Decennialang verblijven ze in rivieren en meren, waarna ze oceanen doorkruisen om op een verborgen plaats te paaien.
Als kind kwam ik niet vaak palingen tegen, maar als mijn vrienden en ik ze op onze vistochtjes per ongeluk uit het water haalden, vonden we het vreemde en griezelige wezens – slangen misschien? Het was eng om de haak uit hun bek te halen. Een oude visser vertelde ons op een dag dat het vissen waren. Als dat echt waar was, begreep ik toen, dan was de paling anders dan alle andere vissen. Verder heb ik nooit bijzondere aandacht gehad voor deze dieren. Tot zes jaar geleden. Op een koude novemberdag rijd ik over Route 17 door de Catskill Mountains in New York State. Ik besluit een bordje te volgen dat vermeldt ‘Delaware Delicacies, Smokehouse’. Via een kronkelige, onverharde weg door een sparrenbos beland ik bij een kleine keet met een zilverkleurige schoorsteen. De keet kijkt uit over de oostelijke tak van de Delaware River. Een man met een witte puntbaard en paardenstaart springt als een bosgeest achter de triplex deur van de rokerij vandaan. Ray Turner. Elke zomer, als de rivier op haar laagst staat, knapt Turner de stenen dammen op van zijn visweer. De dammen, die in een V liggen, voeren het water als een trechter naar een houten fuik. Zo bereidt hij zich voor op de palingtrek. Die vindt plaats in september en duurt slechts twee nachten, wanneer de bijna geslachtsrijpe palingen in de duisternis van de nieuwe maan naar zee zwemmen. Die trek valt vaak samen met overstromingen die het gevolg zijn van de stormen in het orkaanseizoen. De hemel is dan op zijn donkerst is en de rivier staat op haar hoogst.
Lees het volledige artikel
National Geographic magazine Editie September 2010
€ 4,95 Bestel in webshop ›

