Valt er nog iets te ontdekken op het toeristische Maui? Volgens journalist Andrew McCarthy staat het eiland garant voor avontuurlijke ontdekkingstochten door de jungle, verlaten vulkanische hellingen en spectaculaire watervallen.
‘Het is grondig verpest. Er is niks meer aan,’ zegt de man aan het naburige tafeltje. Hij heeft zwart haar in een nette scheiding en praat tegen een koffiedrinkende dame alsof hij de wijsheid in pacht heeft. Ik zit in mijn vaste koffiehuis in Manhattan en geef me over aan een typisch New Yorkse liefhebberij: luistervink spelen. De man blijkt net terug uit Maui, en volgens hem is het eiland volgeplempt met hotels en vergeven van de toeristen. Dat hoor je wel vaker, niet alleen over Maui, maar over allerlei populaire vakantiebestemmingen. Toch trek ik me zijn commentaar aan. Ik ken Maui namelijk. Of beter gezegd, ik kende het. Halverwege de jaren tachtig kwam ik voor het eerst op het ‘Valley Island’, en ook toen al hoorde ik menigeen klagen dat het unieke karakter van het eiland door het toerisme om zeep was geholpen. Gelukkig liet ik me daar niets aan gelegen liggen, en ik heb er tien jaar gewoond. Hoewel ik uiteindelijk elders verzeild ben geraakt, voel ik me tot op de dag van vandaag Mauiaan. En ik kan slecht tegen kritiek op mijn eiland. Dus besluit ik ter plekke, bij mijn bordje bacon and eggs, te gaan kijken of mijn dierbare eiland echt grondig verpest is, of dat er toch nog wat te ontdekken valt op Maui.





