Dieren

87 Olifanten gedood in Afrika’s laatste ‘veilige haven’

Experts leggen uit hoe de slachting van 87 olifanten in Botswana kon plaatsvinden in een gebied dat nu niet meer als toevluchtsoord voor olifanten kan worden gezien.Thursday, September 6, 2018

Door Rachael Bale
Het lijkt erop dat veel van de onlangs gedode olifanten door stropers onder vuur werden genomen toen ze zich rond drenkplaatsen verzamelden, zegt Mike Chase van Elephants Without Borders.

In Botswana zijn in de afgelopen maanden minstens 87 olifanten vanwege hun slagtanden gedood, aldus de natuurbeschermingsgroep Elephants Without Borders, die de kadavers ontdekte. Volgens Mike Chase, de directeur van de groep, is dat een plotselinge en verontrustende stijging in een land dat werd gezien als een van de laatste veilige toevluchtsoorden voor olifanten in Afrika. 

“Het was een complete verrassing dat we olifanten ontdekten die diep in Botswana door stropers waren gedood binnen natuurgebieden die bij toeristen zeer bekend zijn,” zegt hij. “Het was volkomen onverwachts.”

Elephants Without Borders voerde op verzoek van de regering van Botswana luchtsurveillances uit toen de ngo kadavers zag liggen in de Okavangodelta, een gebied dat door UNESCO is uitgeroepen tot Wereldnatuurerfgoed en dat zich in de buurt van de grens van Botswana met Namibië en Zimbabwe bevindt, landen waar stropers veel actiever zijn. De organisatie houdt op verzoek van de regering elke vier jaar een telling, en bij de laatste telling in 2014 werd geconstateerd dat er in het recente verleden negen olifanten waren gedood. Maar bij de telling van dit jaar, die nog maar voor de helft is afgerond, heeft het team al 87 dode olifanten gespot.

Het ministerie voor Wild en Nationale Parken van Botswana gaf een verklaring uit waarin het de cijfers van Elephants Without Borders “onjuist en misleidend” noemde. In de verklaring staat dat er 53 dode olifanten zijn geteld en dat veel olifanten door natuurlijke oorzaken zijn bezweken.

Maar Chase houdt vast aan het aantal van 87. “Ik ben een objectieve wetenschapper zonder politieke agenda. Ik vind het triest dat onze regering op deze manier heeft gereageerd.” Volgens hem is er voor elk van de 87 kadavers een gps-locatie vastgesteld en zijn alle kadavers door meerdere getuigen gezien. Op elke surveillancevlucht vliegen vier mensen mee, onder wie een beambte van de regering. Uit de geluidsopnamen die tijdens deze vluchten worden gemaakt, zal blijken dat de getallen kloppen, aldus Chase.

In Botswana leven meer dan 130.000 olifanten– ongeveer een derde van de totale Afrikaanse populatie van savanne-olifanten – die grotendeels leken te ontsnappen aan de recente stroperijcrisis in Afrika. Volgens gegevens van de Great Elephant Census, een alomvattende telling vanuit de lucht die in opdracht van achttien landen werd uitgevoerd door Elephants Without Borders en die in 2016 werd afgesloten, is het aantal olifanten op het continent tussen 2007 en 2014 met dertig procent afgenomen. Olifanten spelen een zeer belangrijke rol in de toerismesector van Botswana, die in 2017 goed was voor bijna twee miljoen buitenlandse bezoekers.

De ontdekking van de kadavers, volgens Chase vooral van oudere stieren met grote slagtanden, zou erop kunnen wijzen dat georganiseerde stropersgroepen steeds verder in het land infiltreren. De slachting vond plaats op een moment dat zich in Botswana steeds meer conflicten tussen mensen en olifanten voordoen – deels vanwege de relatief omvangrijke olifantenpopulatie in het land – en ook kort nadat de regering had besloten dat parkopzieners geen wapens meer mogen dragen.

