Autarkie als ambacht

Rond de vuurtoren van Workum bouwden Reid en Cornelie hun biotoop: een wereld waarin alles draait om zelfvoorziening. Fotograaf Loek Buter volgde het eigenzinnige stel twee jaar lang.

Reid en zijn poes Katja rusten uit op de bank in het wachtershuisje bij de vuurtoren. Aan het plafond en langs de wanden hangt een grote verzameling oude scheepsblokken, lampen en koperwerk. Reid smeedde de meeste zelf, begaan als hij was met oude technieken en restauratie.

Foto van Loek Buter
Door Renske Jonkman
Foto's Van Loek Buter
Gepubliceerd 16 aug. 2021 16:55 CEST
Reid de Jong met zijn vrouw Cornelie Ploeg voor hun woning. De vuurtoren van Workum, in ...

Reid de Jong met zijn vrouw Cornelie Ploeg voor hun woning. De vuurtoren van Workum, in Friesland wel bekend als ‘It Toarntsje‘, staat boven op de Hylperdyk. De plek biedt een fraai uitzicht over het IJsselmeer en Stoenckherne, een buitendijks kweldergebied.

Foto van Loek Buter

Reid Jelles de Jong (1934-2020), de laatste vuurtorenwachter van Workum, overleed vorig jaar november. Zijn gezondheid was al enige tijd slecht na een longontsteking waarvan hij niet herstelde

Foto van Loek Buter

Eind jaren zestig meerde Reid de Jong met zijn bootje aan in Workum, een stadje aan het IJsselmeer in Zuidwest-Friesland.

Hij vond er een nieuw thuis voor zijn gezin: de vuurtoren op de Hylperdyk. Het rietland onder aan de dijk was woest en onontgonnen, zilt van het zeewater dat eeuwenlang tegen de kust had geslagen.

Toen Reid met zijn eerste vrouw Wijnie en vier kinderen in 1967 zijn intrek nam in het wachtershuisje, had hij een hoofd vol dromen. Met een zeis maakte hij het omliggende land vrij van riet. Hij plantte bomen voor luwte, groef greppels voor afwatering en legde een moestuin aan. Het verwaarloosde huis herstelde hij in oude luister. In de loop der jaren schiep hij zo zijn eigen hof van Eden. Hij haalde geiten voor de melk en schapen voor de wol. Hij ving zijn vis uit het IJsselmeer. Groenten kwamen uit de eigen moestuin. Zijn kinderen hielpen na schooltijd met het hooien en het uitmesten van de stallen.

In november overleed Reid, de laatste vuurtorenwachter van Workum. Met zijn volle baard, pijp en zelfgebreide wollen truien was hij uitgegroeid tot een van de markantste figuren van Friesland. Koppig en eigenzinnig bekeek hij de wereld op zijn manier, dwars tegen alle stromingen in. Als antwoord op onze consumptieve levensstijl die de aarde uitput, realiseerde hij een nagenoeg autarkisch bestaan in de vuurtorenwoning, met een grote voorliefde voor de Friese wateren en het landschap.

54 jaar later wonen vrijwel al zijn kinderen in de stad. Reids tweede vrouw en weduwe, Cornelie Anne Ploeg (68), met wie hij samen was sinds de jaren negentig, zet nu zijn missie voort in de vuurtorenwoning.

Energiek loopt Cornelie op haar klompen de dijk af, naar de moestuin en de fruitboomgaard die jaarlijks zo veel appels oplevert dat ze er ‘tot diep in de winter’ van kan eten. Water komt uit een eigen bron en elektriciteit wekt ze op met een windmolentje en enkele zonnepanelen, nét genoeg om een paar lampen van te laten branden. ’s Winters stookt ze het huis warm met een houtkachel.

