Deze visionair was de inspiratiebron voor het behoud van de Amazone en een nieuwe Nat Geo-expeditie

National Geographic en Rolex hebben een nieuw plan voor verkenning van het Amazonebekken aangekondigd. Dit plan is voor een groot deel te danken aan één man: Tom Lovejoy.

Door David Quammen
Gepubliceerd 28 apr. 2022 12:45 CEST
In de delta van de Amazonerivier in de Braziliaanse staten Pará en Amapá stroomt twintig procent ...

In de delta van de Amazonerivier in de Braziliaanse staten Pará en Amapá stroomt twintig procent van al het rivierwater ter wereld naar zee.

Foto door Victor Moriyama

Dit artikel is mede tot stand gekomen door Rolex. Samen met de National Geographic Society voert dit bedrijf wetenschappelijke expedities uit om veranderingen in de uniekste gebieden op aarde te verkennen, te bestuderen en te documenteren.

Vorige week kondigde de National Geographic Society aan dat haar hoogste onderscheiding, de Hubbard Medal, postuum zal worden toegekend aan Thomas E. Lovejoy. De Amerikaanse ecoloog en visionaire natuurbeschermer heeft zich lange tijd ingezet voor de bescherming van het Amazonewoud. Het is een passende erkenning voor Lovejoy, die op 25 december 2021 op tachtigjarige leeftijd overleed. Naast de vele functies en erefuncties die hij bekleedde, was hij ook National Geographic Explorer-at-Large en lange tijd adviseur van de Society. Zijn toewijding aan het redden van de Amazone klinkt door in de boeken die hij heeft nagelaten, de mensen die hij inspireerde en het programma Perpetual Planet Amazon Expedition, dat de Society vandaag in samenwerking met Rolex lanceert.

Op een foto uit 2014 poseert Tom Lovejoy met een reusachtig blad van een cecropiaboom in Kamp 41, zijn onderzoeksstation in het Amazoneregenwoud.

Foto door WWF

Het Amazonegebied is het grootste regenwoud ter wereld. Het omvat ruim 566 miljoen hectare terra-firmabos, seizoensgebonden wetlands, meanderende rivieren en zijrivieren, en misschien wel tien procent van alle biologische diversiteit op aarde. Er valt overvloedig veel regen. Twintig procent van al het rivierwater op aarde wordt van de Andes naar de Atlantische Oceaan gevoerd. De vegetatie geeft dagelijks 26 biljoen liter af aan de lucht door transpiratie van de bladeren. Het nieuwe NGS-Rolex-programma richt zich op aspecten van dit uitgestrekte levende complex. Er zullen verschillende wetenschappelijke onderzoeken worden uitgevoerd, die twee jaar lang worden gefinancierd (om te beginnen) en door National Geographic Explorers uit de regio worden uitgevoerd. Het veldwerk begint vandaag.

Het programma is voortgekomen uit het voorstel van National Geographic Explorer en fotograaf Thomas Peschak om een uitgebreid fotografisch onderzoek te doen van de rivier, van de Andes tot aan de zee. De nadruk zou daarbij liggen op de onderwaterwereld in plaats van het meer zichtbare bos. De Society omarmde Peschaks visie op het vertellen van verhalen en besloot deze te koppelen aan wetenschappelijk onderzoek. Peschak hielp bij de selectie van de wetenschappers en hun projecten. 

Tom Lovejoy, die zelf in 1971 zijn eerste beurs van de Society had gekregen, stak tijd, energie en wijze raad in het initiatief. Het doel van het initiatief, de Amazone zo belichten dat mensen zich erom gaan bekommeren, lag dicht bij de kern van zijn eigen levenslange bezorgdheid. Dat het project echt tot stand is gekomen, zou een lach op zijn gezicht hebben gebracht.

Eén groot geheel

Hij was een goedlachse man, deze wijze oudere met zijn engelachtige glimlach boven de kenmerkende vlinderdas. Hij was een onvermoeibare, maar rustige, gulle, vriendelijke en buitengewoon slimme man die van grapjes hield en in hoop geloofde. Hij zat in ontelbare besturen en comités, die bijna allemaal gewijd waren aan biodiversiteitswetenschap en -behoud, en hij adviseerde wereldleiders en bankiers. Hij introduceerde de term ‘biologische diversiteit’ in het wetenschappelijke debat. En hij bevorderde, meer dan wie ook behalve Edward O. Wilson die een dag na Lovejoy overleed, een fundamentele opvatting: om divers, functioneel en stabiel te zijn, moet de natuur groot zijn.

