Aan het Balatonmeer van Hongarije wisselen simpele boerengemeenschappen, betonnen arbeiderspaleizen en hippe strandtenten elkaar af.
Waar water eindigt en land begint, is nauwelijks te zien. Beiden hebben dezelfde donkerblauwe kleur en beiden zijn bedekt met kleine lichtjes. Onder en op ooghoogte schitteren de lampen van de dorpjes aan de oever; boven zijn het de eerste sterren die fonkelen aan de nachtelijke hemel. Heel vaag zijn de contouren van de heuvels pal achter de oever zichtbaar in het flauwe schijnsel van de opkomende lichtgele maan. Met het invallen van de duisternis werpt het Balatonmeer in het hart van Hongarije zijn masker van zonnige zorgeloosheid en bedrijvigheid af. De rust en de duisternis veranderen het vrolijke meer vol bootjes en watervogels in een mysterieuze waterplas zonder een spoor van leven. Het enige dat de stilte doorbreekt is het klotsen van de golven en het ritselen van het riet. Totdat er flarden muziek en gedempt gelach over het water echoën. De donkere hemel wordt in de verte opgelicht door een bundel laserlichten die ronddraaien als vuurvliegjes. Het rumoer waait over van de populaire badplaats Siófok aan de andere oever. Opeens is het Balatonmeer niet meer die mysterieuze waterplas maar weer een bruisend recreatiegebied vol toeristen. Ook overdag balanceert ‘het Balaton’ (Hongaren korten de naam zelfs af tot Balcsi oftewel ‘Balatonnetje’) tussen deze twee uitersten. Het is het drukste vakantiegebied van Hongarije en tegelijkertijd één van haar kostbaarste natuurlijke schatten. Een dicht moeras vol riet, struiken en bomen vormt de natuurlijke overgang tussen het water en de heuvels die soms al op enkele honderden meters afstand omhoog rollen. Maar aan diezelfde groene oever liggen toeristische badplaatsen met hotels, jachthavens promenades en talloze cafés en restaurants. Ook het meer zelf verandert voortdurend. In het heldere ochtendlicht kleurt het water diep blauw; in het warme licht van de avondzon juist zacht grijs. Rond het middaguur in het felle zonlicht is de kleur de vaalgroen, als het water aan de Côte d’Azur maar dan troebel. Behalve waar de wolken hun schaduw werpen, daar oogt het lichtblauw. De temperatuur is aangenaam, zo rond de 24 graden. Maar wat belangrijker is: het water is nog schoner dan het eruit ziet door het ontbreken van industrie. Zelfs scheepvaart is nauwelijks mogelijk, omdat het meer nergens dieper is dan een meter of drie. Geen wonder dat steeds meer toeristen uit Europa de weg naar dit zoetwatermeer – het grootste van Europa – weten te vinden.