Op de dag dat Cornelie werd geboren, wist de arts toen hij de blakend roze baby in zijn handen omhooghield: ‘Dit wordt een buitenkindje.’ Als kind hielp ze haar buurman met imkeren, later kocht ze haar eerste schapen en geiten. Het waren die schapen die haar naar ‘It Toarntsje’ brachten, zoals de vuurtoren in Friesland bekendstaat. ‘Ik woonde in Zeist,’ vertelt Cornelie, ‘maar ik zocht nog een stuk grond waar mijn schapen konden lopen.’ Uiteindelijk kwam ze via haar toenmalige vriend uit bij het land van Reid. Acht jaar lang zou ze elke zomer met haar schapen op een skûtsje langskomen – totdat ze er niet meer wegging

De bokken Teake en Eelke zijn Nederlandse landgeiten, het enig overgebleven geitenras van Nederlandse oorsprong. Zonder de geiten was een zelfvoorzienend leven voor Reid en Cornelie onmogelijk geweest: ze leveren melk, kaas, vlees en mest voor de moestuin.

Foto van Loek Buter

Een harde zuidwestenwind geselt geregeld het water, de wilgen en het zompige rietland rond It Toarntsje. Cornelie kan er nog altijd maar moeilijk aan wennen, zegt ze. Vroeger moet het nog erger zijn geweest: toen sloeg hier de Zuiderzee tegen de oevers. In de zeventiende eeuw, toen de vuurtoren werd gebouwd, werden takken en riet op de vuurkorf gegooid zodra een schip de kust naderde, zodat een groot vuur ontstond dat kilometers ver op zee zichtbaar was.

Reid stak de vuurkorf nog eens per jaar aan, in de Strontweek, waarin onder meer met zeilschepen tussen Warmond en Workum wordt geracet.

 

 

 

Als imker heeft Cornelie twee kasten met zwarte bijen, die jaarlijks zo’n dertig kilo honing leveren. Niet alles wordt geoogst, zodat ook de bijen zelf genoeg hebben. De nectar halen ze uit de bloemenrijke moestuin. De tuin levert verder het hele jaar groente, fruit en noten, met speciale rassen waarvan zaden zijn opgenomen in de wereldzadenbank op Spitsbergen. De rode kruisbessen zijn geplukt in dé oogstmaand juli, waarin groenten en fruit worden ingemaakt voor de winter. Het brood is zelfgebakken; van de walnoten wordt olie gemaakt.

Foto van Loek Buter

Reid, met zijn kenmerkende gebreide muts en sjaal van zelfgesponnen wol, leefde met zijn vrouw Cornelie 26 jaar lang in en rond de vuurtorenwoning van Workum. Hier poseert het stel, kort voor Reids dood in november, voor de camera van Loek Buter.

Foto van Loek Buter

Hij was sinds 1974 betrokken bij de organisatie, gedreven door zijn liefde voor de historische vaart en de Friese wateren. Zeilen, vond hij, was een vak dat je voor de vergetelheid moest zien te behoeden. Varen zonder motor was prima mogelijk, propageerde hij, koppig en overtuigd van zijn ideaal: een leefwereld zonder verspilling van energie en grondstoffen.

Op het erf, bij een ondiepe waterloop, blijft Cornelie staan bij een zwartgeteerde praam op een helling. De boot diende ooit tegelijk als arbeidershuisje. ‘In Giethoorn, waar Reid is opgegroeid, werd alles over water vervoerd,’ vertelt ze. ‘Op het land kon je amper lopen.’ Woonboten als deze werden gebruikt door arbeiders die bij een boer werkten. ‘Zodra hun jaarcontract afliep, maakten ze het schip los en meerden ze aan bij een boer een paar kilometer verderop om daar te gaan werken.’

