Madagaskar heeft dankzij de geïsoleerde ligging een wonderbaarlijke soortenrijkdom. Maar deze wordt bedreigd door de bevolkingsexplosie en politieke problemen die de plundering van rozenhout, delfstoffen en edelstenen in de hand werken.
Een jongeman in korte broek en mouwloos T-shirt staat rechtop in zijn boomstamkano, die hij met een lange bamboestok stroomopwaarts duwt. De Onive is een ondiepe rivier met snelstromend water. Plots scheurt de hemel open en komt de regen met bakken naar beneden. Even later schijnt de zon alweer, tot het net zo plotseling opnieuw begint te plenzen. De jongeman, Remon, trekt zich net zo weinig aan van het weer als van de krokodillen die op de oever liggen te soezen. Steeds als er een tegenligger passeert, zo om de drie minuten, roept Remon iets en wordt er wat teruggeroepen. Het zijn Remons riviermaten, die allemaal met een monsterlijk grote, illegaal gekapte rozenhoutstam op weg zijn naar de noordoostelijke stad Antalaha, waar ze hun geld krijgen. Als Remon ons straks aan de rand van het regenwoud heeft afgezet, gaat hij hetzelfde doen. Toch heeft Remon het er niet zo op. De houthandelaar voor wie hij werkt – wiens naam hij niet eens kent – wil dat hij de hele dag doorvaart zonder te stoppen, omdat de boswachters maar voor een bepaalde tijd zijn omgekocht en meer geld willen als ze langer moeten wegblijven. Maar hout vervoeren is nog altijd beter dan kappen, wat Remon hiervóór deed. Dat was hem te gevaarlijk geworden. Er werd al jaren illegaal gekapt, maar na de val van de regering in maart 2009 liep het uit de hand: er werd niet meer gecontroleerd en georganiseerde benden konden vrijelijk hun gang gaan om te voldoen aan de enorme houtvraag uit China. In een paar maanden tijd verdween er voor ruim 160 miljoen euro aan rozenhout uit het noordoosten van Madagaskar naar het buitenland.
Lees het volledige artikel
National Geographic magazine Editie September 2010
€ 4,95 Bestel in webshop ›