Ruthmery Pillco Huarcaya, een inheemse Peruaanse biologe en National Geographic Explorer, wandelt met haar hond bij het Wayqecha Biological Station in het Andesgebergte bij Cusco, Peru.

Foto door Florence Goupil

Pillco Huarcaya verzamelt wilde bosbessen. Voor haar project in het kader van de Perpetual Planet Amazon Expedition zal zij brilberen volgen. Deze voeden zich met bosbessen.

Foto door Florence Groupil

National Geographic Explorer Fernando Trujillo zal Orinocodolfijnen volgen en de kwikvervuiling in hun voedsel bepalen.

Foto door Jorge Panchoaga

Trujillo houdt de schedel van een Orinocodolfijn vast. Hij zal ook met plaatselijke gemeenschappen samenwerken om visserijovereenkomsten te sluiten en stappen te ondernemen om de habitat van dolfijnen te beschermen.

Foto door Jorge Panchoaga

Een spreuk van de oude Griekse dichter Archilochus luidt: ‘De vos weet vele dingen, maar de egel weet één belangrijk ding.’ Een vos is een sluw roofdier dat honderd manieren kent om te jagen, zich te verstoppen en te overleven. Het enige belangrijke dat een egel kent, is de verdediging. Om zich tegen vijanden zoals uilen, dassen en vossen te beschermen, rolt hij zich op tot een dichte bal waarbij zijn scherpe stekels naar buiten zijn gericht. Lovejoy wist ook iets belangrijks: het belang van omvangrijkheid voor de Amazone en andere ecosystemen. Daarom heb ik hem 25 jaar geleden in een boek de bijnaam ‘Egel van de Amazone’ gegeven.

In 1973, twee jaar na het behalen van een doctoraat over de diversiteit en overvloed van vogels in het lager gelegen Amazonegebied, werd Lovejoy programmadirecteur van het Amerikaanse World Wildlife Fund. Het was een overgangsperiode voor de wetenschap van natuurbehoud. Natuurbehoudbiologie was nog geen erkende discipline. Maar het zaadje waaruit die intellectuele boom zou groeien, was al geplant. Namelijk in de vorm van een klein boek met een grauwe gele kaft, dat in 1976 door twee jonge ecologen was gepubliceerd. Een van de auteurs was Ed Wilson. De andere was Robert H. MacArthur, een briljant wiskundig ecoloog die in 1972 overleed. Hun boek had de titel The Theory of Island Biogeography. Het opende de ogen van ecologen (en uiteindelijk van niet-wetenschappelijke natuurbeschermers) voor het feit dat eilanden hun biologische diversiteit bijzonder snel verliezen en dat, wanneer de grote ecosystemen van de planeet door menselijk handelen in eilandachtige fragmenten worden opgedeeld, deze fragmenten ook hun diversiteit verliezen.

‘Fragmentatie had voorheen niet veel wetenschappelijke belangstelling of bezorgdheid voor het milieu gewekt, omdat de soorten in fragmenten geleidelijk verloren gingen’, schreef Lovejoy onlangs samen met medeauteur John W. Reid in zijn laatste boek Ever Green: Saving Big Forests to Save the Planet. ‘De vergelijking met eilanden bracht het probleem in beeld.’

Lovejoy en Reid herinnerden zich dat de korte monografie van MacArthur en Wilson een ‘pittige discussie’ over beschermingsstrategieën op gang bracht. Gezien het feit dat financiering en politiek kapitaal altijd een limiet kennen, was het dan beter om enkele grote gebieden te beschermen of vele kleine? In zijn eerste jaren bij het WWF realiseerde Lovejoy zich dat zijn organisatie een antwoord nodig had. Ze moesten meer weten over de gevolgen van habitatfragmentatie.

In de buurt van Altamira in de noordelijke Braziliaanse deelstaat Pará is een groot stuk bos verbrand (het zwarte gebied links) om er weiland voor vee van te maken. Het witte gebied ernaast is een verlaten goudmijn. Rechts daarvan ligt een veehouderij. Mijnbouw en veeteelt zijn beide belangrijke oorzaken van ontbossing en vervuiling in het Amazonegebied.

