Het Grote Merengebied in Oost-Afrika kent vanouds een grote biodiversiteit, maar het is nu ook een van ’s werelds dichtstbevolkte gebieden. Mens en dier strijden er om de schaarse bodemschatten en levensruimte.
De Westelijke Rift is een regenachtig gebied in het oosten van Afrika met diepe meren, een vulkanische bodem en een grote biodiversiteit. Het is ook een van ’s werelds dichtbevolktste gebieden, en geeft zo een goede indruk van de problemen die bevolkingsgroei met zich meebrengt. In de felle strijd om delfstoffen en levensruimte – en tussen mens en dier – wordt grof geweld gebruikt. Zijn die conflicten beheersbaar? En is er straks nog ruimte voor de natuur?
De mwami is niet vergeten dat hij vroeger een soort koning was. Zijn oordeel was heilig, zijn wil was wet. In 1954 werd hij, net als zijn vader en grootvader voor hem, hoofd van de Bashali’s in het district Masisi, een heuvelachtige gebied in het oosten van de Democratische Republiek Congo. Sylvestre Bashali Mokoto heet hij voluit, maar de andere dorpshoofden spreken hem nog altijd aan met doyen, baas. Het grootste deel van zijn leven heette de mwami alle nieuwkomers in zijn gebied hartelijk welkom. Hij gaf hun een stukje grond, in ruil voor de runderen of andere geschenken die ze voor hem meebrachten.
Nu zit het hoofd op een groezelige bank in een armoedige hut in de Congolese stad Goma, een paar uur rijden ten zuiden van Masisi. In het gebied waar hij ooit heer en meester was, woedt al ruim tien jaar een humanitaire crisis. Het oosten van Congo is onder de voet gelopen door duizenden Tutsi’s, Hutu’s en Hunde die vechten om wat ze als hun rechtmatige eigendom beschouwen; door milities die met geweld land opeisen; door veeboeren op zoek naar verse weidegrond; door horden vluchtelingen uit alle hoeken van deze vruchtbare maar ernstig overbevolkte regio in Oost-Afrika. Toen de mwami een paar jaar geleden door een rebel van zijn tachtig hectare grote terrein werd geschopt, moest ook hij vluchten. Diep vernederd zocht hij zijn toevlucht in de hut in Goma.
Niet dat hij daar zijn leven zeker is. Twintig jaar geleden had Goma zo’n vijftigduizend inwoners, nu zeker het twintigvoudige. De rommelige, onverlichte straten worden onveilig gemaakt door losgeslagen gewapende mannen in uniform. Vanuit de bossen trekt dag en nacht een lange stoet houtskoolverkopers per fiets of chukudu (een soort houten scooter) naar de plaatselijke markt. Ten noorden van de stad borrelt de Nyiragongo, een vulkaan die bij de laatste uitbarsting in 2002 de complete winkelwijk met een laag kolkende lava bedekte. Ten zuiden ligt het Kivumeer, waarin zo veel kooldioxide en methaan zit dat het volgens experts een kwestie van tijd is voordat heel Goma en omgeving door een gasexplosie wordt weggevaagd.
De mwami is niet vergeten dat hij vroeger een soort koning was. Zijn oordeel was heilig, zijn wil was wet. In 1954 werd hij, net als zijn vader en grootvader voor hem, hoofd van de Bashali’s in het district Masisi, een heuvelachtige gebied in het oosten van de Democratische Republiek Congo. Sylvestre Bashali Mokoto heet hij voluit, maar de andere dorpshoofden spreken hem nog altijd aan met doyen, baas. Het grootste deel van zijn leven heette de mwami alle nieuwkomers in zijn gebied hartelijk welkom. Hij gaf hun een stukje grond, in ruil voor de runderen of andere geschenken die ze voor hem meebrachten.
Nu zit het hoofd op een groezelige bank in een armoedige hut in de Congolese stad Goma, een paar uur rijden ten zuiden van Masisi. In het gebied waar hij ooit heer en meester was, woedt al ruim tien jaar een humanitaire crisis. Het oosten van Congo is onder de voet gelopen door duizenden Tutsi’s, Hutu’s en Hunde die vechten om wat ze als hun rechtmatige eigendom beschouwen; door milities die met geweld land opeisen; door veeboeren op zoek naar verse weidegrond; door horden vluchtelingen uit alle hoeken van deze vruchtbare maar ernstig overbevolkte regio in Oost-Afrika. Toen de mwami een paar jaar geleden door een rebel van zijn tachtig hectare grote terrein werd geschopt, moest ook hij vluchten. Diep vernederd zocht hij zijn toevlucht in de hut in Goma.
Niet dat hij daar zijn leven zeker is. Twintig jaar geleden had Goma zo’n vijftigduizend inwoners, nu zeker het twintigvoudige. De rommelige, onverlichte straten worden onveilig gemaakt door losgeslagen gewapende mannen in uniform. Vanuit de bossen trekt dag en nacht een lange stoet houtskoolverkopers per fiets of chukudu (een soort houten scooter) naar de plaatselijke markt. Ten noorden van de stad borrelt de Nyiragongo, een vulkaan die bij de laatste uitbarsting in 2002 de complete winkelwijk met een laag kolkende lava bedekte. Ten zuiden ligt het Kivumeer, waarin zo veel kooldioxide en methaan zit dat het volgens experts een kwestie van tijd is voordat heel Goma en omgeving door een gasexplosie wordt weggevaagd.
Lees het volledige artikel
National Geographic magazine Editie November 2011
€ 4,95 Bestel in webshop ›




