Aristoteles - onderzoeker van het menselijk lichaam

De nieuwsgierigheid van Aristoteles kende geen grenzen. De filosoof deed talloze onderzoeken naar de menselijke anatomie. Volgens hem draaiden alle organen om één hoofdorgaan: het hart. Van daaruit stroomde de warmte die het lichaam bezielt.

Door JORDI CRESPO SAUMEL
Gepubliceerd 14 apr. 2022 13:29 CEST
DE FILOSOOF UIT STAGEIRA Aristoteles, geboren op het schiereiland Chalkidiki in de Egeïsche Zee, had interesse ...

DE FILOSOOF UIT STAGEIRA Aristoteles, geboren op het schiereiland Chalkidiki in de Egeïsche Zee, had interesse voor alle facetten van kennis, waaronder de anatomie. Portret door Justus van Gent, 1475.

Foto door Louvre

Er zijn maar weinig mensen die zo een sterk verlangen hadden naar het opdoen van meer universele kennis als Aristoteles, de grote Griekse filosoof uit de 4de eeuw v.C. In zijn aanschouwelijk onderwijs en zijn talrijke geschriften hield hij zich bezig met praktisch alle takken van kennis. Zijn nalatenschap is van cruciale betekenis geweest voor een groot aantal wetenschappelijke disciplines. Aristoteles was zo breed georiënteerd dat hij niet alleen te beschouwen is als filosoof, in de strikte zin van de tegenwoordige betekenis van het woord, maar ook als logicus, wiskundige, historicus, psycholoog, scheikundige of natuurkundige.

Uit het Corpus Aristotelicum, een verzameling van alle werken die aan Aristoteles zijn toegeschreven, valt echter op te maken dat met name de biologie zijn bijzondere aandacht had, nog meer dan andere wetenschappelijke disciplines. Aristoteles geniet binnen de wetenschap dan ook een welverdiende reputatie als nauwgezet waarnemer van de natuur. Als bioloog was de filosoof uit Stageira vooral geïnteresseerd in het menselijk lichaam en het functioneren hiervan. Zijn inzichten hebben veel duidelijkheid verschaft over enkele fundamentele fysiologische kwesties.

Aristoteles beschouwde het menselijk lichaam als een samenhangende en natuurlijke verbinding, het resultaat van een opeenvolgende samenvoeging van de samenstellende elementen die de filosoof Empedocles eerder had gedefinieerd als lucht, vuur, aarde en water. Volgens Aristoteles kwamen uit deze basiselementen de bouwstenen voort die gezamenlijk de eenvoudigste bestanddelen van organismen vormden. Deze werden op hun beurt weer gecombineerd tot steeds complexere weefsels, zoals organen. Volgens Aristoteles zorgde het geheel aan organen ervoor dat een organisme kon functioneren.

Geiten op een tekening uit Kitab na't al-Hayawan wamanafi'hi (het nut van dieren), een Arabische bewerking van werken van Aristoteles, 13de eeuw. 

Foto door

HEPHAISTEION

In de laatste jaren van zijn leven keerde Aristoteles terug naar Athene en richtte daar het Lyceum op. Hier gaf hij les tot hij in 323 v.C. in ballingschap ging. Op de foto is de tempel van Hephaistos op de agora van Athene te zien.

Foto door

De denker kon zich daarentegen niet vinden in de klassieke Griekse theorie van de vier humoren die het menselijk organisme vormen: zwarte gal, gele gal, bloed en slijm. Voor Aristoteles bestond het menselijk lichaam niet uit gal; volgens hem was dit een afvalproduct dat ontstond als gevolg van ziekte.

Aristoteles was ervan overtuigd dat het hart was belast met het opvangen en verspreiden van de natuurlijke lichaamswarmte, een opvatting die werd overgenomen door de 3de-eeuwse commentator Dexippus en later door de stoïcijnse filosofen. Het hart herbergde, samen met de pneuma of levensadem, de ziel van elk levend wezen. Aristoteles kwam tot de conclusie dat het hart van essentieel belang is voor de werking van het lichaam; volgens zijn leer vervult dit orgaan de voornaamste fysiologische en psychologische functies. Aristoteles stelde dat het hart het eerste deel is van een levend wezen dat tot wasdom komt. Het orgaan zou niet alleen verantwoordelijk zijn voor de productie en het verdelen van het bloed, maar ook de plek waar de informatie wordt verwerkt die onze zintuigen oppikken.

ANATOMIE

Deze tekening toont de aristotelische kijk op de menselijke anatomie, met het hart centraal. Afkomstig uit De corpore et anima, een medisch manuscript van John Rylands, 1497.