Foto door Victor Moriyama

Met zijn kennis van het Amazonegebied die hij tijdens veldwerk had opgedaan, zijn ecologische kennis, zijn beheersing van het Portugees en zijn diplomatieke aplomb bedacht hij een groots natuurlijk experiment, waarvoor hij lobbyde. De toenmalige Braziliaanse wet bepaalde dat landeigenaren in het Amazonegebied vijftig procent van het bosareaal moesten laten staan als zij bos wilden kappen voor veeweiden of gewassen. In een gebied ten noorden van de stad Manaus wist Lovejoy enkele van hen over te halen om die restanten in rechthoekige stukken van verschillende grootte te laten staan. Het zouden regenwoudeilanden worden in een zee van zongebakken kaalkap. Vervolgens zou hij die woudeilanden samen met andere, door hem gerekruteerde wetenschappers bestuderen om na te gaan welke invloed isolatie en grootte van het stuk hadden op het verlies aan diversiteit.

De monitoring begon in 1979. De wetenschappers vonden al snel bewijs van wat de theorie van MacArthur en Wilson voorspelde: dat soorten inderdaad verloren gingen in eilanden bos en dat kleinere eilanden sneller en ernstigere verliezen leden dan grotere eilanden. Als een bosgebied bijvoorbeeld te klein was om witlippekari’s te ondersteunen, dan zouden er ook minstens vier soorten kikkers verloren gaan die in de poelen van pekari’s leven. En ga zo maar door. De onttrekking van één soort zou een kettingreactie veroorzaken met gevolgen voor andere soorten . Dit onverbiddelijke verlies van diversiteit werd bekend als het ecosysteemverval.

Ontmoeting met een kever

Tegen de tijd dat ik Lovejoy ontmoette, in het midden van de jaren 1980, was zijn experiment beroemd. In de literatuur van de natuurbeschermingswetenschap althans. Ik had de draad, die van het boek van MacArthur en Wilson via de discussie over grootte naar de Amazone-eilanden van Lovejoy liep, opgepikt en nu wilde ik erover schrijven. Tijdens een conferentie in Yellowstone National Park (dat zelf deel uitmaakt van een eilandecosysteem in het moderne Amerikaanse Westen, zoals enkele mensen destijds opmerkten), knoopte ik een gesprek aan met Lovejoy. We zaten een tijdje in een bar, ik meen in Lake Lodge. Ik vroeg hem naar het Amazone-experiment, tekende opgewonden op een servetje eilanden van verschillende grootte en nodigde hem uit mijn begrip ervan te bevestigen of te corrigeren. Hij glimlachte engelachtig. ‘Laten we naar de Amazone gaan’, zei hij.

In de jaren 1970 wist Lovejoy de veeboeren in het gebied rond Kamp 41 ten noorden van Manaus over te halen om percelen bos van verschillende grootte te laten staan. In de decennia daarna hebben wetenschappers deze percelen bestudeerd om te zien wat de invloed van de fragmentatie van bos is op wilde dieren.

Enkele maanden later troffen we elkaar op het vliegveld van Miami en namen we het vliegtuig naar Manaus. Hij kwam rechtstreeks van zijn werk bij het WWF in Washington en droeg een pak. Het regende hevig toen we de volgende ochtend op de internationale luchthaven van Manaus aankwamen. Lovejoy stapte uit het vliegtuig en klapte een opvouwbare paraplu open. Hij wist hoe het eraan toe ging.

Na enkele dagen te hebben doorgebracht in het woud rond Kamp 41, een rustiek veldstation 41 kilometer ten noorden van Manaus, lieten we op een late namiddag onze bezwete lichamen afkoelen in een kleine poel die door een beekje werd gevoed. Zoals gebruikelijk in de tropen werd het snel donker. Plotseling zag ik tot mijn verbazing een verschijning: een grote oranje lichtbol die zigzaggend door het kreupelhout naar ons toe kwam. ‘Zijn er UFO’s in deze jungle?’, vroeg ik me af. Het oranje licht verdween en kwam weer zigzaggend terug. Het was tien keer te groot en te snel voor een vuurvlieg. We waren verbijsterd. Onze mond hing open en onze verbeelding sloeg op hol. Opeens hield het ding stil, midden in de lucht. Het leek te zweven. Ik klom uit het water en liep er met enige huiver naartoe, totdat ik dichtbij genoeg was om te zien wat het was. In een van de mistnetten die waren opgehangen om vleermuizen te vangen, zat een vijf centimeter lange kever met een lichtgevend orgaan vast. Het licht pulseerde nog feller toen ik hem aanraakte, alsof hij zich ergerde aan de vernedering.

