De gebeurtenissen, records en sterke staaltjes die 2021 bepaalden

Het jaar begon met vaccins en optimisme. Maar daarna werd 2021 door een nieuw golf van COVID-19-gevallen, gewelddadige conflicten en de klimaatcrisis opnieuw een jaar waarin veerkracht was vereist.

Gepubliceerd 16 dec. 2021 11:31 CET
departments_1.2022_day-to-night_COVID-19

De witte vlaggetjes in het park rond het Washington Monument waren zowel een eerbetoon aan als een symbool van elk leven dat in de Verenigde Staten door COVID-19 verloren is gegaan. Kunstenares Suzanne Brennan Firstenberg ontwierp de installatie om de enorme omvang van het nationale dodental tot uitdrukking te brengen. Maar de vlaggen lieten ook de pijn van afzonderlijke sterfgevallen zien, doordat achterblijvers ze versierden met de namen en foto’s van hun dierbaren. In de drie weken dat de installatie er stond, passeerde de VS een grimmige mijlpaal: 700.000 coronadoden. Om deze compositiefoto te maken, nam Stephen Wilkes gedurende dertig uur verspreid over drie dagen honderden foto’s vanaf hetzelfde standpunt. Vervolgens selecteerde hij foto’s en voegde deze samen tot deze ene scène. Lees meer over de ‘Day to Night’-techniek van Wilkes in het verhaal hieronder.

Foto van STEPHEN WILKES

In juli 2021 reed de Indonesische fotojournalist Muhammad Fadli met zijn camera’s naar een begraafplaats in een buitenwijk van Jakarta en begreep – opnieuw, maar ditmaal veel bewuster – hoe erg hij zich had vergist. In maart en april was Fadli er wekenlang van overtuigd geweest dat het leven zoals hij dat kende weer was hervat: hij was getuige van een landelijke vaccinatiecampagne, op de markten werd het weer gezellig druk en winkelcentra openden eindelijk weer hun deuren. 

Helaas. Het was als zo’n rustig moment in een horrorfilm, de stilte voor de storm voordat het monster opnieuw toeslaat. Op de nieuwe begraafplaats, een van de zes die werden aangelegd toen de belangrijkste openbare begraafplaats van de stad door de pandemie was overweldigd, waren bulldozers nog bezig met het egaliseren van meer grond terwijl nabestaanden naast verse graven rouwden. 

Bij de toegangspoort zag Fadli dat de doden om de paar minuten door lijkwagens werden aangevoerd. Geregeld kwamen de auto’s in een soort file terecht en moesten op hun beurt wachten. Toen de chauffeurs de achterdeuren van hun wagens openzwaaiden, zag Fadli dat veel van deze auto’s meer dan één doodskist vervoerden. ‘Sommige hadden vier kisten bij zich,’ vertelde hij me begin september, waarna we zwegen om ons dat beeld voor ogen te halen. Ons telefoongesprek viel even stil. 

Ik zat thuis in Californië, waar vijf county’s in het noorden in brand stonden en een andere bosbrand met een omvang van negenhonderd vierkante kilometer nog altijd oprukte richting South Lake Tahoe. Fadli zat in Indonesië, waar hij gedurende de zomer het dagelijks aantal COVID-19-besmettingen dat van India zag overtreffen. ‘Mijn zwager, mijn schoonvader... allemaal COVID,’ zei hij. ‘Mijn schoonzus lag bijna vijftien dagen in het ziekenhuis.’

En … ? 

