand. Dan ontwaren we de contouren van een schildpad die zich vanuit zee een weg baant over het strand. Het is een warana, of dwergschildpad, van zo’n 70 centimeter lengte, een soort die veel rond de evenaar voorkomt.

Op amper drie meter afstand van ons begint de schildpad met de achterzwempoten in het zand te graven. De medewerkers van het plaatselijke zeeschildpadbeschermingsproject ASVO, die de schildpad hadden gespot, helpen haar met graven. Als de kuil diep genoeg is, legt ze in een soort diepe trance haar eieren, op het strand waar ze ooit zelf ter wereld is gekomen. Het zijn ronde eieren ter grootte van een pingpongbal. De medewerkers meten het reptiel op en brengen twee tags aan haar voorzwempoten aan. We kijken nieuwsgierig in stilte toe. Een van de strandwachters geeft me een plastic handschoen. ‘You wanna try?’ Ik trek de blauwe handschoen aan en reik naar de bodem van de kuil. Daar raap ik vier eieren op en nog een keer drie. Ze voelen best vreemd aan, wat plakkerig met een zachte schil. Na 68 eieren is ze klaar. De warana vult de kuil met zand.

De strandwachters nemen de zak met eieren mee naar hun reddingcentrum verderop, waar ze onder beschermende omstandigheden werden ingegraven. Als de eieren daar uitkomen, worden de schildpadjes onder begeleiding op het strand losgelaten. De schildpad draait zich langzaam om en kruipt over het strand naar de zee. Een eerste golf die over het strand uitrolt, werpt haar wat naar achter, de volgende golf is groter en trekt haar mee het water in. Wat rest zijn haar sporen in het zand.

Montezuma, gelegen op het schiereiland Nicoya, is een van de plekken die we op onze rondreis door Costa Rica aandoen. We volgen de Green Circle, een tocht door het groene Costa Rica, georganiseerd door het Nederlandse echtpaar Ed Smit (47) en Renee Snijders (35) van de organisatie Edventure Costa Rica. ‘Met de Green Circle willen we een andere kant van dit mooie land laten zien,’ zegt Ed. ‘Buiten de betreden paden.’ En Renee vult aan: ‘Voor onze huwelijksreis hebben we met vrienden een tocht gemaakt langs plekken die wij bijzonder vonden. Toen dachten we, als we de eigenaren van deze accommodaties nu eens bij elkaar brengen om te kijken of we elkaar kunnen inspireren en versterken. Daaruit is de Green Circle ontstaan, een tocht langs bijzondere bestemmingen­ die allemaal een eigen, authentiek verhaal hebben.’

OP HACIENDA LA ISLA, aan de rand van nationaal park Braulio­ Carrillo in het Costa Ricaanse laagland, ontmoeten we Jean Pierre Knockaert (57). Hij is eigenaar van de hacienda, waar hij een aantal gastenverblijven heeft, en runt met een aantal Belgische zakenpartners de Sarapiquis Rainforest Lodge, een kwartiertje rijden verderop. Zijn beroep is hotelier, maar Jean Pierre, afkomstig uit Brugge, praat vooral graag over het bos van Costa Rica en zijn bewoners. ‘Ik ben opgeleid als humaan ecoloog, zo ben ik zo’n 18 jaar geleden in Costa Rica voor onderzoek terechtgekomen. Costa Rica staat vooral bekend als een natuurbestemming, maar het kent ook heel interessante precolumbiaanse cultuur. Ik interesseer me vooral voor de indigenas en wat het tropische woud voor hen betekende.’ Het land vormde een doorgangsroute tussen de Meso-Amerikaanse rijken in het noorden en het Incarijk in het zuiden. Het aandeel van de indianen in de huidige bevolking van Costa Rica is nog maar heel bescheiden: minder dan 2 procent.

Jean Pierre heeft op zijn hacienda een bijzondere medicinale kruidentuin aangelegd op basis van het beroemde Badianus-manuscript uit 1552. In dit manuscript hebben twee Azteken op verzoek van de Spaanse onderkoning Antonio de Mendoza hun kennis van de medicinale fauna opgetekend. De Franciscaner monniken, die in het gevolg van de conquistadores de Nieuwe Wereld­ binnentrokken, waren enorm onder de indruk van de grote kennis die indianen hadden van de heilzame eigenschappen van planten en kruiden in het tropische regenwoud. ‘Nog altijd weten sjamanen heel veel van de geneeskrachtige krachten van het tropisch bos,’ zegt Jean Pierre. ‘Hun kennis is een aanvulling op de westerse rationele kennis. Ik sta zeer open voor hun benadering.’ 

