De Zwitsers hebben hun Alpen, dus zijn het goede alpinisten. De Australiërs hebben hun canyons, dus blinken ze uit in canyoning, een halsbrekende combinatie van alpinisme en speleologie waarbij doorgaans wordt afgedaald in plaats van geklommen.
Australië heeft een lange traditie in deze sport. Het is als rondtrekken door de Australische bush, maar dan extremer. De Aboriginals waren de eersten die deze tochten aandurfden, duizenden jaren voordat de Europeanen voet aan land zetten. Maar zonder touw of andere hulpmiddelen bleven de diepste kloven voor hen onbereikbaar.
Tegenwoordig maken duizenden aussies trektochten door de canyons, honderden doen er aan abseilen. Maar slechts een handvol klimmers durft de nog onbekende canyons te betreden. Het zijn gedreven sporters, die als pinguïns door ijskoud water zwemmen, als wallaby’s van rots naar rots springen, en als mollen door duistere en vochtige gangen kruipen. Het liefst dragen ze Volleys – canvas tennisschoenen met rubberzolen –, gerafelde shorts en goedkope fleece vesten. Ze overnachten rond een kampvuur, en als ontbijt, lunch én avondeten nemen ze jaffles, tosti’s met elk denkbaar beleg (zoals Vegemite, een vies smakend gistextract) die ze in ijzers boven een vuurtje roosteren. Maar ze zijn vooral op zoek naar de meest afgelegen en ontoegankelijke canyons. “Hoe donkerder, smaller en kronkeliger, hoe beter,” zegt Dave Noble, een van de meest ervaren Australische canyoneers.
Tegenwoordig maken duizenden aussies trektochten door de canyons, honderden doen er aan abseilen. Maar slechts een handvol klimmers durft de nog onbekende canyons te betreden. Het zijn gedreven sporters, die als pinguïns door ijskoud water zwemmen, als wallaby’s van rots naar rots springen, en als mollen door duistere en vochtige gangen kruipen. Het liefst dragen ze Volleys – canvas tennisschoenen met rubberzolen –, gerafelde shorts en goedkope fleece vesten. Ze overnachten rond een kampvuur, en als ontbijt, lunch én avondeten nemen ze jaffles, tosti’s met elk denkbaar beleg (zoals Vegemite, een vies smakend gistextract) die ze in ijzers boven een vuurtje roosteren. Maar ze zijn vooral op zoek naar de meest afgelegen en ontoegankelijke canyons. “Hoe donkerder, smaller en kronkeliger, hoe beter,” zegt Dave Noble, een van de meest ervaren Australische canyoneers.
Lees het volledige artikel
National Geographic magazine Editie Oktober 2011
€ 4,95 Bestel in webshop ›




