Het is een betoverend moment wanneer de laatste flauwe zonnestralen van de dag het brokkelige stadscentrum van Yangon in een goudgele gloed dompelen. Lachende kinderen rennen om het hardst om vers suikerrietsap te kopen.
Vrouwen, de wangen ingesmeerd met een van boomschors gemaakte zonnebrandpasta, staan af te dingen bij een viskraam. Mannen met dikke buik, gekleed in T-shirt en longyi (de traditionele sarong), kauwen zittend op de stoep noten weg die in rode betelbladeren zijn verpakt. Dit carnavaleske sfeertje duurt niet lang. De nacht valt snel in de tropen.
De elektriciteitsschaarste waarmee Myanmar kampt, geeft de plotselinge overgang iets spookachtigs. Een verwaarloosd overheidsgebouw uit de koloniale tijd wordt door het duister opgeslokt. Uit de steeg ernaast komt het blauwe schijnsel van televisies, die zijn aangesloten op draagbare generatoren. Onder de bomen zitten straatverkopers; kaarsen verlichten hun handelswaar: zilverkleurige vissen, paarse bananenbloemen, bundels betelbladeren.
En blauwe houten kisten vol illegale dvd’s met Amerikaanse films en muziek. “Welcome to the Hotel California,” roept een stem in perfect Engels vanuit het duister. Drie jongemannen zitten op een plastic krukje op straat en lachen om hun eigen begroeting. De dvd-verkoper, een magere 29-jarige met een ziekenfondsbrilletje op en een roze overhemd aan, springt glimlachend op. Zijn Engels bestaat uit reeksen volzinnen die hij heeft vergaard uit Hollywoodfilms en grammaticaboekjes uit de jaren vijftig. Het is hem ‘een groot genoegen’. De drie boezemvrienden – ze noemen zich Tom, Dick en Harry – komen hier bijna elke avond om hun kennis van het Engelse idioom te oefenen. Vanavond zullen ze, onder het genot van vele koppen thee met melk, elkaar weer urenlang vrolijk de loef proberen af te steken met nieuwe uitdrukkingen.
Maar nu weten ze het even niet. Het gaat om een regel uit een oude hit van The Eagles, waarvan ze de betekenis niet kunnen doorgronden. “Misschien kun jij helpen,” zegt Tom. “Wat bedoelen ze als ze zeggen: ‘We are all just prisoners here of our own device?’Myanmar is een land van schaduwen, een oord waar soms de onschuldigste vraag zwanger van verborgen bedoelingen lijkt. De afgelopen halve eeuw werd dit overwegend boeddhistische land met zo’n vijftig miljoen inwoners grotendeels getekend door de macht ¬– en de paranoia –van zijn militaire leiders. De tatmadaw, zoals het nationale leger wordt genoemd, was de enige instelling die haar gezag kon opleggen aan een land dat, nadat het zich had losgemaakt van het Britse Rijk, gefragmenteerd was geraakt. Dat deed de tatmadaw onder meer door Myanmar in een angstwekkend isolement te sleuren, waaraan het zich pas sinds kort langzaam lijkt te ontworstelen.
De elektriciteitsschaarste waarmee Myanmar kampt, geeft de plotselinge overgang iets spookachtigs. Een verwaarloosd overheidsgebouw uit de koloniale tijd wordt door het duister opgeslokt. Uit de steeg ernaast komt het blauwe schijnsel van televisies, die zijn aangesloten op draagbare generatoren. Onder de bomen zitten straatverkopers; kaarsen verlichten hun handelswaar: zilverkleurige vissen, paarse bananenbloemen, bundels betelbladeren.
En blauwe houten kisten vol illegale dvd’s met Amerikaanse films en muziek. “Welcome to the Hotel California,” roept een stem in perfect Engels vanuit het duister. Drie jongemannen zitten op een plastic krukje op straat en lachen om hun eigen begroeting. De dvd-verkoper, een magere 29-jarige met een ziekenfondsbrilletje op en een roze overhemd aan, springt glimlachend op. Zijn Engels bestaat uit reeksen volzinnen die hij heeft vergaard uit Hollywoodfilms en grammaticaboekjes uit de jaren vijftig. Het is hem ‘een groot genoegen’. De drie boezemvrienden – ze noemen zich Tom, Dick en Harry – komen hier bijna elke avond om hun kennis van het Engelse idioom te oefenen. Vanavond zullen ze, onder het genot van vele koppen thee met melk, elkaar weer urenlang vrolijk de loef proberen af te steken met nieuwe uitdrukkingen.
Maar nu weten ze het even niet. Het gaat om een regel uit een oude hit van The Eagles, waarvan ze de betekenis niet kunnen doorgronden. “Misschien kun jij helpen,” zegt Tom. “Wat bedoelen ze als ze zeggen: ‘We are all just prisoners here of our own device?’Myanmar is een land van schaduwen, een oord waar soms de onschuldigste vraag zwanger van verborgen bedoelingen lijkt. De afgelopen halve eeuw werd dit overwegend boeddhistische land met zo’n vijftig miljoen inwoners grotendeels getekend door de macht ¬– en de paranoia –van zijn militaire leiders. De tatmadaw, zoals het nationale leger wordt genoemd, was de enige instelling die haar gezag kon opleggen aan een land dat, nadat het zich had losgemaakt van het Britse Rijk, gefragmenteerd was geraakt. Dat deed de tatmadaw onder meer door Myanmar in een angstwekkend isolement te sleuren, waaraan het zich pas sinds kort langzaam lijkt te ontworstelen.
Lees het volledige artikel
National Geographic magazine Editie Augustus 2011
€ 4,95 Bestel in webshop ›