‘Iedereen heeft het overleefd.’ Omdat ze geluk hadden en – waarschijnlijk – omdat ze hun eerste vaccinatie hadden ontvangen voordat ze ziek werden. De Delta-variant sloeg in India en Indonesië hard toe terwijl hij het afgelopen jaar de wereld veroverde; volgens één bericht overleden er in Jakarta binnen tweeënhalve week tijd 114 Indonesische artsen aan COVID-19

Tijdens het vastleggen van het jaar 2021 belandde Fadli onvermijdelijk in taferelen waar angst, wanhoop en rouw heersten. Maar hij maakte ook foto’s op plekken waar hij hoop zag in de verbetenheid van menselijke volharding. Een busstation dat was omgebouwd tot vaccinatiecentrum en helemaal vol zat met Indonesiërs die vastbesloten waren hun prik te halen. Een lokaal vol leerlingen met mondkapjes op, keurig gehuld in hoofddoek of hidjab, terwijl de lerares met stapels huiswerk op de arm tussen de houten schoolbankjes liep. Boven haar mondkapje straalde een glimlach in haar ogen. 

Het is de tweede keer dat National Geographic zijn januarinummer in zijn geheel heeft gewijd aan fotografische indrukken van het aflopende jaar. In januari 2021 publiceerde het Magazine zijn eerste visuele samenvatting van de voorgaande twaalf maanden van ophef en verdriet. Destijds waren we opgelucht dat we dat ‘afgrijselijke jaar’ konden afsluiten, zoals hoofdredactrice Susan Goldberg in het nummer schreef, waarbij ze iets nettere taal gebruikte om 2020 te typeren dan de meeste mensen in mijn omgeving, die het jaar als één grote chaos typeerden. Het nieuwe jaar leek zóveel potentie te hebben: de snelste ontwikkeling van nieuwe vaccins in de geschiedenis, de meest ambitieuze vaccinatiecampagne ooit, internationale overeenstemming over het devies dat zorgmedewerkers en ouderen het eerst beschermd moesten worden... 

Bekijk hier alle 46 foto’s uit onze special ‘Year in Pictures 2021.’

De uitheemse pijnbomen, die oorspronkelijk naar Argentinië werden gehaald voor houtplantages, zijn gaan woekeren. Hierdoor is in de regio Patagonië een ecologisch kruitvat  en een kwetsbaar systeem ontstaan. In de buurt van de stad El Bolsón onthult het licht van een zaklantaarn enkele overgebleven en met as bedekte inheemse bomen: de Chileense wijnbes, cipres en schijnbeuk. Net als op andere plaatsen in de wereld versterkt klimaatverandering hier de factoren die perfecte omstandigheden voor brand creëren.

Foto van ALEJANDRO CHASKIELBERG

Voor veel Amerikanen duurde het vooruitzicht op emotioneel herstel in 2021 niet veel langer dan... één week. Technisch gesproken zelfs maar zes dagen. In het segment in dit nummer dat met het kopje ‘Conflict’ wordt aangeduid, zie je Mel D. Cole’s foto van een ziedende menigte op ‘6 januari’ – zoals we inmiddels de gewelddadige bestorming van het Capitool omschrijven die door een menigte aanhangers van de scheidende president Donald J. Trump werd uitgevoerd. Terwijl beeldredacteuren duizenden foto’s uit reportages van National Geographic in 2021 doorspitten, stuitten ze op andere thema’s: ‘COVID-19’, ‘Klimaat’ en ‘Natuurbehoud’. Er zijn in deze foto’s talloze momenten van rust en bezinning te zien, maar ook van schoonheid, vastberadenheid en hoop. ‘Gewone mensen die anderen proberen te helpen,’ zoals Muhammad Fadli het verwoordt.

Lees ook: Tien gedenkwaardige foto’s uit de special ‘Year in Pictures 2021’

De man in beschermende kleding die met een mondkapje op en moederziel alleen in een beboste en groene vallei staat, is Nazir Ahmed. Hij is zorgmedewerker in het Indiase territorium Jammu en Kasjmir en hij is op zoek naar herders en veehoeders die nog tegen COVID-19 ingeënt moeten worden.

De vrouw die een baby-alpaca in de armen houdt, is Alina Surquislla Gomez. Zij werkt voor een Peruaanse coöperatie waar de dieren worden gefokt en ze adviseert deze traditionele alpaqueros, alpaca-fokkers. Ze worden in hun levensonderhoud bedreigd door de klimaatverandering en door de vervuiling van het water en het grasland in het Andesgebergte, als gevolg van de mijnbouw in het gebied.

