Binnenkort worden Europa en Azië met elkaar verbonden via een spoorweg door het zuiden van de Kaukasus. De lijn biedt nieuwe kansen, maar rijt ook oude wonden open.
Het dynamiet moet uit Ankara komen. Tien ton, twee dagen rijden. De vrachtwagen slingert zich langzaam naar 775 meter hoogte in de bergen van Noordoost-Turkije. Dwars door dit schitterende, onherbergzame gebied loopt binnenkort een spoorlijn. Arslan Ustael staat voor de tunnel in de sneeuw op het dynamiet te wachten. ’s Nachts kan het veertig graden vriezen en, zegt Ustael, bevriest speeksel nog voor het de grond raakt. Ustael is een jonge ingenieur, net 30, met een typisch Turkse blijmoedigheid, zelfs nu hij hier in de koude wolken staat te wachten op het dynamiet waarmee hij het vulkanisch gesteente zijn wil zal opleggen. Het is een gouden carrièrekans voor Ustael: hij werkt namelijk mee aan de spoorweg van Bakoe via Tbilisi naar Kars, kortweg de BTK-lijn, een ‘ijzeren zijderoute’ die straks het olierijke gebied rond de Kaspische Zee met Turkije verbindt, en van daaruit met Europa. Met de komst van de ijzeren zijderoute breekt een nieuw hoofdstuk aan in de geschiedenis van de Kaukasus. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 werden de landen in de zuidelijke Kaukasus – Georgië, Armenië en Azerbeidzjan – onafhankelijk en kregen ze hun strategische positie terug. Toen er niet lang daarna enorme olie- en gasvoorraden onder en rondom de Kaspische Zee bleken te liggen, ontstond een gevecht om de aanleg van pijpleidingen voor het transport naar Europa. Die zijn inmiddels in gebruik. Vanaf 2012 zullen daarnaast via de BTK-lijn olieproducten naar het westen en Europese goederen naar het oosten worden vervoerd. De spoorweg begint bij de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe en loopt via de Georgische hoofdstad Tbilisi naar Kars, een Turkse handelsstad in een zuidwestelijke uitloper van de Kaukasus.
Lees het volledige artikel
National Geographic magazine Editie Augustus 2010
€ 4,95 Bestel in webshop ›