Reid had zichzelf opgeleid tot architect en deed niets liever dan bouwtekeningen maken. Hij had de praam jaren geleden gekocht om te laten zien hoe je erop kunt wonen. Reid ontwierp de nieuwe opbouw, Cornelie timmerde alles zelf in elkaar. ‘Dan kwam hij steeds weer aankuieren met een nieuwe opdracht voor me, en daarbij maakte hij nog weleens eenbouwkundig grapje.’ Ze opent een luikje van een ‘loze’ ruimte, waarachter een vogelhuisje verscholen zit. ‘Hij gaf al die latjes een eigen profiel, alles is met de hand geschaafd.’ Liefdevol strijkt ze over het hout. ‘Alles loopt een beetje scheef, en dat maakt het nou net zo mooi.’

Rond de vuurtoren staan kippenhokken, schuurtjes en stallen – getimmerd door Cornelie, naar ontwerp van Reid. De schuurtjes zijn gebeitst met afgewerkte visolie tegen regen en de zuidwestenwind, en zijn voorzien van typisch Friese luiken in Hindelooper rood. Ze hebben een drievoudige functie: geitenhok (onder), hooiopslag (midden) en duiventil (boven).

Foto van Loek Buter

Rondom It Toarntsje staan meer erfstukken: schuurtjes, kippenhokken en stallen, sommige zelfs verbouwd tot zomerwoning met bedstee. Allemaal zijn ze eigenhandig getimmerd door Cornelie, naar ontwerp van Reid. Een houthok, een werkplaats, de potstal voor de zeven geiten.

We lopen naar de werkschuur, waar boven de deur een schedel van een bokje hangt. We snuiven de roestige geur op van gereedschap: vijlen, hamers, potjes met spijkers. Op de grond staan potkachels, petroleumstelletjes en olielampen waaraan Reid een tweede leven gaf. ‘Op zomeravonden met vrienden hingen we de lampen aan ijzeren smeedhaken,’ vertelt Cornelie. ‘We maakten eten en muziek, en vertelden verhalen.’

Volgens Cornelie kan elk voorwerp een nieuwe bestemming krijgen. ‘Ik maak graag de cirkels rond.’ Zo maait ze het riet dat wordt gebruikt op de bodem van de potstal. De mest laat ze verteren, waarna deze uiteindelijk in de moestuin belandt. De wol van de schapen gebruikt ze om sokken en truien van te breien.

Linksaf: Hoogst:

Reid kraakt walnoten, zodat er olie van kan worden gemaakt. Een zelfvoorzienend leven in de natuur vergt volgens hem veel geduld en doorzettingsvermogen. Pas 25 jaar nadat hij een walnoot in de grond stopte, kon hij de eerste noten uit de boom plukken. Naarmate zijn gezondheid verslechterde, kon Reid niet meer buiten aan het werk en bracht hij zijn dagen vooral binnenshuis door.

Recht: Bodem:

Cornelie in de tuin met poes Minke. Na een opleiding geneeskunde werkt ze in de jaren negentig als arts in Utrecht, maar daaruit haalde ze als ‘buitenkind’ dat graag met haar handen wilde werken niet genoeg voldoening. Toen ze bij Reid haar bootje aanmeerde, werd alles anders. Samen creëerden ze door de jaren heen hun zelfvoorzienende hof van Eden langs het IJsselmeer.

Foto van Loek Buter

Net als voor Reid gaat het er voor Cornelie om dat je je eigen voedsel hebt en je jezelf kunt bedruipen. Als imker maakt ze al 26 jaar honing met haar eigen bijenvolk. Zelfs met een kleine tuin kun je al je eigen groenten verbouwen, benadrukt ze. Wat ze niet zelf kan maken, ruilt ze of koopt ze van vrienden. Een paar kilometer verderop haalt ze kaas bij de boer – de koeien kan ze vanuit haar raam zien lopen. Meel komt van de molenaar, olijfolie, boter en melk van de biologische winkel. Volgens haar zijn het zulke winkeltjes die je moet stimuleren. ‘Mensen zeggen vaak dat biologisch zo duur is,’ zegt ze. ‘Maar ze beseffen niet hoeveel werk het is. En anders eet je toch gewoon wat minder?’

