Bij deze reportage
Het is even na middernacht op Spitsbergen: al wat leeft, is wakker en maakt lawaai. Aan de rand van een beschutte riviermond in de Adventdalen vliegt een zwerm noordse sternen verschrikt op.
Opgewonden vliegen ze rondjes in het eeuwige daglicht. Het is een typische zomernacht op Spitsbergen, bevroren land dat niettemin opmerkelijk veel diersoorten telt. IJsberen gedijen hier goed. Ruwweg de helft van de geschatte drieduizend beren in de Barentszzee brengen er hun jongen groot. Zeevogels ondernemen met miljoenen tegelijk de jaarlijkse trek naar Spitsbergen. Vijf soorten zeehonden en twaalf soorten walvissen zoek er naar voedsel in de kustwateren. Jaren geleden schreef de Deense archeoloog Povl Simonsen over de beperkte overlevingskansen van de mens in het hoge noorden. Hij sprak over de 'de rand van het onmogelijke'. Spitsbergen lag in het verleden meestal daarbuiten. Oude beschavingen hebben hier nooit ook maar één voet aan de grond gekregen. Het gebied is nimmer gekoloniseerd door de Vikingen en de Inuit bleven er uit de buurt. In 1596 ontdekte de Nederlandse ontdekkingsreiziger Willem Barentsz in zijn zoektocht naar de Noordelijke Doorvaart 'het nieuwe land', zoals hij Spitsbergen noemde. Vandaag de dag komen er toeristen met dagelijkse vluchten uit Oslo, maar telt de archipel nog slechts 2500 permanente bewoners. Tussen maart 1979 en maart 2008 is de hoeveelheid ijs in de Barentszzee met bijna dertig procent afgenomen. Het Noorse Poolinstituut bracht het ijsverlies in kaart.
Lees het volledige artikel
National Geographic magazine Editie April 2009
€ 4,50 Bestel in webshop ›




