Bij deze reportage
Uit de shop
Landmijnen hielden het door oorlog geteisterde Cambodja jarenlang in hun greep. Dankzij systematische mijnenruimoperaties is het land nu echter het schoolvoorbeeld geworden van de manier waarop een volk de vloek van landmijnen achter zich kan laten.
Aki Ra veegt voorzichtig de modder weg, waarna een donkergroene landmijn zichtbaar wordt. Zo’n vijftien jaar geleden werd de mijn hier geplaatst door de Rode Khmer, vijf centimeter onder een overwoekerd ossenpad in het noordwesten van Cambodja. In een toch al door landmijnen geplaagd land liggen er nergens zo veel bij elkaar als in dit gebied.
“Dit is een Bouncing Betty uit China, type 69”, zegt Aki Ra. Bouncing Betty is de Engelse bijnaam voor de S-mijn, die bij lichte aanraking door een voet uit de grond opveert en dan op heuphoogte in fragmenten ontploft. Eén mijn kan de benen van een tiental soldaten wegmaaien.
Ondanks zijn zachte stem en engelengezicht weet Aki Ra als geen ander hoe een Bouncing Betty – en zowat elk ander type landmijn – werkt. Halverwege de jaren zeventig, toen hij 5 jaar was, werd hij door de Rode Khmer van zijn ouders gescheiden en samen met andere weesjes de jungle ingevoerd. De leider van de Rode Khmer, Pol Pot, had het land in een chaos gestort: scholen, ziekenhuizen, fabrieken, banken en kloosters waren gesloten, leraren en zakenlui waren geëxecuteerd en miljoenen stadsbewoners waren naar werkkampen op het land gestuurd. De tere handjes van kinderen als Aki vormden bruikbaar gereedschap: hij werd getraind om landmijnen te leggen, vijandelijke mijnen onschadelijk te maken en het TNT opnieuw te gebruiken voor het soort eenvoudige explosieven die nu wel ‘bermbommen’ worden genoemd.(...)
“Dit is een Bouncing Betty uit China, type 69”, zegt Aki Ra. Bouncing Betty is de Engelse bijnaam voor de S-mijn, die bij lichte aanraking door een voet uit de grond opveert en dan op heuphoogte in fragmenten ontploft. Eén mijn kan de benen van een tiental soldaten wegmaaien.
Ondanks zijn zachte stem en engelengezicht weet Aki Ra als geen ander hoe een Bouncing Betty – en zowat elk ander type landmijn – werkt. Halverwege de jaren zeventig, toen hij 5 jaar was, werd hij door de Rode Khmer van zijn ouders gescheiden en samen met andere weesjes de jungle ingevoerd. De leider van de Rode Khmer, Pol Pot, had het land in een chaos gestort: scholen, ziekenhuizen, fabrieken, banken en kloosters waren gesloten, leraren en zakenlui waren geëxecuteerd en miljoenen stadsbewoners waren naar werkkampen op het land gestuurd. De tere handjes van kinderen als Aki vormden bruikbaar gereedschap: hij werd getraind om landmijnen te leggen, vijandelijke mijnen onschadelijk te maken en het TNT opnieuw te gebruiken voor het soort eenvoudige explosieven die nu wel ‘bermbommen’ worden genoemd.(...)
Lees het volledige artikel
National Geographic magazine Editie Januari 2012
€ 4,95 Bestel in webshop ›




