De Taliban zouden het met lede ogen aanzien. De plaatselijke culturele elite is massaal aanwezig op de jaarlijkse tentoonstelling van het National College of Arts op een zonnige winterdag in Lahore.
Mannen en vrouwen lopen vrijelijk door elkaar heen op de grote binnenplaats, met een sigaretje of een Red Bull in de hand. Sommige jongens dragen hun haar in een staartje, een enkeling heeft zelfs een piercing in zijn wenkbrauw. Buiten staat een levensgrote sculptuur van een verliefd paartje op een schommel dat elkaars hand vasthoudt. Binnen is een mannentorso te zien die overgaat in een vrouwenborst. Toch zijn we onmiskenbaar in Pakistan. De vrouwen dragen hun traditionele kleding boven hun spijkerbroek, soms in combinatie met een hoofddoek. Die mengeling van stijlen en invloeden – de smeltkroes van mensen en religies die Rudyard Kipling zo mooi heeft beschreven in zijn boek Kim – is typerend voor Lahore, de tweede stad van Pakistan en de hoofdstad van de provincie Punjab. In Punjab, de grootste, rijkste en volkrijkste van de vier provincies, komen Oost, West en alles daartussen bij elkaar. Zelfs in de bloedige periode rond de scheiding van India en Pakistan halverwege de vorige eeuw bleef de kosmopolitische sfeer van Punjab behouden. Maar als het aan de Taliban en hun bondgenoten ligt, duurt dat niet lang meer. De laatste jaren is Punjab, het bolwerk van het politieke en militaire establishment, het doelwit van een golf van aanslagen. Vorig jaar werd zelfs het bezoekende nationale cricketteam van Sri Lanka beschoten. Tot voor kort beperkte het geweld zich voornamelijk tot de onherbergzame stammengebieden bij de grens met Afghanistan, maar tot afgrijzen van de Punjabi’s heeft het nu dus hun eigen provincie bereikt. Ook de Amerikanen zijn verontrust dat Pakistan, een kernmacht die een wispelturige maar cruciale bondgenoot is in de strijd tegen het mondiale terrorisme, afglijdt naar een toestand van chaos.





