Dieren

Massastranding van potvissen in de Noordzee onderzocht

Een internationaal team van Europese wetenschappers, waaronder uit Nederland, heeft de afgelopen twee jaar onderzoek gedaan naar de massastranding van potvissen in de Noordzee in 2016. Wat deden deze potvissen in de Noordzee en hoe zijn ze overleden?Wednesday, August 8, 2018

Door Natasja Ramautar
Aangespoelde potvissen op Texel

De Noordzee is met 57.000 km2 het grootste natuurgebied van Nederland. Voor sommige dieren een vertrouwde habitat, maar voor de meeste een strijd om te overleven. In 2016 werden op verschillende stranden aan de zuidelijke Noordzee dertig potvissen (Physeter macrocephalus) gevonden. Deze walvissensoort strandde in vijf landen, in een periode van zes weken, waarvan er zes op Texel stierven.

Internationale teams van wetenschappers en experts uit Europa, waaronder de faculteit Diergeneeskunde (Universiteit Utrecht), het Institut für Terrestrische und Aquatische Wildtierforschung (de universiteit van Hannover, Diergeneeskunde) en het Cetacean Strandings Investigation Programme (wetenschappelijk genootschap 'Zoological Society of London'), sloegen de handen ineen om deze bijzondere samenloop van omstandigheden te onderzoeken. Mariene bioloog Lonneke IJsseldijk, van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht, is de hoofdauteur van het wetenschappelijk artikel dat op dinsdag 7 augustus 2018 gepubliceerd werd in PLOS ONE (Public Library of Science one)

Het aantal aangespoelde exemplaren tussen 8 januari en 25 februari 2016 wordt gezien als de grootste massastranding ooit van potvissen in de Noordzee: Duitsland (16), Engeland (6), Nederland (6), Denemarken (1) en Frankrijk (1). “Er spoelen vaker walvissen aan in de regio Noordzee maar niet eerder was de omvang zo groot. Een individuele stranding kun je nog afdoen als toeval, maar bij zoveel dieren, verspreid over meerdere plekken, wil je toch een wetenschappelijke verklaring vinden”, aldus IJsseldijk.

Een gestrande potvis in de stad Hunstanton, Engeland

IJsseldijk heeft regelmatig kleine walvissen op de snijtafel in Utrecht om de dood van deze zoogdieren te onderzoeken. Sommige dieren worden bij de stranding verzwakt aangetroffen en andere zijn al overleden. IJsseldijk zegt: “De massastranding van de potvissen in 2016 leende zich uitstekend voor een breed opgezet onderzoek om te achterhalen hoe deze dieren in de Noordzee terecht zijn gekomen en onder welke omstandigheden zij aan hun einde kwamen.”

Voor het internationale onderzoek werden er zevenentwintig van de dertig potvissen onderzocht. IJsseldijk zegt: “We hebben gekeken naar de gezondheids- en de voedingstoestand van elk dier. Er werden verschillende infecties gevonden, waaronder parasieten en een nieuw herpesvirus, maar al met al was niks ernstig genoeg om deze massastranding te verklaren. Het kunnen uitsluiten van ziekten als de primaire oorzaak maakt andere oorzaken waarschijnlijker. Dus, we moesten verder denken.”

Gestrande potvissen in Duitsland

De zuidelijke Noordzee is, samen met het aangrenzende Kanaal, een van de drukst bevaren zeegebieden ter wereld. Daarnaast bevinden zich grote aardolie- en aardgasreserves in de zeebodem, die sinds de jaren '70 grootschalig worden geëxploiteerd. Het actieve zeevaartverkeer en de dreiging in het mariene milieu gaven voldoende aanleiding om ook te kijken naar antropogene oorzaken, zoals verstrikking of aanvaring, maar daar is geen bewijs voor gevonden.

Noch was er sprake van significante niveaus van chemische vervuiling. Mariene aardbevingen, schadelijke algenbloei en temperatuurschommelingen in het oppervlaktewater werden genoemd als mogelijke aanjagers van de reeks strandingen, maar ook dit werd uitgesloten. De bevindingen werden vergeleken met de onderzoeksresultaten van de voorgaande jaren en waren niet kenmerkend anders.

