Bij deze reportage
Uit de shop
Zoönosen zijn infectieziekten die worden overgedragen van dier op mens. Wetenschappers proberen deze dodelijke organismen te identificeren en te bestrijden.
Besmettelijke ziekten zijn er overal en altijd. Ze zijn overdraagbaar tussen individuen binnen één soort, maar soms ook tussen soorten onderling. Wanneer een pathogeen (een ziekteverwekker, zoals een virus) van een dier naar een mens overspringt en erin slaagt flink wat onheil aan te richten in zijn nieuwe gastheer, wordt gesproken van een zoönose. Het woord zal in de toekomst vermoedelijk nog vaak opduiken. In september 1994 brak er een ernstige ziekte uit onder renpaarden aan de rand van de Australische stad Brisbane. Hendra was een rustig, oud plaatsje met renbanen, stallen, restaurantjes met namen als The Feed Bin (de voederbak) en met allerlei mensen gelieerd aan de harddraverij. Een drachtige merrie in een afgelegen weiland vertoonde de eerste ziekteverschijnselen. Het paard, Drama Series, werd naar de stal van haar trainer overgebracht om te worden behandeld, maar ze werd alleen maar zieker. Drie mensen zetten alles op alles om haar leven te redden: de trainer, de stalmeester en een dierenarts. Toch overleed Drama Series twee dagen later, zonder dat iemand enig idee had waaraan. Was ze soms door een slang gebeten? Of had ze giftig onkruid gegeten in dat afgetrapte weiland? Deze mogelijke oorzaken vielen af toen de meeste andere paarden uit de stal twee weken later ook ziek bleken. Het betrof dus een besmetting. De andere paarden kregen koorts, ademhalingsproblemen, zwellingen aan het hoofd en coördinatiestoornissen. Bij sommige dieren kwam bloedig schuim uit neus en mond. De dierenarts kon niet verhinderen dat er binnen een paar dagen tijd nog eens twaalf paarden stierven. Intussen waren ook de trainer zelf en daarna de stalmeester ziek geworden. De dierenarts, die ook nauw contact had met de dieren maar allerlei voorzorgsmaatregelen had getroffen, bleef kerngezond. De trainer overleed enkele dagen later in het ziekenhuis: zijn nieren hadden het opgegeven en hij kreeg geen lucht meer. Stalmeester Ray Unwin, die hoge koorts had gekregen en thuis was gaan uitzieken, redde het uiteindelijk wel. Wanneer ik ze in 2006 opzoek in Hendra, vertellen Unwin en de dierenarts hun verhaal. Unwin bezweert me dat hij geen klager is, maar dat hij nooit meer de oude is geworden. Uit laboratoriumonderzoek bleek dat de paarden en de mannen een tot dusver onbekend virus hadden opgelopen. Aanvankelijk sprak het laboratorium van equine morbillivirus, een paardenvirus dat nauw verwant is aan mazelen. Toen eenmaal duidelijk was dat het om iets nieuws ging, kreeg het een eigen naam, naar de plaats waar het voor het eerst de kop opstak: het Hendravirus. Volgens de veearts, Peter Reid, ging het virus ‘ongelooflijk snel’ van het ene paard over op het andere. Op het hoogtepunt van de uitbraak stierven binnen twaalf uur tijd zeven paarden een pijnlijke dood – zo erg dat sommige dieren uit hun lijden moesten worden verlost. Eén paard had dusdanige stuiptrekkingen dat Reid niet dichtbij genoeg kon komen om het de genadespuit te geven. “Dat een virus zoiets kon aanrichten, dat had ik nog nooit meegemaakt.”
Lees het volledige artikel
National Geographic magazine Editie Oktober 2007





