Tot de fatale nacht van 22 maart 2006 was de Queen of the North het vlaggenschip van BC Ferries, het bedrijf dat in de Canadese provincie Brits-Columbia de veerdiensten verzorgt.
Even na twaalven, kort nadat de veerboot tijdens de tocht van Prince Rupert naar Port Hardy het Grenville Channel achter zich had gelaten, ging het mis. De stuurman was zo druk met een collega in gesprek, dat hij bij het verlaten van het kanaal vergat te zwenken. Om tien voor halfeen botste het schip met een snelheid van 17,5 knopen tegen de rotsen van het eiland, waardoor de romp openscheurde. Een dik uur later lag de Queen op 430 meter diepte op de bodem.
Dat 99 van de 101 opvarenden de schipbreuk overleefden, was vooral te danken aan de dorpelingen van Hartley Bay, die met hun vissersbootjes in de nachtelijke regen en wind de zee opgingen om hen te redden. Twee passagiers werden nooit gevonden. De Queen of the North is nooit geborgen. Dag in, dag uit lekt er brandstof uit de tanks, waarin nog altijd tienduizenden liters diesel zitten. Steeds wanneer in Hartley Bay wordt gepraat over het Northern Gateway-project, de voorgenomen aanleg van een oliepijpleiding die tot een druk verkeer van mammoettankers in diezelfde kustwateren zal leiden, komt ook de Queen weer ter sprake. De dorpelingen hebben twee dingen geleerd van de ramp, zeggen ze.
Dat er maar een kleine menselijke fout voor nodig is om zelfs het veiligste schip te laten zinken. En dat zij degenen zijn die de rotzooi moeten opruimen als het misgaat. Er heerst dan ook de nodige huiver voor de pijpleiding en de 220 tankers per jaar die eropaf zullen komen. De overheid is al akkoord gegaan met de komst van lpg-tankers naar de haven van Kitigat vanaf 2015. Maar olietankers zijn nog een slag groter.
Dat 99 van de 101 opvarenden de schipbreuk overleefden, was vooral te danken aan de dorpelingen van Hartley Bay, die met hun vissersbootjes in de nachtelijke regen en wind de zee opgingen om hen te redden. Twee passagiers werden nooit gevonden. De Queen of the North is nooit geborgen. Dag in, dag uit lekt er brandstof uit de tanks, waarin nog altijd tienduizenden liters diesel zitten. Steeds wanneer in Hartley Bay wordt gepraat over het Northern Gateway-project, de voorgenomen aanleg van een oliepijpleiding die tot een druk verkeer van mammoettankers in diezelfde kustwateren zal leiden, komt ook de Queen weer ter sprake. De dorpelingen hebben twee dingen geleerd van de ramp, zeggen ze.
Dat er maar een kleine menselijke fout voor nodig is om zelfs het veiligste schip te laten zinken. En dat zij degenen zijn die de rotzooi moeten opruimen als het misgaat. Er heerst dan ook de nodige huiver voor de pijpleiding en de 220 tankers per jaar die eropaf zullen komen. De overheid is al akkoord gegaan met de komst van lpg-tankers naar de haven van Kitigat vanaf 2015. Maar olietankers zijn nog een slag groter.
Lees het volledige artikel
National Geographic magazine Editie Augustus 2011
€ 4,95 Bestel in webshop ›