We stopten de kever voorzichtig in een hersluitbaar zakje en legden dat op de kampeertafel, terwijl we onze avondmaaltijd, visstoofpot, aten. We spraken over natuurbehoud, financiering van onderzoek en andere zaken. Uiteindelijk richtten we onze aandacht weer op de kever. Ik kon zien dat het een Elater was, simpel gezegd een kniptor. Dat zijn langwerpige kevers (Coleoptera) met een scharnierachtige structuur tussen het borststuk en het achterlijf. Hiermee kunnen ze zich op hun buik draaien als ze op hun rug terecht zijn gekomen. Hij had twee grote, ovale oogvlekken op zijn borststuk, die lichtgevend groen oplichtten en de lichtgevende oranje kleur van zijn buiklantaarn complementeerden. Een bijzonder imposant schepsel. Ik vroeg Tom welke soort het was, in de verwachting dat het een beroemd figuur in de plaatselijke fauna zou zijn. Ik dacht dat hij het antwoord wel uit zijn hoofd zou weten.

‘Ik heb het nog nooit eerder gezien’, zei hij.

Dus mogelijk een nieuwe soort, onbekend bij de wetenschap? Ik had niets gehoord over een entomologische bemonstering op deze veldlocatie. Ik ging ervan uit dat we de kever zouden verzamelen, dat wil zeggen doden en vastpinnen of inmaken. Een taxonoom in Manaus of Washington zou de kever dan kunnen onderzoeken, beschrijven en classificeren, een wetenschappelijke naam kunnen geven en de kever misschien ooit in de archieven van de taxonomie kunnen registreren. Er zijn duizenden onbekende, reeds verzamelde kevers die wachten op deze behandeling door overwerkte taxonomen in musea over de hele wereld. Maar nee. Tom had die neiging niet. Na het eten lieten we de kever gaan.

Dit was denk ik Toms onuitgesproken punt: de kleine dingen zijn net zo belangrijk als de grote. Een individueel leven is waardevol, zelfs het leven van één kever, en vooral als het nog steeds deel uitmaakt van het grote levende geheel.

Toen kwam klimaatverandering.

Decennia gingen voorbij. Lovejoy vertrok bij het WWF-US, ging aan de slag bij het Smithsonian Institution, werd vervolgens hoofdadviseur biodiversiteit bij de Wereldbank en bekleedde daarna nog andere posities en functies. Maar zijn missie veranderde niet: de wereld, zowel burgers als leiders, waarschuwen voor de crisis van biodiversiteitsverlies en onze daden die dit verlies veroorzaken. Habitatvernietiging en -fragmentatie hadden nog steeds een verwoestend effect en bleven hoog op de agenda staan. Hij voegde er echter al snel, eerder dan de meeste mensen, de nadelige gevolgen van klimaatverandering aan toe.

In 1992 was hij mederedacteur van het boek Global Warming and Biodiversity. Dit bevatte wetenschappelijke artikelen van een symposium in de National Zoo in Washington, waarschijnlijk het eerste ter wereld over dat onderwerp. Lovejoy was een van de initiatiefnemers. Er volgden nog twee boeken over hetzelfde onderwerp, met ecoloog en klimaatwetenschapper Lee Hannah als mederedacteur. Alle drie stonden ze vol met casestudies en angstaanjagende trends, maar ook met beleidsaanbevelingen. Wanhoop en berusting waren geen opties voor Lovejoy. Hij hield te veel van de natuur om het op te geven en toe te kijken naar het verval.

Hij was zich er terdege van bewust dat ernstige drempels werden bereikt en hij vergat nooit hoe belangrijk de totale omvang van een ecosysteem is. In 2019 schreef hij samen met de Braziliaanse meteoroloog Carlos Nobre een belangrijk redactioneel artikel, getiteld Amazon Tipping Point: Last Chance for Action. Met behulp van zijn hydrologische cyclus creëert het Amazonewoud voor een groot deel zijn eigen weer. Biljoenen liters neerslag worden terug de lucht in gestuurd door middel van evapotranspiratie (evaporatie is de verdamping van water op oppervlakken en uit de bodem, transpiratie duidt op verdamping door planten). Het water wordt door bewegende luchtmassa’s in westelijke richting naar de Andes gevoerd en vervolgens als regen teruggevoerd naar het woud.