De Keniaan die zachtjes zijn gehandschoende hand op de flank van een cheeta legt, is een dierenarts genaamd Michael Njoroge; hij en de twee specialisten die hem bijstaan, namen deel aan een vijfdaagse expeditie met het doel om één gewond dier in leven te houden, compleet met vrachtwagens en infusen en chirurgen. Wie die reportage in augustus op het digitale platform van National Geographic heeft gelezen en daarbij de foto’s van de in Nairobi wonende fotografe Nichole Sobecki heeft bekeken, weet al dat het een hartverscheurend verhaal is. Al die inzet. Al die hulpvaardigheid. 

Sobecki werkte destijds al maandenlang samen met Rachael Bale, de dierenredactrice van het Magazine, aan hun artikel voor het septembernummer, over een internationaal netwerk van wildsmokkelaars dat de bedreigde Afrikaanse populatie van cheeta’s in het vizier had. Toen ontdekte een Keniaanse gids die door Sobecki werd vergezeld een gewonde volwassen cheeta, onder het struikgewas van het wildreservaat. Gedurende 48 uur waakten de gids en Sobecki over de cheeta terwijl ze wachtten op het team van dierenartsen van de Kenya Wildlife Service dat door plaatselijke parkopzieners was gewaarschuwd. 

‘Eén cheeta in één deel van de wereld,’ verzuchtte Sobecki. Tijdens een telefoongesprek tussen Nairobi en Oakland, Californië, probeerden zij en ik te achterhalen wat we eigenlijk vonden van die opmerkelijke inspanning om één gewonde vrouwtjescheeta – die van de parkopzieners de naam Nichole kreeg – te redden. Hartverwarmend én hopeloos misschien? Nichole de cheeta overleefde het niet. Haar verwondingen leken door een ander dier te zijn toegebracht, niet door een menselijke jager of stroper. Maar Nichole de fotografe, die al lange tijd verdwijnende habitats van wilde dieren en de gevolgen van de klimaatverandering voor de Afrikaanse flora en fauna vastlegt, had grote moeite om het ene verdriet los te zien van het andere. ‘We hadden de enorme wil om die cheeta te redden,’ zei Sobecki. ‘Die poging was ambitieus en groots. Dat zal ik niet ontkennen.’

En als het anders was gelopen? Als de dierenarts van de Kenya Wildlife Service die dag niet toevallig vrij had gehad toen ze de cheeta vonden, of als het waarnemende team sneller was gearriveerd? Als de Afrikaanse cheetapopulatie niet ruim negentig procent van haar historische verspreidingsgebied was kwijtgeraakt aan de oprukkende mens? Ja, je kunt zeggen die ene cheeta onder normale omstandigheden had moeten sterven, onder een struik en onaangeroerd door vergeefse handen. Maar soms hebben we deze kleine verhalen nodig om ons het grotere verhaal voor de geest te halen en te houden. 

‘Ieder kind weet wat een cheeta is,’ zei Sobecki. ‘Maar hoe zit het met die ontelbare andere soorten die met dezelfde problematiek worden geconfronteerd? Als we toestaan dat een van onze meest iconische diersoorten een niveau bereikt waarop er minder dan zevenduizend exemplaren in het wild leven, hoe zit het dan met de rest?’

Met de terugtrekking van het Amerikaanse leger uit Afghanistan in augustus, na een bezetting van twintig jaar, kwam een einde aan wat de langste moderne oorlog van Amerika wordt genoemd. Voor Hafiza (70), hier te zien met een kleinzoon, gaat de oorlog echter door. Sinds de Taliban haar geboortedorp in 2019 overnam, woont ze in de buurt van de stad Faizabad. De keuzes van haar zonen laten Hafiza bedroefd en onzeker achter. Twee van hen vochten mee in het Afghaanse nationale leger, een met een militie en een ander met de Taliban. De oorlog in Afghanistan is een van de tientallen conflicten die in 2021 overal ter wereld woedden. Voor zowel oude als recente en internationale als regionale conflicten geldt dat ze worden aangewakkerd door hebzucht, geloofsovertuiging of geschiedenis.

