De bizarre flora en fauna van Socotra, een archipel 350 kilometer ten zuiden van Jemen, heeft zich aangepast aan de droogte en de harde moessonwinden.
(...) In de Arabische Zee, tussen de Hoorn van Afrika en het Arabisch Schiereiland, ligt de Jemenitische archipel Socotra, ooit een mythische plek aan de rand van de toen bekende wereld. Het gelijknamige hoofdeiland (veruit het grootste) werd door zeelieden gevreesd om zijn verraderlijke rotsen en woeste stormen, en om zijn bewoners, die geloofden dat ze de wind beheersten en zo schepen naar de kust konden sturen om ze daar te enteren en te plunderen. Vandaag de dag trekt Socotra’s rijke biodiversiteit een ander type avonturiers, die de geheimen willen ontrafelen vóórdat de moderne wereld kans ziet om het eiland voorgoed te veranderen.
Het oude Egypte, Griekenland en Rome maakten alle gebruik van Socotra’s schatten: geurende harsen als wierook, geneeskrachtige aloë-extracten en de donkerrode hars van de drakenbloedboom, dat werd gebruikt als medicijn en als schilderspigment. Van heinde en verre kwamen ze op het schateiland af, ondanks verhalen dat het werd bewaakt door reuzenslangen die er in de grotten huisden. De koningin van Sheba, Alexander de Grote en Marco Polo hunkerden ieder naar Socotra’s rijkdommen.
De prijs van wierook en drakenbloed was het hoogst ten tijde van het Romeinse Rijk, daarna fungeerde het eiland vooral als tussenstop voor kooplui en verkeerde het eeuwenlang vrijwel in culturele afzondering. Generaties achtereen hoedden de bergbedoeïenen hun geiten, de vissers woonden aan de kust en iedereen oogstte dadels. De geschiedenis van het eiland werd in gedichten in de Socotraanse taal overgeleverd. Behalve voor zijn strategische locatie had de buitenwereld weinig oog voor Socotra. In de twintigste eeuw veranderde dat. (...)





