Bij deze reportage
Uit de shop
De ijsvrije periode in Spitsbergen wordt door de mondiale opwarming steeds langer. Welke toekomst heeft de ijsbeer als zijn bevroren jachtdomein verdwijnt?
In augustus 1881 voer bioloog John Muir aan boord van het stoomschip Thomas Corwin langs de kust van Alaska, op zoek naar drie vermiste schepen. Bij Point Barrow zag hij drie ijsberen: “Schitterende beesten, stevig en goed in het vet. Ze toonden zich heer en meester in die ijzige wildernis.”
Kon Muir opnieuw in augustus voorbij Point Barrow zeilen, dan zou hij zien hoe de ijzige wildernis is veranderd in open water – een aanslag op de kostbare vetreserve van de ijsbeer. Dat komt doordat zijn habitat in hoog tempo verdwijnt. IJsberen leven in het noordpoolgebied op het snijpunt van lucht, ijs en water. Ze zijn uitstekend toegerust voor het leven daar; de meeste verlaten het zee-ijs nooit en jagen het hele jaar door.
Alleen de berinnen trekken naar het vasteland om in een hol hun jongen op de wereld te zetten. Het dieet van ijsberen bestaat voornamelijk uit ringel- en baardrobben, soms aangevuld met een walrus of beloega. Het zee-ijs staat aan de basis van alle leven op de Noordpool. Onmisbare organismen leven in en onder het ijs, dat niet massief is, maar dooraderd met grote en kleine gangen en groeven. De ijslaag bevat immense hoeveelheden fytoplankton, zoöplankton en schaaldieren. In de lente, wanneer het zonlicht in het ijs doordringt, komen de algen tot bloei.
Ze zinken naar de zeebodem en vormen in de ondiepe kustwateren de basis van een voedselketen met onder meer mosselen, zeesterren, ijskabeljauw, zeehonden, walrussen – en ijsberen. Volgens wetenschappers leven er twintigduizend tot 25.000 ijsberen op aarde, verdeeld over negentien subpopulaties. De ijsberen in Spitsbergen, de Beaufortzee en de Hudsonbaai worden al het langst bestudeerd. Aan de westzijde van de Hudsonbaai, waar het ijs ’s zomers smelt en in het najaar weer aan het vasteland vastgroeit, kwam de penibele situatie van de ijsbeer het eerst aan het licht.
Kon Muir opnieuw in augustus voorbij Point Barrow zeilen, dan zou hij zien hoe de ijzige wildernis is veranderd in open water – een aanslag op de kostbare vetreserve van de ijsbeer. Dat komt doordat zijn habitat in hoog tempo verdwijnt. IJsberen leven in het noordpoolgebied op het snijpunt van lucht, ijs en water. Ze zijn uitstekend toegerust voor het leven daar; de meeste verlaten het zee-ijs nooit en jagen het hele jaar door.
Alleen de berinnen trekken naar het vasteland om in een hol hun jongen op de wereld te zetten. Het dieet van ijsberen bestaat voornamelijk uit ringel- en baardrobben, soms aangevuld met een walrus of beloega. Het zee-ijs staat aan de basis van alle leven op de Noordpool. Onmisbare organismen leven in en onder het ijs, dat niet massief is, maar dooraderd met grote en kleine gangen en groeven. De ijslaag bevat immense hoeveelheden fytoplankton, zoöplankton en schaaldieren. In de lente, wanneer het zonlicht in het ijs doordringt, komen de algen tot bloei.
Ze zinken naar de zeebodem en vormen in de ondiepe kustwateren de basis van een voedselketen met onder meer mosselen, zeesterren, ijskabeljauw, zeehonden, walrussen – en ijsberen. Volgens wetenschappers leven er twintigduizend tot 25.000 ijsberen op aarde, verdeeld over negentien subpopulaties. De ijsberen in Spitsbergen, de Beaufortzee en de Hudsonbaai worden al het langst bestudeerd. Aan de westzijde van de Hudsonbaai, waar het ijs ’s zomers smelt en in het najaar weer aan het vasteland vastgroeit, kwam de penibele situatie van de ijsbeer het eerst aan het licht.





