Peneda-Gerês verenigt wilde natuur en menselijke beschaving. De uitdaging voor het Portugese park is de natuur te beschermen en tegelijk de mens kansen te bieden.
Tegen de avond loopt bioloog Francisco Álvares door het dorp Pitões das Júnias in Noord-Portugal. Hier en daar groet hij een oude bekende. Twee zwartgeklede weduwen leggen vriendschappelijk een hand op zijn arm als hij bij de straathoek aankomt waar ze volksliedjes voor elkaar zingen.
Hij knikt naar een mooi blond tienermeisje dat net de geiten van haar vader heeft opgehokt en maakt grappen met een veehouder die zijn langhoornrunderen naar de stal brengt. Aan de rand van het dorp blijft hij staan. Hij kijkt naar het westen, waar de lappendeken van akkers overgaat in een dicht eikenbos. Dan zet hij zijn handen aan zijn mond, hij haalt diep adem en begint een luide diepe kreun die eindigt in een schrille kreet. De enige reactie is het zuchten van de wind in de bomen en het geklingel van een koeienbel.
Hij roept nog eens, en nog eens. Ten slotte krijgt hij antwoord, verrassend hard en dichtbij. Het is hetzelfde klaaglijke geluid dat aanzwelt tot een hoog gejammer: wolvengehuil! Er verschijnt een glimlach op Álvares’ gezicht. Dan loopt hij op het geluid af, het donkere bos in. “Er zit hier al minstens tien jaar een roedel wolven in de heuvels,” vertelt hij op gedempte toon wanneer we verder lopen. “Ze eten alle honden, geiten en kalveren op die ze te pakken kunnen krijgen.
Een paar jaar geleden hebben ze midden in de nacht ín het dorp een ezel opgejaagd en te grazen genomen.” Pitões das Júnias ligt in Peneda-Gerês, het eerste en enige nationale park van Portugal. Levende have, zowel tam als wild, is er in overvloed.
Hij knikt naar een mooi blond tienermeisje dat net de geiten van haar vader heeft opgehokt en maakt grappen met een veehouder die zijn langhoornrunderen naar de stal brengt. Aan de rand van het dorp blijft hij staan. Hij kijkt naar het westen, waar de lappendeken van akkers overgaat in een dicht eikenbos. Dan zet hij zijn handen aan zijn mond, hij haalt diep adem en begint een luide diepe kreun die eindigt in een schrille kreet. De enige reactie is het zuchten van de wind in de bomen en het geklingel van een koeienbel.
Hij roept nog eens, en nog eens. Ten slotte krijgt hij antwoord, verrassend hard en dichtbij. Het is hetzelfde klaaglijke geluid dat aanzwelt tot een hoog gejammer: wolvengehuil! Er verschijnt een glimlach op Álvares’ gezicht. Dan loopt hij op het geluid af, het donkere bos in. “Er zit hier al minstens tien jaar een roedel wolven in de heuvels,” vertelt hij op gedempte toon wanneer we verder lopen. “Ze eten alle honden, geiten en kalveren op die ze te pakken kunnen krijgen.
Een paar jaar geleden hebben ze midden in de nacht ín het dorp een ezel opgejaagd en te grazen genomen.” Pitões das Júnias ligt in Peneda-Gerês, het eerste en enige nationale park van Portugal. Levende have, zowel tam als wild, is er in overvloed.