Foto van KIANA HAYERI

De rest. De beelden van dit jaar zijn moeilijk in categorieën in te delen. In 2021 leidde zelfs de triomf van de snelle vaccinontwikkeling tot nieuwe onenigheid. (Wie had kunnen denken dat mensen zó woedend kunnen worden over een injectie die bedoeld is om ze voor een vroege dood te behoeden?) Dit jaar vond bijna elk gesprek – over diersoorten, economie, plekken op aarde – plaats tegen de existentiële achtergrond van de klimaatverandering. Op 9 augustus publiceerde het Intergovernmental Panel on Climate Change van de VN een tweeduizend pagina’s tellende samenvatting van grimmige ramingen en vooruitzichten. Dat rapport, het zesde in de afgelopen twintig jaar, werd door secretaris-generaal António Guterres van de VN omschreven als ‘code rood voor de mensheid.’ Minder dan een week na de verschijning van het rapport ontbrandde hier in Californië het Caldor Fire, dat zich snel over de uitgedroogde uitlopers van de Sierra Nevada uitbreidde (en uiteindelijk een oppervlakte van negenhonderd vierkante kilometer zou beslaan) terwijl brandweerlieden in het zuiden van de staat nog een uitputtingsslag leverden tegen een andere megabrand, het Dixie Fire.

Het Dixie Fire was de op één na grootste natuurbrand in de geschiedenis van Californië en werd pas eind oktober definitief getemd. De in Londen wonende fotografe Lynsey Addario heeft veel van haar loopbaan gewijd aan het vastleggen van beelden van conflicthaarden – en op deze pagina’s is ook haar hartverscheurende portret van de burgeroorlog in Ethiopië te zien, van een vrouw die herhaalde verkrachtingen door soldaten heeft overleefd. Maar in 2021 bracht Addario de zomer door in Californië, bij de mannen en vrouwen die de bosbranden bestreden

Lees ook: Tien van de opmerkelijkste dinosauriërs die in 2021 zijn ontdekt

Dit was een jaar waarin Texas ongekend koude temperaturen beleefde, in Canada de hoogste temperaturen ooit in de maand juni werden gemeten en zich in juli in Duitsland en België dodelijke overstromingen voordeden. ‘Global weirding’ (in plaats van ‘global warming’) is de term die klimaatwetenschapper Katharine Hayhoe van de Texas Tech University graag gebruikt, in het gesprek dat ze in dit speciale nummer heeft met National Geographics Robert Kunzig en Alejandra Borunda en klimaatpubliciste Katharine Wilkinson. Ja, dat zijn twee doctors Katharine, die ons beiden op het hart drukken om niet te wanhopen. Zoals Wilkinson het uitdrukt, moeten we de mogelijkheid overwegen dat we weleens in een tijd leven die tegelijk afgrijselijk en magnifiek is. ‘We hebben zóveel macht,’ benadrukt zij. ‘Er is zóveel dat we kunnen doen’ om de klimaatverandering tegen te gaan. (Lees hier meer van dat gesprek.)

Wie deze foto’s bekijkt, denkt misschien terug aan enkele van de krantenkoppen die in 2021 voor enig emotioneel respijt zorgden, die mensen een oprecht moment van adempauze en rust gunden. Weet u nog dat de waterkeringen in New Orleans het hielden? Het Caldor Fire zwaaide af zonder South Lake Tahoe te bereiken. En ondanks de dreun van de Delta-variant waren miljoenen mensen in staat om weer onbezwaard het gezelschap van anderen op te zoeken, mensen te omarmen, oma’s en opa’s te kussen en kinderen weer naar school te zien gaan. 