Parkopzieners zonder wapens

Tientallen jaren pakte Botswana het probleem van de stroperij voortvarend aan. In de late jaren tachtig van de vorige eeuw zette ex-president Ian Khama, destijds commandant van de Botswana Defense Force (BDF; het Botswaanse leger), achthonderd soldaten in om de stroperij te bestrijden en parkopzieners in hun strijd tegen stropers bij te staan. Vanaf 2014 konden stropers in Botswana zonder aanhouding worden doodgeschoten, een maatregel waardoor de regering kritiek van juristen kreeg,

In mei besloot de nieuwe president van Botswana, Mokgweetsi Masisi, om de anti-stroperseenheid van het land te ontwapenen. In de maand voordat Masisi aantrad, was de aanstaande president ter ore gekomen dat er geen wettelijk kader voor het bewapenen van de anti-stroperseenheid bestond. Vandaar dat de eenheid weer werd ontwapend, zegt Dereck Joubert, een documentairemaker en National Geographic-gastonderzoeker die in Botswana woont. Het ministerie voor Wild en Nationale Parken spreekt van een “correctieve maatregel.”

Het ontwapenen van de eenheid is voor sommigen, onder wie ook Chase, reden om te denken dat de recente slachting direct met dat besluit te maken heeft. Terwijl het beleid om stropers ter plekke te kunnen doodschieten altijd controversieel is geweest, wordt het bewapenen van parkopzieners door de meeste betrokkenen verwelkomd.

“Ik kan me moeilijk voorstellen dat een regering zijn burgers naar de frontlinie stuurt om het zonder wapens op te nemen tegen zeer goed georganiseerde en tot de tanden bewapende criminele netwerken,” zegt Chase. “Dit is het grootste afgeschermde verspreidingsgebied voor olifanten dat nog op aarde bestaat. Het is een zeer afgelegen en moeilijk begaanbaar gebied, dus dan is het niet fair om te verwachten dat de BDF de zaak in zijn eentje kan controleren.”

Joubert vindt het moeilijk om te geloven dat het ontwapenen van de eenheid de aanleiding voor de recente slachtpartij onder olifanten is geweest. “Te beweren dat de stropers toesloegen omdat de eenheid geen wapens meer droeg, slaat nergens op. Er lopen daar nog altijd achthonderd gewapende militairen van de BDF rond,” zegt hij.

 

Goemeone Mogomotsi, een jurist van de University of Botswana die de anti-stropersmaatregelen van het land heeft onderzocht, noemt de beslissing om de eenheid te ontwapenen “ongelukkig en een stap terug.”

In een wetenschappelijk artikelstelden Mogomotsi en zijn collega Patricia Kefilwe Madigele in 2017 dat Botswana nu juist een toevluchtsoord voor olifanten is geworden omdat het land zijn parkopzieners van wapens voorzag en ook het leger inzette om beschermde gebieden te controleren. (Ze schrijven ook dat het beleid om stropers ter plekke te kunnen doodschieten wel degelijk heeft geholpen, maar deze conclusie wordt betwist door andere wetenschappers en heeft kritiek uitgelokt van mensenrechtenactivisten.)

Waarschuwingen?

De oorzaak van de recente golf van aanvallen door stropers is waarschijnlijk gecompliceerder dan alleen het ontwapenen van de parkopzieners, zegt Vanda Felab-Brown, een misdaad- en beveiligingsexpert van het Brookings Institute.

“De bekendmaking dat de parkopzieners zouden worden ontwapend, heeft er waarschijnlijk in belangrijke mate toe bijgedragen dat stropers in de verleiding kwamen om hun activiteiten te verhogen. Maar het is volgens mij te simplistisch om dit als de enige oorzaak af te schilderen,” zegt ze.

Volgens haar is het aantal incidenten van stroperij de laatste twee jaar toegenomen in Botswana, zowel binnen lokale gemeenschappen als op georganiseerd niveau. Zij en Chase wijzen erop dat olifanten in de buurlanden bijna zijn uitgeroeid en dat smokkelnetwerken hun activiteiten daardoor naar Botswana verplaatsen, waar er meer dieren zijn om op te jagen.