Deze hydrologische cyclus zal falen als de omvang van het regenwoud tot voorbij een kritiek minimum wordt teruggebracht door kappen, bosbranden en klimaatverandering die uitdroging en een overgang naar grasland en vervolgens meer branden veroorzaakt. Het omslagpunt zal worden bereikt. De harde realiteit, zo schreven Lovejoy en Nobre, is dat ‘de kostbare Amazone op de rand van functionele vernietiging balanceert.’ Als dat bos verdwijnt, zo voegden zij eraan toe, zullen er nog meer vervelende gevolgen zijn. Gevolgen voor de mens, maar ook voor kikkers, pekari’s en kevers.

Dit sombere resultaat kan nog worden vermeden, schreven zij, maar het zou ‘wilskracht en verbeeldingskracht’ vergen om het evenwicht te herstellen. Tom Lovejoy was rijk aan beide kwaliteiten. Nu is hij er niet meer en is het aan ons. Het nieuwe NGS-Rolex-programma is opgezet om delen en aspecten van het grote ecosysteem te belichten en na te gaan hoe elk daarvan bijdraagt tot de volledigheid van het geheel.

 

Een plan voor het hele stroomgebied

Thiago Silva zal samen met collega’s onderzoeken hoe de door de mens veroorzaakte veranderingen, met name klimaatverandering, en waterkrachtcentrales van invloed zijn op de functie en diversiteit van periodiek overstroomde Amazonebossen, waar waterdieren zich voeden en voortplanten onder vruchtdragende bomen. De reuzenotter, de zwarte kaaiman, de Orinocodolfijn en de arrauschildpad zijn slechts enkele dieren van de aquatische megafauna van het Amazonegebied. João Campos-Silva (een Rolex-laureaat) en Andressa Scabin zullen bestuderen hoe deze fauna het er vanaf brengt ondanks zware exploitatie en veranderde habitatomstandigheden in het hele stroomgebied. In samenwerking met de plaatselijke bevolking zullen ze ook veelbelovende natuurbeschermingsinitiatieven vanuit lokale gemeenschappen onderzoeken.

Ruthmery Pillco Huarcaya zal samen met collega’s het habitatgebruik van de brilbeer volgen. Dit is het enige zoogdier waarvan het verspreidingsgebied zich uitstrekt van het hooggelegen nevelwoud tot de graslanden aan de voet van de berg. Aan de andere kant van het continent zal Angelo Bernardino met collega’s de gezondheid van de mangroven aan de kust van de Amazone controleren. Ze zullen nagaan hoe de grootste aaneengesloten mangrovegordel ter wereld koolstof opslaat en kustlijnen stabiliseert.

Deze en andere onderzoeken zullen bijdragen tot een beter inzicht in de werking van het Amazonegebied. De onderwerpen van de onderzoeken variëren van het weer in het hooggebergte van de Andes tot de effecten van goudwinning en de samenstelling van de bodem onder de mangroven. Elk van deze onderwerpen is slechts een klein onderdeel van al het dringende werk dat moet worden gedaan. Maar de kleine dingen zijn ook belangrijk, zoals Tom me met de parabel van de kever had voorgehouden.

De delta van de Amazonerivier kent ’s werelds meest uitgestrekte mangrovegordel aan de kust. Deze delta is een hotspot voor biodiversiteit en de bestemming van veel trekvogels uit Noord-Amerika. 

Foto door Victor Moriyama
The National Geographic Society, committed to illuminating and protecting the wonder of our world, funds the work of Explorers in the Amazon.  Learn more about the Perpetual Planet Amazon Expedition.
Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Milieu
Nieuw meetsysteem voor kwetsbaarheid van tropische regenwouden
Milieu
Gaat het ontbossingsakkoord van klimaattop COP26 de bossen redden?
Milieu
Eerste onderzoek ooit naar totaal broeikaseffect Amazone: regenwoud draagt bij aan klimaatverandering
Milieu
Het Amazonewoud brandt in recordtempo af
Milieu
Hoogste gletsjer op Everest verloor in 30 jaar tijd 2000 jaar aan ijs

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.