Foto door

Het belang van het hart

Aristoteles’ visie op het lichaam zat nog niet op een lijn met de huidige kennis; volgens de filosoof werden de vitale functies niet aangestuurd door de hersenen maar door het hart. De aristotelische fysiologie kan worden vergeleken met een soort fundamentele thermodynamica. Volgens Aristoteles hadden de elementen vier eigenschappen: warmte, kou, droogte en vochtigheid. Warmte was bij uitstek zowel de bron voor de vorming en volledige ontwikkelingvan het lichaam als voor het grootste deel van de fysiologische processen.

Volgens Aristoteles waren de hersenen een van nature koud en passief orgaan. Vandaar dat hij de voornaamste functie van de hersenen reduceerde tot het doven van de overmatige lichaamswarmte die afkomstig was van het hart en vooral opspeelde na het eten.

LEERLING EN MEESTER

Fragment van het fresco De school van Athene, van Rafaël, Een bejaarde Plato wijst naar de hemel; Aristoteles wijst naar de aarde.

Foto door

ANATOMISCH DIAGRAM

Tijdens de Middeleeuwen werd de kennis van Aristoteles door de Arabieren levend gehouden. Anatomische tekening uit een werk van Tasrih-i Mansuri, uit de 13de eeuw.

Foto door

In zijn werk Over het geheugen, de slaap en de droom kwam Aristoteles met een uitleg waarom mensen suf worden na het eten: het hart zou na de maaltijd de gegenereerde lichaamswarmte proberen te reguleren, want een te hoge lichaamstemperatuur kan noodlottig zijn.

Aristoteles dacht dat deze thermische balans onontbeerlijk was voor het overleven van het lichaam en voor het naar behoren functioneren ervan.

Om die reden was het noodzakelijk dat de regulering iedere dag zou plaatsvinden, een proces dat tijdens de slaap aan de gang was. De lichaamstemperatuur Aristoteles was ervan overtuigd dat ook de ademhaling een belangrijke rol speelde in het reguleren van de temperatuur van warmbloedige dieren en de mens. Aristoteles kan worden gezien als de eerste denker die erkende dat de longen een cruciale rol spelen in het ademhalingsstelsel. Hij had geen idee van de werkelijke functie van het orgaan, de gaswisseling tussen lucht en bloed, maar dacht dat de ademhaling diende om de door het hart opgewekte warmte af te koelen.

ZOÖLOGIE

Aristoteles schreef enkele werken over zijn onderzoek van dieren. Daarin schrijft hij onder andere over paarden, waarvan hij de placenta bestudeerde. Zwartfigurige vaas met paarden.

Foto door

THEATER VAN ASSOS

Aristoteles vestigde zich in 347 v.C. in Assos (nu Behram), in het huidige Turkije. Daar schreef hij zijn Politika en trouwde hij met Pythias, die hem met enkele van zijn werken heeft geholpen. Op de foto is het theater van de stad te zien.

Foto door

Plato, en met hem vele anderen vóór Aristoteles, was ervan overtuigd dat de longen niets te maken hadden met de ademhaling, maar alles met de vertering van vloeistoffen, die van daaruit naar de blaas vloeiden. Deze opvatting was wijdverspreid in de Oudheid en komt zelfs aan bod in enkele traktaten van het Corpus Hippocraticum, het geheel aan teksten dat wordt toegeschreven aan Hippocrates, de vader van de geneeskunde.

De observaties van Aristoteles aan de epiglottis, een kraakbeenachtige klep die de luchtpijp afsluit wanneer we eten en drinken en ervoor zorgt dat het voedsel de slokdarm bereikt en zo voorkomt dat we stikken, verdreven definitief het beeld dat vloeistoffen naar de longen gaan; eerder werd de longen die functionaliteit nog toegedicht vanwege hun sponsachtige structuur. Aristoteles’ argumenten werden later door Erasistratos van Ceos uitgewerkt. Hij toonde het bestaan aan van de luchtpijp en de slokdarm, twee buizen die uitkomen in twee verschillende organen: de longen en in de maag.

Het laboratorium van Aristoteles

Aristoteles had bijzondere aandacht voor de spijsvertering, waarvan hij de werking tot in detail toelichtte. Volgens de filosoof werkte de lichaamswarmte in op de maag, waardoor gegeten voedsel in het orgaan begon te koken.