Jean Pierre probeert de cultuur van de indianen onder de aandacht van zijn gasten te brengen. Op de Sarapiquis Rainforest Lodge, waar in 1999 in de sinaasappelboomgaard een 600 jaar oud precolumbiaans grafveld werd gevonden, heeft hij een museum ingericht.­ Verder bestaat er de mogelijkheid onder leiding van een Malekugids, een vertegenwoordigster van een stam die nog maar uit zeshonderd leden bestaat, het grafveld te bezoeken en er worden demonstraties van oude pottenbaktechnieken gegeven. Sinds kort organiseert Jean Pierre een ‘chocoladetour’ op Hacienda­ la Isla, waarin deelnemers leren over de geschiedenis van de cacao, ‘het bloed van de goden’ dat voor de indianen als een heilige drank gold. Na de tocht kunnen deelnemers zelf cacaodrank maken, op de traditionele manier waardoor een bittere smaak ontstaat, of zoals de Spanjaarden de chocolade dronken: gezoet met rietsuiker van de suikermolens uit het Caribische gebied.

IK LOOP OVER HET UITGESTREKTE TERREIN van Rancho Margot, gelegen aan de voet van de tot voor kort actieve Volcán Arenal, in de buurt van La Fortuna. Het beboste heuvelland vormt een corridor tussen het tropisch regenwoud van El Castillo en het nevelwoud van Monteverde, zo’n vijftien kilometer verderop. Alles­ is weelderig begroeid en intens groen. Het is het einde van de regentijd, maar de neerslag komt nog met bakken uit de hemel.­ Overal hoor ik water: in de beekjes, langs het voetpad, op de bladeren, op mijn jas en paraplu. De regen hoort bij het tropisch regenwoud, ik geniet ervan. Het overvloedige regenwater maakt dat de omgeving zo uitbundig en intens groen is. 

Ooit was dit een veeboerderij, een kaalgegraasde grasvlakte met sporadisch een boom. In 2004 bezocht Juan Sostheim met zijn zoon het gebied en besloot: hier wil ik leven. Hij kocht de boerderij en het land zonder er eigenlijk al een bestemming voor te hebben. Nu zijn de 160 hectare grotendeels herbebost, heeft de bodem zich hersteld en is de oorspronkelijke flora en fauna teruggekeerd.

Juan Sostheim (63) stond op een keerpunt in zijn leven. Hij is in Chili geboren als zoon van een joods echtpaar dat voor de Tweede Wereldoorlog vanuit nazi-Duitsland naar Zuid-Amerika was gevlucht. Na een studie in de Verenigde Staten maakte hij carrière als zakenman. Hij werkte voor de fastfoodketen Burger King, die hij in Europa introduceerde, en was enige jaren eigenaar van een chemische fabriek in Gorinchem. In 2002 kreeg hij een hartaanval, voor hem een teken dat hij zijn leven moest veranderen. ‘Je kunt een van mijn belangrijkste patiënten worden, zei mijn dokter. Of je gooit het roer radicaal om.’ Juan verkocht zijn bezittingen en startte het avontuur met Rancho Margot, genoemd naar zijn moeder. ‘Ik wilde gezond gaan leven en mijn eigen eten verbouwen.’

Sostheim besloot een biologische, zelfvoorzienende landbouwgemeenschap te stichten. ‘Ik wilde een gesloten cirkel van duurzaamheid creëren,’ vertelt Sostheim als hij me over zijn uitgestrekte boerderij rondleidt. Rancho Margot is een behoorlijk eind op weg in dat proces. Het voedsel wordt verbouwd zonder chemische bestrijdingsmiddelen, de kippen, varkens, koeien en paarden worden duurzaam verzorgd. Elektriciteit wordt opgewekt met twee hydro-elektrische turbines, de mest van het vee wordt met een zogenaamde biodigester omgezet in biogas dat in de keuken wordt gebruikt om het eten te koken. Met compostverwerking wordt het water voor de gastenlodges verwarmd en van de afgewerkte olie in de keuken worden zeep en andere wasmiddelen gemaakt. ‘Afval is bij ons een grondstof,’ zegt Juan. Er werken inmiddels zo’n 35 mensen, de meesten afkomstig uit de omgeving, en elk jaar ontvangt de boerderij hulp van een groot aantal vrijwilligers.

Rancho Margot is een internationaal voorbeeld van duurzame ontwikkeling en ecotoerisme. CNN portretteerde de charismatische Juan Sostheim in een programmaserie over innovatie: The Next List. De boerderij heeft tal van onderscheidingen gekregen. In 2011 constateerde Carbon Clear, een bedrijf dat zich wereldwijd bezighoudt met broeikasgasreductie, dat Rancho Margot een negatieve CO2-afdruk heeft: het bedrijf onttrekt meer broeikasgas aan de atmosfeer dan dat ze erin pompt. 

‘Heb je nu de rust gevonden die je zo nodig had?’ vraag ik Juan na zijn rondleiding. Hij glimlacht en schudt nee. ‘Elke dag moet ik aan de slag, altijd is er wel wat aan de hand. Maar ik heb kinderen en kleinkinderen. We moeten de wereld netjes aan hen overdragen. Ik heb geen keuze, het is een plicht.’ Hij ziet zichzelf meer als entepreneur dan als horecaondernemer. ‘De gastenlodges zijn slechts een onderdeel van het hele project. Het horecadeel is nodig voor de afzet van de producten van de boerderij. Maar het belangrijkste voor mij is dat we een levende universiteit zijn, we werken wereldwijd samen met meer dan 50 onderwijsinstellingen en ontvangen jaarlijks vele studenten. Ik wil laten zien dat duurzaam ondernemen loont. Veel van dit soort initiatieven zijn gebaseerd op idealisme en gaan aan goede bedoelingen ten onder. Ik baseer mij op economische principes.’

