Zweden

Pelgrimsroute St. Olavsleden: Zweden (1)

Journalist Myrthe treedt in de voetsporen van de heilige Olav Haraldsson. Ze loopt van Zweden naar Noorwegen over de pelgrimsroute St. Olavsleden. Dit is deel één van haar ontdekkingstocht. maandag, 3 juli

Door Myrthe Prins
Foto's Van Myrthe Prins

Elk jaar gaan duizenden Nederlanders en Belgen te voet, per fiets of op een andere manier naar Santiago de Compostella. De meesten maken deze reis tegenwoordig niet meer uit religieuze overwegingen, maar eerder voor de sport, de natuurlijke omgeving of het behalen van een persoonlijk doel. De laatste jaren neemt het aantal van deze nieuwe generatie pelgrims toe, en hun bestemmingen reiken verder dan de bekende tochten in Spanje (Santiago), Italië (Assisi) of Frankrijk (Lourdes). 

In Scandinavië wordt sinds een aantal jaar de route St. Olavsleden nieuw leven ingeblazen – steeds meer reizigers van alle leeftijden ontdekken deze 560 kilometer aan natuurschoon tussen het Zweedse Selånger en het Noorse Trondheim. De heilige Olav Haraldsson aan wie deze route gewijd is, was een jonge viking die in 1015 koning van Noorwegen werd. Hij probeerde het christendom in Scandinavië te introduceren, maar dat viel niet bij iedereen in de smaak. 

Om een lang verhaal kort te maken: Olav werd verbannen, maar keerde jaren later terug om zijn troon te heroveren. Hij kwam aan land in het Zweedse Selånger en trok vanuit daar te paard richting Noorwegen. Voordat Olav zijn doel kon bereiken, stierf hij in 1030 tijdens een gevecht in Stiklestad (ruim honderd kilometer van Trondheim). Ondanks dat Olav niet bijster populair was, werd de route die hij aflegde – met name door slimme marketing van de katholieke kerk – toch een belangrijke pelgrimstocht: tijdens de middeleeuwen een van de vier grootste van Europa. 

Pelgrimstochten hebben me altijd al aangesproken. Niet vanwege de religieuze achtergrond, maar omdat ik reizen met een doel – en met het nodige afzien – nou eenmaal aantrekkelijk vind. Dat je dan ook nog stempels kan verzamelen in een pelgrimspaspoort is natuurlijk een erg leuke bonus. Ik dacht altijd dat de 88 tempels op het Japanse eiland Shikoku mijn eerste ervaring zouden worden, maar hier sta ik in Zweden om mijn pelgrimspaspoort in ontvangst te nemen voor St. Olavsleden. Het pad werd al lange tijd niet meer als pelgrimsroute gebruikt, tot het enkele jaren terug ineens werd herontdekt door plezierpelgrims. 

Putte Eby werd aangesteld als projectleider om het pad te promoten, maar ook pelgrimklaar te maken. Dat viel niet altijd mee, vertelt de vrolijke Zweed: 'Toen we begonnen, liep het grootste deel van de tocht waar nu de snelweg ligt. Om de route veiliger, maar ook mooier te maken, moesten we op zoek naar nieuwe wegen.'  

De afgelopen drie jaar heeft Putte alternatieve routes gezocht of zelfs gemaakt, en gezorgd dat elke paar honderd meter is afgebakend met het logo van de tocht. Ook kent hij praktisch iedereen die langs het pad woont en zorgt hij dat veel lokale bewoners accommodatie aanbieden voor pelgrims. Soms heeft dit de vorm van een schuurtje in een tuin, soms van speciale pelgrimsprijzen bij een al bestaande bed & breakfast. Hoe dan ook hebben de inspanningen resultaat: de afgelopen drie jaar is het aantal pelgrims elk jaar ruim verdubbeld. Nog altijd spreken we over een totaalaantal van enkele honderden, maar voor Putte is het een grote vooruitgang.

Ik had graag de volledige tocht gelopen, maar helaas heb ik slechts enkele dagen om de route af te leggen. Putte leidt mij langs het pad in de auto en af en toe mag ik even een uur of twee lopen, waarna mijn Zweedse gids me weer oppikt. Die kleine momenten waar ik alleen over een bospad wandel, geven me een idee van hoe een pelgrim deze tocht ervaart. Ik kom dichter bij de natuur dan vanuit een voertuig mogelijk is, en voel een soort vitaliteit die ik al lang niet ervaren heb.

