De mens heeft het IJslandse landschap in de loop der eeuwen ingrijpend veranderd. Maar vulkanen en gletsjers gaan de menselijke macht te boven: hun weerbarstige schoonheid is van alle tijden.
In de hut op de noordflank van de Eyjafjallajökull schept Sigurdur 'Siggi" Reynir Gíslason vissoep met zure haring in kommen. Eindelijk, lunch. Het is vijf dagen voor Kerstmis en de vulkaan die in 2010 in heel Europa vliegtuigen aan de grond hield, is nu rustig, en de gletsjer is door wolken aan het zicht onttrokken.
Buiten de warme hut steken de fijne berkentakken scherp af tegen de sneeuw. "Zo zag het er hier al uit toen de Vikingen kwamen", zegt Siggi's zus Gudrún. Net toen we aankwamen, fladderde een alpenhoen verschrikt op. Gudrún is geograaf, Siggi werkt als geochemicus aan de Universiteit van Reykjavík. Ze vertellen me over de ontstaansgeschiedenis van het IJslandse landschap. Een geschiedenis met vier hoofdrolspelers: vulkanen, gletsjers, mensen en schapen.





