Bij deze reportage
Uit de shop
De minder bekende weg naar de verloren Incastad in Peru is zwaar, maar de inspanningen worden dubbel en dwars beloond. En de overnachtingen zijn verrassend comfortabel.
We steken over een gammel houten loopbruggetje een bergbeek over en houden even rust om op adem te komen. Ons pad voert al een poosje langs een stenen muurtje, waarachter zich een landschap van rotsige weidegronden en ruige hei uitstrekt. Daar bovenuit torent de besneeuwde steenmassa van de Nevado Salcantay, met 6271 meter de hoogste top van de Cordillera Vilcabamba, een bergketen in de Andes. Links daarvan ligt nog een gigantische klomp van rots en ijs, de 5917 meter hoge Humantay. Morgen klimmen we naar de 5000 meter hoge pas tussen de twee bergtoppen en bereiken we het hoogste punt van onze zesdaagse voettocht van 56 kilometer naar Machu Picchu, de legendarische Verloren Stad van de Inca's. Het is de tweede dag van ons avontuur en we moeten nog wennen aan de ijle lucht. 'Het is zwaarder dan ik dacht op deze hoogte,' zegt Deborah Liss uit Atlanta, die de trektocht maakt met haar man Bill. Maar er zijn rotsblokken genoeg om even op te gaan zitten. Ik trek mijn fleecevest uit en prop het in mijn rugzak. Dan smeer ik mijn gezicht in met zonnebrandcrème want de hemel is stralend blauw. Onze gids, Manolo Lazo, geeft iedereen een flesje water uit zijn rugzak. De echte klim begint pas morgen, wanneer we de Camino Salcantay op gaan. Dit is het pad naar de beroemde Incaruïne. Het komt een eind boven de boomgrens uit, in de schaduw van de toppen van de Andes, en duikt vervolgens diepe ravijnen met weelderige bossen in. We verheugen ons erop dat we alle vergezichten praktisch voor onszelf zullen hebben, want deze route naar de Machu Picchu is bepaald geen platgetreden pad. In zijn gloriedagen strekte het Incarijk zich over een lengte van zo'n vierduizend kilometer uit langs de ruggengraat van de Andes. Om zo'n groot gebied te kunnen besturen, legden de Inca-bouwmeesters een imposant netwerk van bergpaden aan, waaronder de Camino Salcantay. Maar na de ondergang van hun rijk werd het pad alleen nog gebruikt door boeren uit de omgeving. Pas een paar jaar geleden werd de route door backpackers ontdekt.





