Wind, water en zand geven vorm aan een wonderlijke woestijn langs de kust van Brazilië.
Vanuit de lucht zien de duinen eruit als witte lakens die te drogen hangen in de wind. Dit zijn de Lençóis Maranhenses – de ‘lakens van Maranhão’, een deelstaat aan de tropische noordoostkust van Brazilië. Het is een betoverende zandwoestijn. In de blauwe en groene duinmeertjes die na de regens zijn blijven staan, zwemmen scholen zilverkleurige visjes. Herders leiden hun geiten over de torenhoge duinen. Vissers varen uit, met alleen de sterren en de geesten uit vergane schepen om ze de weg te wijzen. “Het lijkt wel een parallel universum,” zegt Carolina Alvite, de voormalige directeur van het 1550 vierkante kilometer grote nationaal park. Het werd dertig jaar geleden opgericht om het unieke ecosysteem te beschermen. Het is alsof de zee rond de Bahama’s opdoemt als een luchtspiegeling in de Sahara. Dit is echter geen fata morgana: wat de bezoeker in deze woestijn ziet, is echt. Technisch gezien is de Lençóis geen echte woestijn, zegt Antonio Cordeiro Feitosa, een geograaf van de Universitieit van Maranhão. Jaarlijks valt er in het gebied 1200 millimeter regen. Volgens de gangbare definities valt er in een woestijn minder dan 254 millimeter per jaar. Juist dankzij de aanwezigheid van water is dit landschap ontstaan.