Volgens Felab-Brown kan ook het jachtverboddat in 2014 in Botswana werd afgekondigd, tot meer stroperij hebben geleid. In gemeenschappen die voorheen profiteerden van de trofeeënjacht en het daarmee gepaard gaande toerisme, werden mensen werkloos of verloren inkomsten als gevolg van het verbod. Het fototoerisme is daarna niet snel genoeg gegroeid om dat verlies aan werkgelegenheid en inkomsten goed te maken, zo blijkt uit recent onderzoekvan Joseph Mbaiwa van het Okavango Research Institute van de University of Botswana.

Dorpen raakten ook een belangrijke bron van bushmeat kwijt, en doordat er minder werd gejaagd, nam het aantal wilde dieren in de omgeving weer toe. Dat heeft tot meer ontmoetingen en conflicten tussen mensen en olifanten geleid, waarbij olifanten die op akkerland doordrongen vaker illegaal werden gedood. Al deze factoren hebben er volgens Mbaiwa toe bijgedragen dat de plattelandsbevolking een minder positieve houding ten opzichte van wilde dieren heeft ontwikkeld, en dat kan op zijn beurt tot een toename van de stroperij hebben geleid.

Joubert is het daar niet me eens. In de tijd dat er nog gejaagd mocht worden, werden jachtvergunningen alleen voor een periode van vijf maanden afgegeven, waardoor de betrokken gebieden in de overige zeven maanden extra kwetsbaar waren voor stropers. Met de invoering van het fototoerisme worden concessies voor het hele jaar afgegeven.

De regering is het jachtverbod nu aan het heroverwegen.

Aanhoudende vraag

De vraag naar ivoor van olifantenslagtanden is vooral afkomstig uit Azië, waar ivoren voorwerpen door sommigen als statussymbolen worden gezien. Uit hele slagtanden worden kunstvoorwerpen gesneden, en daarnaast wordt het ivoor gesneden tot kleinere figuurtjes en beeldhouwwerken, eetstokjes, sieraden en talloze snuisterijen. Hoewel de internationale handel in ivoor al sinds 1990 is verboden, bleef de binnenlandse ivoorhandel in China tot eind 2017 legaal.

Het baanbrekende besluit van China om de binnenlandse ivoorhandel te verbieden werd overal ter wereld verwelkomd. Maar volgens Felab-Brown blijkt uit het feit dat deze 87 olifanten onlangs in een land als Botswana zijn gedood dat het Chinese verbod niet de onmiddellijke uitwerking heeft gehad waarop velen hadden gehoopt. “Het verbod is nu negen maanden van kracht, maar dit gebeurt nog steeds. Dat betekent dat er nog steeds veel handel plaatsvindt,” zegt zij. “De Chinese markt is nog niet stilgevallen.”

Hongkong en Japan, waar de binnenlandse handel in ivoor nog is toegestaan, blijven belangrijke afzetgebieden voor illegaal ivoor, evenals China en de VS.

“Het is momenteel een sombere tijd voor het behoud van de olifant,” zegt Chase.

Joubert waarschuwt ervoor te suggereren dat stropers in Botswana nu hun gang kunnen gaan. Maar “ook als er maar één olifant wordt gedood, is dat één olifant te veel. We moeten in actie komen. We moeten er alles aan doen om ervoor te zorgen dat het niet escaleert.”

De non-profitorganisatie Wildlife Watch is een onderzoeksjournalistiek project van de National Geographic Society en National Geographic Partners, met speciale aandacht voor wildcriminaliteit en de uitbuiting van wilde dieren.

Lees meer verhalen over wildcriminaliteit op Natgeo.nl/wildcriminaliteit.

Kijk ook: 10 feitjes over olifanten

Dit verhaal werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer