Zo begint mijn verhaal over een reis die ik in juni van dit jaar maakte door British Columbia (en Alberta), in het westen van Canada. Bijgaande foto, van de Amerikaanse fotografe Susan Seubert, levert het bewijs bij deze openingszinnen...
Canada heeft mijn hart veroverd. In meerdere opzichten. Ik werd er getroffen door de soms adembenemende schoonheid van de natuur: ik stond er oog in oog met een grizzly en meer dan een dozijn zwarte beren, ik kwam tijd tekort in de Rocky Mountains en ik werd stil van de walvissen. Ervaringen die ik mijn leven niet vergeet.
Maar minstens zo veel indruk maakten de Canadezen die ik er ontmoette, onder wie outfitters en hoteleigenaren. Het enthousiasme waarmee ze hun kennis van de omgeving en persoonlijke verhalen delen met hun gasten, is hartverwarmend. Hun werk is hun leven.
Zo herinner ik me een tocht door de Knight Inlet, met Derek Kyosta van Tide Rip Tours, een touroperator aan de oostkust van Vancouver Island. Derek, een jonge, humoristische en buitengewoon vriendelijke kerel, gidste ons met een aluminium watertaxi naar een estuarium waar zich geregeld grizzlyberen ophouden. (Wij zagen er één: een mannetje, dat op zo'n vijftig meter van ons vandaan aan het scharrelen was.)
Aan de ene kant sprak Derek met enorm veel liefde over het gebied, de natuur, de vissen, de vogels, de beren; aan de andere kant liet hij ondubbelzinnig zijn afgunst merken jegens al die mensen en bedrijven die deze grandioze wildernis – bewust of onbewust – aantasten. Uit zijn woorden, of die nu vrolijk of bozig van toon waren, werd duidelijk hoe gepassioneerd Derek was, hoe de liefde voor zijn land door zijn aderen stroomde.
Derek is slechts één van de vele Canadezen die ik op mijn reis ben tegengekomen en heb gesproken. Ze bleken niet alleen zonder uitzondering übervriendelijk, maar wat ze ook allemaal gemeen hebben, is hun passie voor Canada. Die ik nu deel. En die me voor de kust van Vancouver Island, vissend op chinookzalm, natuurlijk deed lachen...
... loading ...





