Mijn reis zat er op, ik had alle informatie voor mijn reportage verzameld en ik verlangde naar huis. Omdat mijn hotelkamer in Kathmandu voor nieuwe gasten was geboekt, werd ik ondergebracht in een deftig, zogenaamd village resort, zo’n drie kwartier rijden van de Nepalese hoofdstad. Ik kreeg, vanwege het bij helder weer fraaie uitzicht, een lodge aangewezen hoog op de heuvel, een flinke tippel vanaf de centrale accommodatie, beneden aan de weg. Helaas was de lucht bewolkt en het uitzicht door de vochtige hitte in het dal beperkt. Overdag trof ik nog wat Spaanse gasten die een bustocht door Nepal maakten en in het restaurant de lunch genoten. Maar toen ik ’s avonds voor het diner naar het restaurant beneden wilde gaan, zag ik dat vrijwel alle lichten van het hoofdgebouw waren gedoofd. Bij mijn verschijning op de bordes van mijn lodge zag ik een ober, die blijkbaar op wacht had gestaan, naar binnen lopen en werd de helft van de eetzaal verlicht. Dat bleef zo, ook toen ik als enige in de grote zaal aan een tafeltje aanschoof.
Er waren twee obers en ik was de enige gast. Er was tussen het opdienen van verschillende gangen dus veel tijd over. Om de beurt liepen de obers met een grote boog om mij heen, bleven even staan en knikten me, wanneer we oogcontact hadden, vriendelijk toe. Zij beheersten het Engels niet goed en ik kende maar een handvol Nepalese woorden, waardoor een gesprek niet echt wilde vlotten. Omdat ik een biertje had besteld en geen dorst meer had, maakte ik een afwerend gebaar toen een van de obers een waterglas dat op de tafel stond, wilde vullen. ‘Can I take it?’ vroeg hij, en op mijn instemmend gebaar nam hij het glas en de karaf mee naar achter. Korte tijd later verscheen de andere ober om een nieuwe boog rondom mijn tafel te maken. Hij inspecteerde hoever ik inmiddels met de maaltijd was gevorderd, liep naar achteren en kwam terug met een glas en een kan water. Ik bedankte hem vriendelijk en liet hem een glas water inschenken, ik had geen moed hem mijn aanvankelijke weigering bij zijn collega uit te leggen. Ik was blij toen ik na het dessert eindelijk deze ongemakkelijke maaltijd kon verlaten. Voordat ik mijn lodge had bereikt, was het in het restaurant al helemaal donker. De volgende dag heb ik overplaatsing aangevraagd naar Kathmandu, waar ik in een ander, veel minder chique hotel heb gewacht totdat het luchtverkeer naar Europa werd hervat.
Er waren twee obers en ik was de enige gast. Er was tussen het opdienen van verschillende gangen dus veel tijd over. Om de beurt liepen de obers met een grote boog om mij heen, bleven even staan en knikten me, wanneer we oogcontact hadden, vriendelijk toe. Zij beheersten het Engels niet goed en ik kende maar een handvol Nepalese woorden, waardoor een gesprek niet echt wilde vlotten. Omdat ik een biertje had besteld en geen dorst meer had, maakte ik een afwerend gebaar toen een van de obers een waterglas dat op de tafel stond, wilde vullen. ‘Can I take it?’ vroeg hij, en op mijn instemmend gebaar nam hij het glas en de karaf mee naar achter. Korte tijd later verscheen de andere ober om een nieuwe boog rondom mijn tafel te maken. Hij inspecteerde hoever ik inmiddels met de maaltijd was gevorderd, liep naar achteren en kwam terug met een glas en een kan water. Ik bedankte hem vriendelijk en liet hem een glas water inschenken, ik had geen moed hem mijn aanvankelijke weigering bij zijn collega uit te leggen. Ik was blij toen ik na het dessert eindelijk deze ongemakkelijke maaltijd kon verlaten. Voordat ik mijn lodge had bereikt, was het in het restaurant al helemaal donker. De volgende dag heb ik overplaatsing aangevraagd naar Kathmandu, waar ik in een ander, veel minder chique hotel heb gewacht totdat het luchtverkeer naar Europa werd hervat.
... loading ...