Afgestudeerden van de Howard University zingen en dansen in toga en met hun baretten op door de straat, en telkens als ik die foto bekijk, voel ik me hoopvol. Dat gebeurt ook als ik de tieners uit het zuiden van Texas bekijk, die in hun spectaculaire nieuwe mariachi-outfits voor het eerst sinds het begin van de pandemie weer met de bus op weg zijn naar een optreden. (Momenten van geluk, schoonheid en plezier tijdens de pandemie.)

Een babyolifantje dat wordt gezoogd met flesvoeding? Hier raken natuurbehoud en COVID-19 elkaar, en met een verrassend gelukkig resultaat: in een Keniaans opvangcentrum voor olifanten bleek de aanvoer van poedermelk als gevolg van de pandemie te stokken. Dus probeerden de verzorgers de plaatselijk beschikbare geitenmelk uit, en met succes: de nieuwe flesvoeding verdubbelde de overlevingskans van de olifantenweesjes, tot bijna honderd procent. 

Zelfs een heel ‘Year in Pictures’-special bevat natuurlijk maar een beperkt aantal pagina’s en ontbeert dus ook een vrij willekeurige selectie van opvallende persoonlijkheden, plekken en zaken uit 2021 die niet in deze foto’s zijn terug te vinden, waaronder de Olympische Spelen van Tokiocommerciële raketlanceringen; het grote vrachtschip dat dwars in het Suezkanaal kwam te liggen; en de inauguratie van de eerste zwarte, Aziatisch-Amerikaanse en vrouwelijke vicepresident van de VS. De moord op de president van Haïti en de rampzalige aardbeving in dat land. De boorwerkzaamheden van de NASA-rover Perseverance op Mars. De week rond Independence Day op Cape Cod in Massachusetts, toen tienduizenden vakantiegangers de bars en restaurants van Provincetown bevolkten omdat ze dachten dat het door de nieuwe vaccins weer veilig was. 

Zelfs in sombere jaren zijn natuurbeschermers lichtpuntjes. Ze werken aan het behoud van wilde natuur, beschermen cultureel erfgoed en verdedigen bedreigde diersoorten. In de Democratische Republiek Congo hebben rangers van het Virunga National Park pionierswerk verricht wat betreft de zorg voor verweesde berggorilla’s. Fotograaf Brent Stirton was daar in 2007 toen ranger Andre Bauma een jonge gorilla vond die zich vastklampte aan haar dode moeder. Hij noemde het weeskind Ndakasi en zou haar hele leven lang haar verzorger blijven. De rangers bouwden een weeshuis voor de gorilla’s in Virunga, dat ze nog steeds runnen. Stirton bezocht het regelmatig. Hij was er ook in september, toen Ndakasi, stervend aan een niet-vastgestelde ziekte, in Bauma’s armen kroop.

Foto van Brent Stirton

In een ietwat vermanend bericht van de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) werd in droge bewoordingen naar dat feestgedruis in Provincetown verwezen, als ‘grote publieke bijeenkomsten in een plaats in Barnstable County, Massachusetts.’ Degenen onder ons die nog niet wisten wat ‘doorbraakinfecties’ waren, wisten het nu: ingeënte mensen die vanuit Provincetown weer thuiskwamen en vervolgens alsnog positief op COVID-19 testten. Uit bron- en contactonderzoek in meerdere staten bleek dat van de 469 geregistreerde gevallen slechts vijf patiënten opgenomen hoefden te worden en dat er zich geen sterfgevallen hadden voorgedaan – dus inderdaad, de vaccins werkten. Ze voorkomen echter niet helemaal dat het virus wordt overgedragen, wat betekent dat we onze collectieve alertheid nog niet kunnen laten verzwakken. 

‘De pandemie is er nog altijd,’ zei restauranthouder Rob Anderson uit Provincetown toen ik hem in augustus belde met de vraag hoe het met hem en andere betrokkenen ging. ‘Maar wij zijn er ook nog. We zijn sterker dan de pandemie. We houden het vol.’

Net als anderen in het stadje had Anderson zijn klandizie in de weken na de doorbraakinfecties in Provincetown zien instorten, een situatie die hij vergelijkt met de manier waarop een koorddanser het einde van zijn koord bereikt. ‘Wat doe je dan? Je kijkt naar voren en je probeert je evenwicht te bewaren. Dus dat is wat we doen,’ zei hij. 

