In dit Afrikaanse park neemt de dierenpopulatie weer toe, na jaren burgeroorlog

In het Gorongosa National Park in Mozambique leeft een naoorlogse generatie van meer dan 100.000 grote dieren. Daarmee is het een van de zeldzame plekken waarover goed nieuws te melden valt.maandag 17 december 2018

Burgeroorlog veroorzaakte drastische afname wilde dieren - en zo krabbelden zij weer op in dit nationale park.
Burgeroorlog veroorzaakte drastische afname wilde dieren - en zo krabbelden zij weer op in dit nationale park.

In het midden van Mozambique, dat aan de zuidoostkust van Afrika ligt, bevindt zich het Gorongosa National Park. Het park is bezig uit zijn as te verrijzen, nadat het door oorlog grotendeels werd verwoest. Onlangs werden de cijfers bekendgemaakt van tellingen die vanuit de lucht werden uitgevoerd. Daaruit blijkt dat de populaties van grote dieren in het park, die werden gedecimeerd tijdens de strijd, zich blijven herstellen.

In het park lopen nu veel meer exemplaren van verschillende grote diersoorten rond dan in 1992, toen de burgeroorlog ten einde kwam. Dat komt slechts zelden voor in Afrika, en is natuurlijk reden tot vreugde. Bij controles in 1992 werden slechts 15 kafferbuffels aangetroffen, 6 leeuwen, 100 nijlpaarden en een handvol blauwe gnoes. Volgens de laatste tellingen bestaat de buffelpopulatie nu uit ruim 1000 exemplaren, zijn er bijna 550 nijlpaarden en meer dan 600 gnoes. Ook met de leeuwen gaat het, dankzij de grotere hoeveelheid prooidieren, goed, hoewel zij lastiger te tellen zijn.

Begin jaren negentig was er na vijftien jaar burgeroorlog weinig over van het park. Er hadden confrontaties plaatsgevonden tussen twee strijdende partijen en de dieren waren gedood om de soldaten van voedsel te voorzien en om ivoor te kunnen verkopen voor de aankoop van wapens. Het park leidde ruim tien jaar lang een kwijnend bestaan, tot in 2004 het Gorongosa Restoration Project van start ging, een samenwerkingsverband tussen de Mozambikaanse overheid en de Amerikaanse Carr Foundation. De Carr Foundation (en de oprichter Greg Carr) droeg niet alleen met financiële middelen en managementvaardigheden bij aan het project, maar kwam ook met de visie dat Gorongosa een ‘mensenrechtenpark’ zou moeten worden.

Dat hield in dat niet alleen de natuur, het water en de biologische diversiteit van het park moesten profiteren, maar dat ook de lokale bevolking rondom het park er substantieel op vooruit moest gaan, op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs, landbouwkundige kennis en economische ontwikkeling. In de loop van de jaren is er sprake geweest van een gestage, zichtbare vooruitgang. Een van de factoren waaruit dat blijkt is de geletterdheid onder vrouwen en meisjes. Een andere factor is het herstel van het aantal dieren. Wilde dieren tellen is nooit eenvoudig, maar op het terrein van Gorongosa, met zijn savannes, overstromingsvlakten en gemengde bossen, is het toch mogelijk dat systematisch en betrouwbaar te doen, met behulp van een helikopter.

Mike Pingo, een doorgewinterde wildernispiloot, vloog voor de intensieve tellingen twee weken lang zo’n zes uur per dag in de Bell Jet Ranger-helikopter rond. Bij hem aan boord zaten Marc Stalmans, de wetenschappelijke directeur van het park, en twee andere collega’s om de dieren te bekijken, ze soort voor soort te tellen en de gegevens vast te leggen. Pingo vloog op een hoogte van vijftig meter op en neer langs rechte lijnen van de ene kant van het park naar de andere. Bij ieder traject werd een strook van vijfhonderd meter bekeken. Hij en zijn passagiers telden daarbij alle dieren die ze zagen, mits die groter waren dan een wrattenzwijn. (Met uitzondering van waterbokken, waarvan er zo veel waren op de overstromingsvlakten van Gorongosa dat ze geteld moesten worden op foto’s die met groothoeklenzen waren genomen.) Wie dat een paar uur lang heeft gedaan, weet: die methode staat weliswaar garant voor statistische zorgvuldigheid, maar ook voor luchtziekte en een stevige koppijn. Maar dit waren ervaren rotten in het vak, met een ijzeren maag en een goed stel ogen, en ze wisten de klus te klaren.