Ik kan niet precies verklaren waarom, maar het verzamelen van stempels en het volgen van bordjes brengt een soort kinderlijk enthousiasme in me naar boven. Het doet me denken aan vroeger, toen we met het gezin delen van het Pieterpad of de Grand Randonnée volgden. Telkens wanneer ik me afvraag of ik nog goed loop, zie ik weer een logo van de pelgrimsroute. Het is een bevestigend, maar vooral ook aanmoedigend signaal: je zit nog steeds goed én je bent weer een stukje dichterbij je einddoel. Soms zie ik kistjes met stempels of logboekjes waar pelgrims van verschillende nationaliteiten in geschreven hebben. Ook al kom ik geen pelgrim tegen, voel ik me op die manier toch verbonden met de reizigers die hier voor mij liepen.

Het jachtseizoen is zojuist geopend en om buiten schot te blijven, dragen sommige lokale wandelaars daarom een feloranje petje. Elanden zijn de voornaamste doelwitten. Ze worden geschoten voor het vlees, maar voornamelijk ook om het aantal dieren op een leefbaar peil te houden. Worden het er te veel, dan neemt het aantal aanrijdingen toe: gevaarlijk voor dier en mens. De jagers schieten er echter niet zomaar op los. Verschillende groepen krijgen een gebied en een quotum toegewezen, waardoor ze precies weten hoeveel oude en jonge dieren ze mogen schieten. Volgens Putte is het vlees de kost van de dag voor veel Zweden: 'Elk gezin hier heeft wel een eland in zijn vriezer liggen. Ik koop het vlees van jagers en soms van de inheemse Sami, wiens leefgebied hier ongeveer begint.'

Diezelfde avond mag ik zelf mijn portie eland uitproberen in een stoofpotje dat de Nederlandse Hilde voor me heeft klaargemaakt. Vier jaar geleden kwamen zij en haar vriend in Revsund wonen in een voormalig parochiehuis, dat ze hebben omgetoverd tot een bed & breakfast. 'Hij is wel van vorig jaar,' zegt ze verontschuldigend, terwijl ze me het gerecht – met aardappels en wortels uit eigen tuin – laat zien. Ik maak geen enkel bezwaar en laat mijn zintuigen los op de onmiskenbare smaak van wild. Buiten laat de wind van zich horen, maar binnen overheersen de klanken van een knapperend haardvuur, kalme jazzmuziek en mijn tevreden gekauw.

De zoektocht naar lokale producten en diensten is een reistrend die ik de laatste jaren al in veel landen heb opgemerkt, maar in dit deel van Zweden krijg ik het gevoel dat het eerder gewoonte is dan mode. 'De microbrouwerijen die nu overal opduiken, zijn duidelijk een trend, maar dat je je brood bij de lokale bakker haalt en de groenten uit je tuin is hier altijd al zo geweest,' vertelt Hilde over haar woonplaats. 'Je leeft hier in een soort gemeenschap waar iedereen in feite alles voor elkaar kan verzorgen. Dat vind ik een erg fijn idee.' 

De volgende ochtend lijkt het alsof Olav me even persoonlijk een trap tegen mijn verwende kont wilt geven. Precies wanneer ik vertrek om twee uur over een bospaadje te wandelen, begint het te regenen. Gek genoeg ben ik er blij om. Ik voelde me al een beetje schuldig omdat ik bijna de volledige route per auto afleg, dus nu krijg ik eindelijk het gevoel dat ik moet werken voor die stempels. Met natte voeten en een doorweekte broek stap ik over een dun paadje – het enige bewijs dat hier ooit eerder mensen zijn geweest. Het pad is niet altijd duidelijk aanwezig, maar telkens wanneer ik twijfel, hangt er een bordje aan een tak om me de weg te wijzen. Soms sta ik even stil om rond te kijken of ik toevallig een eland kan zien of horen, maar behalve het geluid van de regen is er niets. 

Overal groeien bosbessen en ik laat de kans niet schieten om gebruik te maken van het 'allemansrecht'. In Zweden en Noorwegen mag je in principe overal leven in en van de natuur, zolang je deze maar geen schade berokkent. Je mag bijvoorbeeld met je tentje staan waar je wilt, als het maar niet voor langer is dan een nacht. En je mag je dus tegoed doen aan de bosbessen, rode bessen en kruipbramen (een soort gele frambozen) die hier veelvuldig aanwezig zijn. Het voelt goed om letterlijk en figuurlijk zo dicht bij de natuur te staan. Misschien is dat wel het ultieme doel van de pelgrim?

 

Kijk hier voor meer informatie

Volg