Dat beeld van de koorddanser is me bijgebleven. Ik moest eraan denken toen ik besefte hoe hard we in het jaar 2021 soms ons best hebben moeten doen om ons evenwicht te bewaren. Ik belde fotograaf Stephen Wilkes, die op datzelfde moment bezig was om de panoramafoto te creëren waarmee dit artikel begint. Hij stond op een hoogte van een kleine veertien meter op een platformlift, die zijn team met speciale toestemming op de National Mall in Washington DC had mogen installeren. Vanaf het platform maakte hij zijn ‘dag-naar-nacht’-opnamen, een techniek waarbij de overgang van dag naar avond wordt uitgebeeld door één en hetzelfde tafereel gedurende een etmaal op diverse tijden te fotograferen en al deze momentopnamen tot één composietfoto te smeden. Voor deze specifieke dag-naar-nachtopname richtte hij zich dertig uur lang op een geleidelijk aan groeiende kunstinstallatie rond de voet van het Washington Monument: een zee van witte vlaggetjes, die elk een Amerikaans sterfgeval in de COVID-19-pandemie vertegenwoordigden.

‘Een zee van vlaggetjes,’ zei Wilkes, waarna hij zichzelf corrigeerde.

‘Niet zozeer een zee. Door de hoogte waarop ik me bevind, zie ik de vlaggetjes bijna als personen, daar beneden,’ zei hij. ‘En ze doen me denken aan twinkelende sterren.’

Kunstenares Suzanne Brennan Firstenberg ontwierp de installatie – die drie weken duurde om te worden opgezet – op een reusachtig raster, met vrije paden waarover bezoekers tussen de vlaggetjes door kunnen lopen en er namen op kunnen schrijven om hun overleden dierbaren te gedenken. Ook werden er steeds nieuwe vaantjes geplant, aangezien het dodental door de pandemie bleef aanzwellen. Op een groot bord bij de ingang stond het meest recente cijfer, dat elke dag met de hand door Firstenberg werd geactualiseerd. ‘Toen ik hier gisteren kwam werken, waren het er 666.624,’ zei Wilkes. ‘Deze middag is het… ’ Hij zweeg even. Aan de telefoon stelde ik me voor hoe hij daarboven op het platform met zijn camera in hand naar het bord tuurde om het actuele aantal te kunnen lezen.

‘670.032,’ zei hij tenslotte.

We rekenden het verschil in gedachten uit. 

Het had die ochtend geregend, vertelde Wilkes. ‘Ik zag een oudere meneer tussen de vlaggetjes lopen,’ zei hij. ‘Ik zag een vrouw op de grond zitten. Had zojuist een vaantje geplant. Een Afrikaans-Amerikaanse met een lichtgroen shirt aan en ogenschijnlijk vergezeld van haar man. Ze hielden elkaar bij de hand.’

Volgens Wilkes deed het middaglicht iets bijzonders met de schaduwen van het monument: licht aan de ene kant en donker aan de andere kant. ‘Prachtig,’ zei hij. ‘En het begint nu op te klaren. Het is spectaculair als de zon tevoorschijn komt. Dan beginnen de vlaggetjes gewoon te stralen.’

Cynthia Gorney is schrijvend redactrice van National Geographic. In het aprilnummer van 2021 schreef ze over de giftige luchtvervuiling die het gevolg is van natuurbranden.

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in het Engels.

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Geschiedenis en Cultuur
De trieste en troostrijke gebeurtenissen van 2021
Wetenschap
Waarom waren we niet voorbereid op dit virus?
Fotografie
Tien gedenkwaardige foto’s uit de special ‘Year in Pictures 2021’
Geschiedenis en Cultuur
20 betoverende architectuurfoto's uit de hele wereld
Geschiedenis en Cultuur
Binnen in het Capitool: ‘Dit was een dieptepunt voor Amerika’

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.