Een portretfoto hoeft niet per se een kop-en-schouderfoto te zijn, zoals bij een pasfoto bijvoorbeeld. Het kan een extreme close-up zijn van de ogen van een mooi meisje of een groothoekopname van de slager in de buurt achter zijn toonbank.
Een portretfoto kan alle vormen en maten hebben. Experimenteer met uw onderwerpen. Denk eraan dat bij het maken van een portret twee mensen betrokken zijn: de fotograaf en het onderwerp. Maak contact en zorg voor een goede verstandhouding. In de portretfotografie gaat het om de samenwerking.
Bij close-upportretten is licht bijzonder belangrijk, omdat dit bepaalt hoeveel detail je in het gezicht te zien krijgt. Direct licht bijvoorbeeld laat alles van de huid zien en maakt rimpels duidelijk zichtbaar, iets wat prima werkt bij karakterstudies. Zacht licht flatteert meer en verhult allerlei oneffenheden.
Fotobijschrift: Robert Clark kadreerde het gezicht van deze jonge vrouw zo dat de schoonheid van haar huid onmiddelijk in het oog springt.