In alles zie je de overtuiging terug om verspilling tegen te gaan en het ambachtelijke te behouden. Ook in de vuurtorenwoning. Aan het plafond hangt een grote verzameling oude scheepsblokken die Reid zelf heeft gesmeed, begaan als hij was met oude technieken en restauratie. Hij etaleerde daarbij een fijn gevoel voor schoonheid, aldus Cornelie. Ze wijst naar wat ze de liefkozend de ‘Reidrandjes’ noemt: de afwerking van de houten vloer en de hoeken in het plafond. ‘Ik ben verdergegaan waar mijn opa is gestopt, zei Reid vaak.’

Reids ene opa was schoenmaker, de andere smid; van beiden leerde hij het vak. In Giethoorn, vertelt Cornelie, had iedereen zijn eigen ambacht, en keek Reid als leergierig jongetje mee over de schouders van anderen.

In de werkplaats kon Reid uren met een krijtje staan tekenen, vertelt Cornelie. Reid, die opgroeide toen centrale verwarming haar intrede deed, verzamelde potkachels, petroleumstelletjes en olielampen en gaf ze een tweede leven.

Foto van Loek Buter

‘Hij leerde door te zíen.’ De ene buurman was klokkenmaker, de andere smid, en weer een andere kunstschilder. Van die laatste mocht Reid de uitgeknepen tubes mee naar huis nemen.

'De mensen deden vroeger álles zelf,’ zegt Cornelie. ‘Maar voor wie niet al jong met hamer en beitel leert werken, is het later moeilijk. Niet alles kun je leren uit een boek. Zo verdwijnt het ene ambacht na het andere.’

Reid, de oudste van zes kinderen, wilde niets liever dan bezig zijn, en vooral léren. Tot op zijn laatste dag, ook al kon hij door een oogaandoening niet meer lezen. Op sommige dagen was hij somber omdat hij zag dat het niet goed ging met de wereld, met de natuur en het milieu. Hij voelde zich eenzaam omdat de mensen hem niet begrepen.

Deze praam, compleet met bedden, keuken en kachel, verbouwde het stel naar voorbeeld van de woonboten die Reid kende uit zijn jeugd in Giethoorn. Boten als deze werden bewoond door arbeiders die voor een boer werkten, zegt Cornelie. ‘Zodra hun jaarcontract afliep, maakten ze het schip los en meerden ze aan bij een andere boer en gingen daar werken.‘

Foto van Loek Buter

De laatste vijf jaar kon Reid niet meer in zijn eigen land achter de dijk komen. Dan rustte hij uit op de bank naast het hoge raam met de roedes, met zijn poes Katja als trouwe metgezel naast hem, uitkijkend over het laagland met de wilgen en de gouden rietkragen. Hier had hij als jonge vent met een zeis en een kop vol dromen zijn eigen idylle toch maar mooi verwezenlijkt. Zolang haar gezondheid het toelaat, wil Cornelie in de vuurtoren blijven wonen. Ze doet niets liever dan zorgen voor haar dieren en het land achter de dijk. ‘Ik vind het heerlijk om bezig te zijn, er is hier elke dag wel wat te doen.’ Tegelijk wil ze haar zelfvoorzienende manier van leven blijven uitdragen naar mensen die ze ontvangt. ‘Je kunt hier wel als een kluizenaar gaan wonen, maar daar schiet niemand wat mee op.’

 

 

Omdat de landjes rondom de vuurtoren alleen lopend te bereiken zijn, vervoert Cornelie veel over het water. In de zomer gebruikt ze daarvoor een boot, in de winter is soms een slee nodig, zoals hier in februari dit jaar.

Foto van Loek Buter

In de fotografie van Loek Buter staat de relatie tussen mens, dier en het ‘maakbare Hollandse landschap’ centraal. Schrijver Renske Jonkman publiceert onder meer columns in Trouw over boeren en natuurbeschermers. Meer over Loek Buters project op: devuurtorenrond.nl

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.