Naast de toename van de populaties buffels en gnoes, die aan het einde van de oorlog uit bedroevend weinig dieren bestonden en pas sinds 2014 weer een aanzienlijke omvang hebben, bleken ook de aantallen impala’s, koedoes en nyala’s (fraaie antilopen met spiraalvormige hoorns) flink gestegen. Meer dan vijfhonderd nijlpaarden gaan iedere middag op zoek naar verkoeling in het water van het Uremameer en de omringende rivieren in Gorongosa. Er zijn zo veel wrattenzwijnen dat je er zomaar twee slapend onder je veranda kan aantreffen in het Gorongosa hotel. Ook de olifanten maken een comeback. Er zijn er nu meer dan 550, maar Greg Carr en zijn collega’s willen dat dat er nog veel meer worden. De waterbokken zijn nog veel talrijker. Met meer dan 55.000 exemplaren zijn zij een toonbeeld van de kwaliteit van het leefgebied in de overstromingsvlakten van Gorongosa en vormen ze een wezenlijke voedselbron voor leeuwen, Afrikaanse wilde honden en luipaarden.

Ook de vogels in Gorongosa zijn bijzonder en talrijk: zilverreigers en ibissen, slangenhalsvogels en aalscholvers, plevieren en kluten, blauwe reigers, spoorwiekganzen en lelielopers; het gaat met alle soorten goed. Het is natuurlijk al helemaal ondoenlijk om vanuit een helikopter vogels te tellen, omdat ze natuurlijk in grote zwermen af en aan vliegen. Maar de controleurs melden dat ze 229 actieve nesten hebben gezien met Afrikaanse maraboes.

Marc Stalmans ziet de tellingen als positief nieuws. “Vooral het aantal gnoes is heel bemoedigend,” zegt hij. Hetzelfde geldt voor de buffels. Hij hoopte stiekem dat de soort de drempel van duizend dieren zou bereiken, en is zeer tevreden dat dat ook gebeurd is. “Daarnaast is de snelheid waarmee het wrattenzwijn zich herstelt spectaculair te noemen.” De dieren hebben zich bijna in aantal verdubbeld sinds 2016, dus in slechts twee jaar tijd.

Het herstel van de diersoorten is het gevolg van veertien jaar inzet en een slimme en gepassioneerde aanpak van het team in Gorongosa. En dat geldt niet alleen voor Carr en de Park Warden (parkdirecteur), en de medewerkers op het gebied van soortbehoud en wetenschap, maar ook voor degenen die zich bezighouden met de dagelijkse gang van zaken, met de communicatie en met ontwikkelingswerk en de bedrijfsvoering. Carr en zijn collega’s weten dat het op de lange termijn niet werkt om diersoorten en leefgebieden te beschermen door met hekken wanhopige mensen buiten te houden. Wie wil dat het goed gaat met de olifanten, impala’s en koedoes in een park, moet ervoor zorgen dat het ook goed gaat met de mensen die net buiten de grens van het park leven.

Zelfs een man of vrouw van goede wil, die zich normaalgesproken aan de regels houdt, zou wel eens een val kunnen zetten voor een dier, als dat betekent dat zijn of haar kinderen niet van de honger omkomen. Met die gedachte in het achterhoofd is het ook bemoedigend om te kijken naar het laagste, zeer belangrijke cijfer in de tellingen uit 2018 in Gorongosa. Dieren die in vallen in het park werden aangetroffen: nul. Dat is een daling ten opzichte van de tellingen uit 2014 en 2016, en de trend is positief.

Lees ook: Zeven overwinningen voor wilde dieren in 2018

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer