De Schotse schipper Andrew Leaper deed eerder dit jaar een opmerkelijke vondst in zijn visnetten: flessenpost uit 1914. De fles bevatte echter geen brief vol liefdesverdriet of een S.O.S. van een verloren matroos.
“Vermeld waar en wanneer u deze kaart heeft gevonden en lever hem in bij het dichtstbijzijnde postkantoor. In ruil daarvoor zult u worden geïnformeerd over de tijd en locatie van het in zee gooien van deze boodschap…” Zo luidt de tekst op het briefje in de postfles. De 98-jaar-oude fles is als oudste erkend door Guinness World Records. De vorige postfles werd in 2006 toevallig genoeg gevonden door Mark Anderson, een maat van Leaper, die destijds hetzelfde schip, de Copious, bevoer.
Op 1 juni 1914 wierp Kapitein C. Hunter Brown van de Glasgow School of Navigation een fles met het nummer 64 6b samen met 1889 andere flessen overboord. Zijn doel: het onderzoeken van lokale onderstromingen in de Noordzee. “Drijvende flessen waren aan het begin van de vorige eeuw een goede informatiebron voor oceanografen. Met de data over de vondst van de flessen konden ze een duidelijk beeld schetsen van zeestromingen in de zeeën rondom Schotland,” vertelt Bill Turrel, van Marina Schotland Science, een overheidsorganisatie die onder meer het logboek van Kapitein Brown nog steeds bijhoudt door elke fles uit het onderzoek die nu wordt gevonden te documenteren.
Uiteraard bestaat flessenpost al langer dan 98 jaar. Een opmerkelijk voorbeeld is de maatregel die koningin Elizabeth I van Engeland in de zestiende eeuw trof. Uit angst voor bekendmaking van geheime informatie gaf zij een persoon de titel ‘Ontkurker van flessen’. Wie een postfles zelf ontkurkte kreeg de doodstraf. Groot-Brittannië is niet de enige plek waar de manier van communicatie werd toegepast. Een ander voorbeeld is dat van de Japanse schatzoeker Chunosuke Matsuyama, die in de achttiende eeuw schipbreuk leed op een eiland in de Grote Oceaan. Hij kerfde een boodschap in kokosnoothout, deed dit in een fles en gaf deze mee aan de golven. De fles werd gevonden in 1935, naar verluidt in de geboorteplaats van Matsuyama.
Het gebruik van postflessen mag dan ouderwets lijken, veel wetenschappers vinden de methode nog steeds erg bruikbaar om informatie te verzamelen over onderwaterstromingen. De Amerikaanse kapitein Sean Bercaw, die jonge mensen opleidt tot zeeman, heeft al sinds de jaren ’70 een obsessie met drijvende flessen. In die tijd zeilde hij de wereld rond met zijn ouders op een twaalf meter lange boot genaamd Natasha. Als tienjarige gooide Bercaw al veertig flessen overboord waarop hij twee reacties kreeg.
Vijfentwintig jaar later begon hij het project opnieuw. Intussen heeft hij meer dan 250 stevig gekurkte wijnflessen in de zee gepost, waarvan er al zo’n vijftig zijn teruggevonden en gemeld. “Onder de vinders bevinden zich kinderen van zeven, maar ook mensen van in de zeventig,” vertelt hij. “Ik heb een keer twee flessen aan de oostkust van de VS in het water gegooid. Ze kwamen allebei aan in Frankrijk, de een ongeveer anderhalf jaar later, de ander maar liefs 10 jaar later. “Wat ik zo fascinerend vind aan flessenpost is hoe het verschillende onderdelen van onze samenleving bij elkaar brengt,” vertelt Bercaw. “Aan de ene kant kennen wij natuurwetenschappen en aan de andere kant menswetenschappen. Postflessen bieden een combinatie van beiden; je leert over oceaanstromingen, maar de berichten zelf zijn menselijk.”





