Heeft de politieke omwenteling het leven van de Egyptenaren veranderd?
(...) De angst alleen al kan het land in een diepe crisis storten. Het toerisme is een belangrijke pijler van de Egyptische economie, maar de trekpleisters die we bezoeken zijn nagenoeg uitgestorven. Bij de tempel van Ramses II in Aboe Simbel zien we dichte souvenirwinkels en stilstaande draaihekken. Bewakers in djellaba kijken uit over het Nassermeer, in afwachting van een vis of krokodil die een rimpeling veroorzaakt in het roerloze wateroppervlak.
In de tempel ontbreken de gebruikelijke drommen toeristen. Er hangen geen Europese parfumluchtjes, er klinkt geen gezeur over de hitte of het gebrek aan comfort. Er zijn geen gidsen die uitleggen waarom Ramses II op de eeuwenoude muurreliëfs de Hittieten over de kling jaagt en zijn Libische vijanden aan het mes rijgt. Waar normaal gesproken tot drieduizend toeristen per dag langs de kolossale faraobeelden in de hal naar het heilige der heiligen sjokken – waar precies twee keer per jaar een zonnestraal doordringt –, is het bezoekertal acht maanden na de val van president Hosni Mubarak geslonken tot zo’n 150 per dag. Op deze zaterdag ben ik om vier uur ’s middag zelfs moederziel alleen in de tempel, afgezien van de zwaluw die tussen de zuilen door vliegt.
Weer buiten krijg ik een glaasje thee aangeboden van egyptoloog Ahmed Saleh. Hij is algemeen directeur van Aboe Simbel en andere monumenten in Nubië, in het uiterste zuiden van Egypte vlak bij de grens met Sudan. Het land is in beweging, vertelt Saleh, “en toeristen zijn bang voor aanslagen”. Ik zeg dat veel Egyptenaren de economische malaise als een noodzakelijk kwaad zien, dat vanzelf voorbijgaat. Ze zien Mubarak als ‘de laatste farao’ en geloven dat er een nieuw tijdperk is aangebroken dat een breuk vormt met een geschiedenis van ruim vijfduizend jaar. (...)





