Bij deze reportage
Uit de shop
Midden in Panama's regenseizoen komt de roodoogkikker ter wereld. De meeste vallen al snel ten prooi aan allerlei roofdieren. Maar de kleine, fragiele schepselen hebben een manier gevonden om te overleven.
Ze zien eruit als rondspringende snoepjes, deze tropische kikkers met hun rode ogen en buitenmaatse oranje voeten. De verleiding is groot er een op te pakken, maar doe dat maar niet. Laat de roodoogboomkikker rustig zijn buitengewone levenspad bewandelen. Tijdens het regenseizoen gonst het Midden-Amerikaanse regenwoud van het leven. ‘Tsjok, tsjok, tsjok’ weerklinken de tonen van het liefdeslied van Agalychnis callidryas. De kikkers hebben hun huis in het bladerdak van de bomen verlaten om te paren. De mannetjes worstelen met elkaar om territorium en beklimmen dan de vrouwtjes om haar eitjes te kunnen bevruchten. De vrouwtjes scharrelen de hele nacht rond tussen de bosjes en de bladeren, met één of zelfs twee vrijers op hun rug, op zoek naar een geschikt plekje om hun kikkerdril boven water te deponeren. De ochtend erna is het landschap bevlekt met honderden glanzende legsels, die elk tot honderd kikkers-in-wording bevatten – en erg aantrekkelijk zijn voor rovers. De eieren van A. callidryas, die het hele regenseizoen lang worden gelegd, zijn een gemakkelijke prooi. Ze bungelen zes dagen lang open en bloot in vochtige, lillende zakjes. Slangen pakken hele legsels tegelijkertijd, wespen plukken er enkele wriemelende embryo’s uit en gaan ermee vandoor. Zo wordt meer dan de helft van de eieren door deze twee diersoorten verslonden. Verwante kikkersoorten als A. saltator lijken hiervan gevrijwaard, omdat ze zich minder vaak maar explosief voortplanten waarbij ze zo veel eitjes leggen dat slangen en wespen er nauwelijks vat op krijgen. A. callidryas heeft daarom een elegant veiligheidssysteem ontwikkeld: als de embryo’s worden aangevallen, kunnen ze in een paar tellen uitkomen (tot twee dagen eerder dan normaal), waarna ze veilig in het water belanden. Wat de wetenschappers vooral verbaast, is dat de embryo’s door de manier waarop het kikkerdril beweegt, onderscheid kunnen maken tussen een roofdier en een vlaag wind of regen. De reactie varieert zelfs naargelang het soort aanvaller.
Lees het volledige artikel
National Geographic magazine Editie November 2006