Opmerkelijk was de diversiteit aan zeeafval, waaronder plastic, in het maagdarmkanaal van negen ontleedde potvissen. Het onderzoeksteam trof in totaal 320 voorwerpen van verschillende groottes aan: stukken van netten, touw, folies, verpakkingsmateriaal en een deel van een auto.

Aangespoelde potvissen op Texel

Hoewel het mariene zwerfvuil niet verantwoordelijk was voor de dood van de dieren in 2016, laten de resultaten zien dat grote roofdieren als potvissen behoorlijk risico lopen door het (scheeps)afval. Tijdens de autopsie zijn er schrikbarend grote stukken gevonden, die het dier wellicht op langere termijn wel hadden belast.

“Het is mogelijk dat een gedeelte van deze voorwerpen in de Noordzee is ingeslikt”, vertelt IJsseldijk. De potvissen bevinden zich hier in vreemde wateren waar hun voornaamste prooisoort, de pijlinktvis, niet voorkomt. De dieren zijn dus niet in staat om zich goed te voeden. “Naast dat potvissen plastic 'per ongeluk' binnenkrijgen tijdens het foerageren, kan het natuurlijk ook zo zijn dat ze het proberen te eten als ze honger hebben of het per abuis aanzien voor iets eetbaars.”

Te veel puin in de maag kan een ‘vol’ gevoel geven, waardoor de dieren de juiste voeding en daardoor belangrijke voedingsstoffen mislopen. Dit zorgt uiteindelijk voor verhongering, terwijl de inname van grote hoeveelheden plastic voor verstopping kan zorgen. Scherpe delen kunnen ook leiden tot een maagperforatie, waardoor het maagzuur en de maaginhoud naar buiten lekken en levensgevaarlijke schade aan het buikvlies en de andere organen kunnen aanrichten.

Een aangespoelde potvis in Duitsland

De onderzochte potvissen waren alle jonge mannetjes tussen de 10 en 16 jaar oud. Uit dieetonderzoek bleek dat de dieren waarschijnlijk voor de laatste keer in Noorse wateren hadden gegeten; minimaal 1300 kilometer verderop.

Waarom deze dieren de Noordzee zijn ingezwommen, blijft ondanks al het onderzoek onduidelijk. IJsseldijk: “We weten niet precies wanneer de potvissen de Noordzee in zijn gezwommen. Wel kunnen we met enige zekerheid zeggen dat de dieren vanuit de noordelijke ingang van de Noordzee kwamen. Potvissen komen normaliter voor in diepere wateren. De Noordzee is te ondiep voor potvissen, waardoor ze niet goed kunnen navigeren door het water en daardoor onwetend tegen de geleidelijk aflopende zandbanken aan stranden.” In het zuidelijke gedeelte van de Noordzee is het water maar maximaal 40 meter diep.

De zuidelijke Noordzee kan worden beschouwd als een ‘val’ voor diepduikende walvissoorten, zoals de potvis. Zodra ze dit gebied binnenkomen, lopen ze een groot risico te stranden en zo om het leven te komen. “Hoewel het niet mogelijk was met overtuiging vast te stellen waarom de potvissen de Noordzee inzwommen, hebben we toch veel kunnen leren van dit onderzoek; zowel over de individuele dieren, als de populatie en hun leefomgeving. En we kunnen concluderen dat de strandingen hoogstwaarschijnlijk een combinatie waren van verschillende complexe omgevingsfactoren, in plaats van een enkele factor”, aldus IJsseldijk.  

Dit onderzoek is een van de meest uitgebreide onderzoeken naar potvisstrandingen, dat deels werd gefinancierd door het ministerie van LNV (Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit). Lees meer over de strandingsonderzoeken van Lonneke IJsseldijk en haar collega's van de afdeling Pathologie, Universiteit Utrecht.

 

Lees meer