Bij deze reportage
Uit de shop
De liefde voor de populairste metropool van Australië gaat misschien wel door de maag. Traveler neemt je mee naar Sydney, de stad die tal van culinaire verrassingen in petto heeft.
Ik zit prinsheerlijk onder de luifel van het Australian Hotel, een 19e-eeuws eetcafé in outback-stijl in de buurt van de Circular Quay in Sydney, maar ik heb een groot probleem. Kan ik het mezelf ooit vergeven als ik de kangoeroe bestel? Dat zit zo: tijdens mijn jeugd in Canada keek ik met mijn tere kinderzieltje elke week naar Skippy de Boskangoeroe (Skippy, Skippy/ Our friend ever true), een Australische televisieserie over een soort springende langpoot-Lassie die voortdurend jonge wombatjes of aan hun parachute in een boom bungelende piloten uit de nood redde. Ik ben nog maar twee dagen in Sydney als ik van mijn vriendin Heather, een culinair onderlegde televisiejournaliste, de schokkende waarheid verneem. De Australiërs eten kangoeroe! En emoe, mottenlarven en krokodil! Bush tucker noemen ze dat soort wild hier, en een malse, magere kangoeroebiefstuk schijnt – gemarineerd in tamarinde en geroosterd op de barbecue – niet te versmaden te zijn. Ik ben speciaal vanwege de uitgebreide bush tucker-kaart naar het Australian Hotel gekomen, maar als ik me aan Skippy vergrijp, zal ik mezelf misschien nooit meer in de spiegel kunnen aankijken. Aan de andere kant: ik ben de Stille Oceaan overgestoken om de typische smaken van Sydney te proeven, om het unieke grensvlak van natuur en cultuur te verkennen en te onderzoeken waardoor dit verre plekje op de aardbol zich precies van alle andere onderscheidt. En normaal gesproken lukt zoiets het beste vanachter een bord vol onbekende streekspecialiteiten.





