Diep in de Zuid-Amerikaanse jungle heeft de stompveermanakin, een vogeltje dat zingt met zijn vleugels. Pas sinds kort hebben we enig idee hoe het fascinerende beestje zijn kunstje flikt.
Wie een manakin in actie ziet, is getuige van een spectaculaire zang- en dansshow midden in het tropisch regenwoud. Van de veertig manakinsoorten die we kennen, kan ongeveer de helft muziek maken met zijn vleugels. Bovendien halen de mannetjes in de hitte van de hofmakerij capriolen uit als de reuzensprong, de halve pirouette, de handstand en de achterwaartse shuffle (die sprekend lijkt op de moonwalk van Michael Jackson).
Charles Darwin schreef al in 1871 over de manakin in The Descent of Man: “De verscheidenheid aan geluiden... en de verscheidenheid aan manieren waarop die worden voortgebracht, is buitengewoon groot. Dat geeft wel aan hoe belangrijk ze zijn voor de voortplanting.” Maar het zou nog meer dan een eeuw duren voordat we wisten hoe de manakin muziek maakt.
Er is maar een handjevol ornithologen dat zich verdiept in de stompveermanakin, die alleen voorkomt in Colombia en Ecuador. En daarvan is Kim Bostwick waarschijnlijk degene die het beestje het beste kent. Het is aan haar werk te danken – aanvankelijk onder de hoede van haar promotor Richard Proum van de Yale University, en sinds 2002 als vogel- en zoogdierenconservator in het Cornell University Museum of Verterbrates – dat we eindelijk weten hoe het stompveermanakinmannetje, de bijzonderste van allemaal, zijn kunstje flikt. Hij is de enige vogel die met zijn veren tikt en zingt om een vrouwtje te strikken.(...)