De daaruit voortkomende vloeistoffen verspreidden zich naar andere organen via een stelsel van kleine vaten. Daarna passeerden de vloeistoffen via poriën de darmen op een manier die te vergelijken was met verdamping, en veranderden ze in een soort serum dat door het lichaam stroomde. Daarbij passeerde het de lever, de milt en de nieren, waarna het in het hart weer tot bloed werd gemaakt. Ook in het spijsverteringsstelsel was het hart volgens Aristoteles dus een belangrijke schakel.

Geleerden hebben zich afgevraagd wat voor onderzoeksmethoden Aristoteles toepaste om tot zijn biologische theorieën te komen, in het bijzonder met betrekking tot het menselijk lichaam. Er wordt beweerd dat hij en zijn leerlingen, met name Theophrastus van Eresus, zeker vijftig soorten dieren hebben ontleed om de belangrijkste biologische processen beter te kunnen duiden. Vervolgens pasten ze deze kennis toe op de mens. Het ligt niet voor de hand dat Aristoteles zelf menselijke lichamen ontleedde, vooral omdat men in het oude Griekenland nog maar weinig ervaring had in lijkschouwing. Dit gebeurde na de dood van de filosoof wel in Alexandrië, onder andere door artsen als Praxagoras van Kos (300 v.C.) en Herophilus van Chalcedon (330-260 v.C.).

ASKLEPIEION VAN KOS

Deze aan Asklepios gewijde tempel op Kos is een van de imposantste bouwwerken ter ere van de Griekse god van de geneeskunde. Hier stond een beroemd ziekenhuis waar Hippocrates studeerde en waar helende behandelingen middels de tempelslaap (incubatie) werden gegeven.

Foto door

Er is echter nog een andere weg waarlangs Aristoteles kennis kon vergaren over de menselijke fysiologie: het beoefenen van de geneeskunst. Er mag niet aan worden voorbijgegaan dat Aristoteles behoorde tot een geslacht van artsen; zijn vader was een beroemd geneesheer. Ook al bevat het Corpus Aristotelicum zoals we dat nu kennen geen medisch werk, er zijn aanwijzingen dat de filosoof een aantal traktaten schreef die verloren zijn gegaan. Zo is er een citaat uit de 5de eeuw n.C. van de arts Celius Aurelianus, waarin een fragment wordt weergegeven uit een vermeend medisch werk van Aristoteles: Over geneeswijzen. Daarnaast is het aannemelijk dat het laatste stuk uit zijn traktaat Over de ademhaling enkele delen bevat van een ander medisch werk, dat eveneens verloren is gegaan. In deel tien van de Historia animalum onderzoekt Aristoteles met veel technische details de oorzaken van onvruchtbaarheid bij de mens, hoewel deskundigen twijfelen of deze tekst werkelijk door hem is geschreven.

In zijn geschriften citeert Aristoteles andere Griekse artsen, onder wie Zeno van Citium, Diogenes van Apollonia, Polybus, Leophanes en Herodicus van Selymbria, maar vooral om kritische kanttekeningen te maken bij hun leer. Illustere bewonderaars Het is moeilijk te geloven dat Aristoteles geen weet zou hebben van de medische wetenschap, zeker als je bedenkt dat de meeste filosofen van voor het tijdperk van Socrates medici waren of met de geneeskunst samenhangende gevallen behandelden. Er bestaat echter geen twijfel over de nieuwsgierigheid van Aristoteles naar zaken die in zijn tijd als wetenschappelijk werden aangemerkt – inclusief de vergissingen, want fouten maken is een essentieel onderdeel van elke wetenschappelijke vooruitgang.

Het is dus zo gek nog niet dat Charles Darwin, de vader van de moderne biologie, in de brief die hij op 22 februari 1882 verstuurde naar William Ogle, de vertaler naar het Engels van De partibus animalium, het volgende schreef: ‘Ik had geen idee hoe bijzonder deze man [Aristoteles] was. Ook al ben ik in verschillende opzichten het meest beïnvloed door [Carl] Linnaeus en [Georges] Cuvier, deze twee zijn naast de oude Aristoteles niet meer dan leerlingen.’

Dit artikel werd oorspornkelijk gepubliceerd in het National Geographic Historia Magazine uitgave 02, 2022. 

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Geschiedenis en Cultuur
Eeuwenoude staatsgevangenis: de Tower of London
Geschiedenis en Cultuur
Schipbreuken uit de oudheid
Geschiedenis en Cultuur
Deze minidino kon voelen met zijn staart
Geschiedenis en Cultuur
Wil je ook meer National Geographic?
Geschiedenis en Cultuur
Het vergeten verhaal van de Depokkers

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.