De camera obscura van fotograaf Abelardo Morell verandert een verduisterde kamer in een magisch landschap.
Wanneer licht door een kleine opening een donkere ruimte binnendringt, gebeurt er iets bijzonders. Aristoteles beschreef het verschijnsel in de vierde eeuw v.Chr. In de Renaissance legde Leonardo Da Vinci het proces in een schets vast. Maar het werkt ook in een klaslokaal in Boston.
Het is 1988 wanneer de op Cuba geboren Abelardo Morell, die een cursus fotografie voor beginners verzorgt aan een kunstacademie, op een zonnige dag de ramen van het klaslokaal met zwart plastic bedekt. Hij snijdt een gat ter grootte van een munt uit in het materiaal en zegt zijn studenten dat ze moeten opletten. Vrijwel onmiddellijk komt de achterwand tot leven, als een filmdoek, waarop schimmige beelden van voorbijgangers en auto’s buiten verschijnen.
Maar het beeld staat ondersteboven: de hemel ligt op de grond, de grond zit tegen het plafond. Morell had van het lokaal een camera obscura gemaakt. Het moeilijkste aan dit verschijnsel is om uit te leggen hoe het werkt. Een camera obscura ontvangt beelden op dezelfde manier als het menselijk oog – door een kleine opening, én ondersteboven. Het licht van buiten dringt onder een bepaalde hoek het gat binnen. In neerwaartse richting wanneer het van de bovenkant van objecten, bijvoorbeeld bomen, wordt weerkaatst; en naar boven indien het van een lager niveau, bijvoorbeeld bloemen, afkomstig is. In de donkere ruimte kruisen de lichtstralen elkaar en vormen ze een omgekeerd beeld. Het lijkt een wonder, maar het is eenvoudige natuurkunde.
Het brein corrigeert automatisch het beeld dat het oog ontvangt; in een gewone camera doet een spiegel hetzelfde. Een draagbare versie van de camera obscura – de kamer was nu een doos en het gat was voorzien van een lens – werd voor het eerst populair in de zeventiende eeuw. Schilders als Vermeer en Canaletto gebruikten het als tekenhulpmiddel, wetenschappers om zonsverduisteringen te observeren. Om een geprojecteerd beeld vast te leggen, werden aan het begin van de negentiende eeuw voor het eerst chemisch bewerkte stroken papier of metaal aan de achterkant van de camera-obscuradoos bevestigd: de fotografiekunst was geboren.
Morells eerste project behelsde het fotograferen van het proces zelf. Het resultaat was Lightbulb (boven) uit 1991. Met gebruikmaking van eenvoudig, alledaags materiaal wist Morell de vervormende werking uit te beelden. Morell ging vervolgens de uitdaging aan om het beeld te fotograferen dat in een kamer verschijnt als die in een camera obscura is veranderd. Voor zover hij wist was dat nooit eerder gedaan. Het duurde maanden eer hij de techniek onder de knie had, erachter was hoe groot het gat moest zijn om zowel voldoende helderheid als scherpte mogelijk te maken en hij kon vaststellen welke sluitertijd nodig was om ook details op film te krijgen.
Toen moest hij een kamer uitzoeken – een met een fraai uitzicht. De doorbraak voltrok zich in zijn eigen huis in een voorstad van Boston. Hij zette zijn antieke grootbeeldcamera met driepoot neer in de slaapkamer van zijn zoon. Hij zorgde ervoor dat het licht alleen door een gat ter grootte van een speldenknop naar binnen kon komen en opende de sluiter. Hij verliet de kamer en wachtte. Acht uur lang. Het resultaat was fascinerend. Het ontwikkelde beeld liet omgekeerde bomen en huizen aan de overkant van de straat zien, die over het speelgoed van de jongen zweefden als een sprookjestafereel. “Ik werd er duizelig van,” aldus Morell.
“Het voelde aan alsof op dat moment de fotografie werd uitgevonden.” Sindsdien heeft Morell met zijn camera obscura een van de origineelste en meest betoverende oeuvres van de hedendaagse fotografie opgebouwd. Zijn beelden variëren van uitdagende panorama’s van New York tot hartverwarmende Italiaanse vergezichten. Een paar jaar geleden schakelde hij over op kleur, omdat hij genoot van de intensiteit ervan, en begon hij met behulp van een prisma beelden om te draaien, met de goede kant boven. In plaats van film gebruikte hij een digitale sensor, die lichtgevoeliger is, en bracht hij de belichtingstijd terug van uren naar minuten, waardoor hij schaduwen, wolken en andere vluchtige atmosferische verschijnselen kon vastleggen.
Het meest enthousiast is hij over zijn werk met een tent zonder bodem, een draagbare camera obscura die hij gebruikt in straten en parken en op daken om beelden direct op de grond te projecteren, waardoor zijn foto’s, door de ruwe ondergrond, een verweerde allure krijgen. “Ik wil dat mensen de wereld op een andere manier bekijken,” zegt Morell. De versmelting van landschappen en droombeelden die zijn werkwijze teweegbrengt, schudt ons wakker
Zelf al eens geëxperimenteerd met dit fotografische principe? Upload uw foto’s op nationalgeographic.nl/community.