IK ZIT VOORAAN IN DE KANO. Langzaam, met gelijkmatige slagen, varen we vrijwel geruisloos door de kreken in het regenwoud bij ecolodge Maquenque, gelegen bij Boca Tapada, zo’n twintig kilometer van de grens met Nicaragua. Oscar, een geoefend kanovaarder, loodst me met speels gemak langs de drijvende boomstammen en andere obstakels. Het is vroeg in de ochtend, de zon is net op en zet het bos in een betoverend licht. We praten weinig en luisteren vooral naar de vele geluiden om ons heen. Krakende takken, druppels die van de bladeren vallen, de kakafonie van vogelgeluiden. Zo nu en dan noemt Oscar de naam van een vogel en wijst naar de kant of naar boven. ‘Op die tak daarboven een violette sabelvleugel.’ En: ‘Daar twee grote groene ara’s, die zijn heel zeldzaam.’ Het gefluit, geroep, gekwetter en geschreeuw van de vogels vullen de vroege ochtend. Het bos is vol met leven en ik geniet er intens van. 

Op de terugvaren vertelt Oscar (38) het verhaal van de familie Artavia. Zijn grootvader vestigde zich als veeboer in deze verlaten streek aan de grens met Nicaragua. Zijn vader nam de boerderij over en het lag voor de hand dat Oscar en zijn broers dat ook zouden doen. Maar zij kozen een nieuwe weg. Op basis van de ervaringen van Oscar, die enige tijd in de Verenigde Staten in de toeristenbranche had gewerkt, rijpte het idee om de boerderij om te vormen tot een ecoresort. Zes broers en een zus bouwden op deze geweldige plek een prachtig complex met een aantal ruime lodges. Vanaf het enorme terras van de centrale eetruimte is er de hele dag veel te zien in en rond de waterpoel, van kaaimannen tot zeldzame vogels als toekans, agamireigers, diverse kolibries.

Ieder lid van de familie heeft zijn rol in het bedrijf dat inmiddels bijna zestig mensen in dienst heeft en naast de Maquenque Lodge ook nog twee touroperators in La Fortuna omvat. Oscar is de algemeen manager, zijn jongere boer Julio runt de lodge, samen met zijn zus Virginia. Oscar: ‘We zijn geïnteresseerd in natuur en natuureducatie. We moeten het leven van de vele dieren in het regenwoud beschermen.’ Want ook in Costa Rica neemt de ont­bossing ernstige vormen aan en valt veel grond ten prooi aan bananen- en ananasplantages, veelal door buitenlanders gefinancierde monoculturen die alleen met veel onkruidbestrijding en bijbehorende vervuiling kunnen functioneren. ‘Toerisme is een middel om dit gebied tegen ontbossing te beschermen.’ Maquenque­ zoekt daarom aansluiting bij de plaatselijke school in Boca Tapada, gasten zijn welkom een bezoekje aan de klas te brengen. ‘We willen de jeugd hier bekend maken met het toerisme, dat kan de redding van deze streek zijn.’ Een groot deel van de bevolking van het dorp vindt inmiddels emplooi bij de lodge.

In de avond, na het eten, komt Oscars vader Eduardo samen met zijn beste vriend, de oude schoolmeester van het dorp, naar de eetzaal. Eduardo speelt gitaar, de beide mannen zingen. Hun liedjes zijn eenvoudig en klinken sentimenteel, maar door hun oprechtheid weten ze me te ontroeren. Andere familieleden vallen in: schoonzoon Pablo, dochter Virginia, Oscar zelf. Ze zingen zelf gecomponeerde liedjes over de Rio San Carlos waaraan Maquenque­ ligt, en over de grote groene ara’s. Deze enorme papagaaien, die je bijna altijd als koppel ziet vliegen, zijn het symbool van het tropische regenwoud. Ze zijn volledig afhankelijk van wilde amandelbomen die steeds vaker ten prooi vallen aan de kettingzaag van geldbeluste houtvesters. 

De muziek maakt me weemoedig. Ik ben onder de indruk van de mensen die ik heb ontmoet en die mij hebben doen beseffen dat het behoud van het regenwoud de enige manier is om hun gemeenschap een beter bestaan te bieden. Maar kunnen zij opboksen tegen die sterke, vaak internationale krachten die het regenwoud willen kappen voor het kostbare hardhout of om er lucratieve plantages te vestigen? Ik wil het geloven, ik wil oprecht geloven in de kracht van Oscar en zijn geestverwanten die Costa Rica groen en puur willen houden. Ik wil het, maar kan ik het ook?

Kijk hier voor meer informatie

Volg