Het is 1988 wanneer de op Cuba geboren Abelardo Morell, die een cursus fotografie voor beginners verzorgt aan een kunstacademie, op een zonnige dag de ramen van het klaslokaal met zwart plastic bedekt. Hij snijdt een gat ter grootte van een munt uit in het materiaal en zegt zijn studenten dat ze moeten opletten. Vrijwel onmiddellijk komt de achterwand tot leven, als een filmdoek, waarop schimmige beelden van voorbijgangers en auto’s buiten verschijnen.
Maar het beeld staat ondersteboven: de hemel ligt op de grond, de grond zit tegen het plafond. Morell had van het lokaal een camera obscura gemaakt. Het moeilijkste aan dit verschijnsel is om uit te leggen hoe het werkt. Een camera obscura ontvangt beelden op dezelfde manier als het menselijk oog – door een kleine opening, én ondersteboven. Het licht van buiten dringt onder een bepaalde hoek het gat binnen. In neerwaartse richting wanneer het van de bovenkant van objecten, bijvoorbeeld bomen, wordt weerkaatst; en naar boven indien het van een lager niveau, bijvoorbeeld bloemen, afkomstig is. In de donkere ruimte kruisen de lichtstralen elkaar en vormen ze een omgekeerd beeld. Het lijkt een wonder, maar het is eenvoudige natuurkunde.
Het brein corrigeert automatisch het beeld dat het oog ontvangt; in een gewone camera doet een spiegel hetzelfde. Een draagbare versie van de camera obscura – de kamer was nu een doos en het gat was voorzien van een lens – werd voor het eerst populair in de zeventiende eeuw. Schilders als Vermeer en Canaletto gebruikten het als tekenhulpmiddel, wetenschappers om zonsverduisteringen te observeren. Om een geprojecteerd beeld vast te leggen, werden aan het begin van de negentiende eeuw voor het eerst chemisch bewerkte stroken papier of metaal aan de achterkant van de camera-obscuradoos bevestigd: de fotografiekunst was geboren.
Morells eerste project behelsde het fotograferen van het proces zelf. Het resultaat was Lightbulb (boven) uit 1991. Met gebruikmaking van eenvoudig, alledaags materiaal wist Morell de vervormende werking uit te beelden. Morell ging vervolgens de uitdaging aan om het beeld te fotograferen dat in een kamer verschijnt als die in een camera obscura is veranderd. Voor zover hij wist was dat nooit eerder gedaan. Het duurde maanden eer hij de techniek onder de knie had, erachter was hoe groot het gat moest zijn om zowel voldoende helderheid als scherpte mogelijk te maken en hij kon vaststellen welke sluitertijd nodig was om ook details op film te krijgen.
Toen moest hij een kamer uitzoeken – een met een fraai uitzicht. De doorbraak voltrok zich in zijn eigen huis in een voorstad van Boston. Hij zette zijn antieke grootbeeldcamera met driepoot neer in de slaapkamer van zijn zoon. Hij zorgde ervoor dat het licht alleen door een gat ter grootte van een speldenknop naar binnen kon komen en opende de sluiter. Hij verliet de kamer en wachtte. Acht uur lang. Het resultaat was fascinerend. Het ontwikkelde beeld liet omgekeerde bomen en huizen aan de overkant van de straat zien, die over het speelgoed van de jongen zweefden als een sprookjestafereel. “Ik werd er duizelig van,” aldus Morell.
“Het voelde aan alsof op dat moment de fotografie werd uitgevonden.” Sindsdien heeft Morell met zijn camera obscura een van de origineelste en meest betoverende oeuvres van de hedendaagse fotografie opgebouwd. Zijn beelden variëren van uitdagende panorama’s van New York tot hartverwarmende Italiaanse vergezichten. Een paar jaar geleden schakelde hij over op kleur, omdat hij genoot van de intensiteit ervan, en begon hij met behulp van een prisma beelden om te draaien, met de goede kant boven. In plaats van film gebruikte hij een digitale sensor, die lichtgevoeliger is, en bracht hij de belichtingstijd terug van uren naar minuten, waardoor hij schaduwen, wolken en andere vluchtige atmosferische verschijnselen kon vastleggen.
Het meest enthousiast is hij over zijn werk met een tent zonder bodem, een draagbare camera obscura die hij gebruikt in straten en parken en op daken om beelden direct op de grond te projecteren, waardoor zijn foto’s, door de ruwe ondergrond, een verweerde allure krijgen. “Ik wil dat mensen de wereld op een andere manier bekijken,” zegt Morell. De versmelting van landschappen en droombeelden die zijn werkwijze teweegbrengt, schudt ons wakker
Zelf al eens geëxperimenteerd met dit fotografische principe? Upload uw foto’s op nationalgeographic.nl/community.





