Nieuwe slangensoort ontdekt in maag van andere slang

De ‘mysterieuze maaltijdslang’ heeft enkele vreemde kenmerken, hij graaft bijvoorbeeld holen.woensdag 2 januari 2019

Wetenschappers hebben een wel heel ongebruikelijke slangensoort ontdekt. En bovendien spotten ze dit bijzondere serpent niet op de grond in zijn beboste habitat in tropisch Mexico. Het pas ontdekte dier, dat onlangs is beschreven in een artikel in het Journal of Herpetology, maakte zijn wetenschappelijke entree op een heel vreemde plek: in de maag van een andere slang.

Het wezen heeft de passende naam Cenaspis aenigmagekregen, wat zoiets als ‘mysterieuze maaltijdslang’ betekent. De naam is ontleend aan de Latijnse woorden cena (avondmaal), aspis (een slangenvariëteit) en enigma(raadsel).

De nieuwe soort heeft eigenschappen die hem van zijn verwanten onderscheiden, waaronder zijn schedelvorm, de bedekking van zijn hemipenis – zijn voortplantingsorgaan – en de schubben onder zijn staart.

Verborgen in het wild

Op basis van bepaalde kenmerken van zijn skelet denken de wetenschappers dat Cenaspis een slang is die holen graaft en zich waarschijnlijk voedt met insecten en spinnen. Maar vreemd genoeg is er nog nooit een levend exemplaar van deze slang gevonden, dus is het moeilijk om precies te zeggen wat het dier eet en hoe het leeft, zegt Jonathan Campbell, herpetoloog aan de University of Texas in Arlington en leider van het onderzoeksteam.

Deze slang heeft zich namelijk al 42 jaar aan elke officiële waarneming weten te onttrekken. In 1976 troffen landarbeiders op een palmboomplantage in de wouden van de zuidelijke Mexicaanse deelstaat Chiapas een Centraal-Amerikaanse koraalslang aan – een dier met prachtige kleuren maar ook met een neurotoxine als gif. Toen de slang door wetenschappers werd onderzocht, ontdekten zij dat de laatste maaltijd in de maag van het dier bestond uit een andere, kleinere slang.

Deze 25 centimeter lange mannetjesslang was iets bijzonders omdat hij niet overeenkwam met enige bekende slangensoort, dus werd het exemplaar in een museumcollectie bewaard. Het onderzoeksteam keerde in de afgelopen decennia meer dan tienmaal naar het gebied terug, maar vond nooit een levend exemplaar van deze vreemde slangensoort.

“Dat toont aan hoe schuw sommige slangen kunnen zijn,” zegt Campbell. “Als je die schuwheid combineert met moeilijk toegankelijk gebied, dan kom je sommige slangen niet erg vaak tegen.”

Campbell denkt niet dat de verdwijntruc van de slang het gevolg is van zijn uitsterving sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw. Hij gelooft dat Cenaspis nog ergens in Chiapas rondkruipt, maar dat hij door zijn ondergrondse levensstijl en schuwe gedrag heel lastig is te vinden.

Vreemde kenmerken

De onderbuik van de slang is versierd met drie reeksen van driehoekige vlekjes, die tezamen onregelmatige strepen vormen; heel weinig slangen in de Nieuwe Wereld vertonen een soortgelijk streeppatroon. De slang heeft ook veertien korte, stevige tanden in zijn bovenkaak, terwijl de meeste leden van zijn familie meer of minder tanden hebben.

Maar het meest bizarre onderdeel van Cenaspisis zijn hemipenis. De meeste verwanten van de slang hebben twee hemipenissen die elk zijn bedekt met stekels, terwijl sommige zijn voorzien van knopvormige uiteinden genaamd calyces. De penis van de nieuwe soort heeft geen stekels maar is geheel bezaaid met calyces, waardoor het orgaan op een buitenaardse honingraat lijkt.

De slang is uniek genoeg om niet alleen als nieuwe soort te worden beschouwd maar zelfs als een geheel nieuw geslacht – een groep van nauw verwante soorten; zo omvat het geslacht Canis de soortCanis lupus, de wolf, maar ook andere soorten als coyotes en jakhalzen.

Sara Ruane, een herpetologe en evolutiebiologe van de Rutgers University in Newark die niet bij de nieuwe studie was betrokken, is onder de indruk van de vondst.

“Dit is een uitstekende bijdrage aan de herpetologie en herinnert ons er allemaal aan dat je nooit weet welke nieuwe informatie kan opduiken wanneer je exemplaren in het veld verzamelt en nog eens goed kijkt naar wat er in de musea ligt – en ook hoe belangrijk die collecties zijn,” zegt Ruane.

Kevin de Queiroz, zoöloog en curator voor amfibieën en reptielen aan het National Museum of Natural History van het Smithsonian Institution, is het daarmee eens.

“Het is altijd interessant om een soort te vinden die nieuw is voor de wetenschap, des te meer als het niet om een nauwe verwant van een bekende soort gaat.”

Maar Ruane en Queiroz zijn geen van beide verrast over het feit dat de koraalslang de ongelukkige Cenaspis eerder op het spoor kwam dan de wetenschappers. Deze dieren zijn echte specialisten in het jagen en opeten van kleine slangen, en het is enkele keren eerder voorgekomen dat slangensoorten binnenin een andere slang werden ontdekt. Maar voor zover Campbell weet, is het wel “de eerste keer dat een nieuw geslacht in de maag van een koraalslang is ontdekt.”

Kijk naar Superdodelijke slang slikt een andere slang in zijn geheel

Hoewel de onderzoekers nog maar weinig weten over de biologie van de ‘maaltijdslang’, zijn dit soort ‘matroesjka-ontdekkingen’ (naar de Russische poppetjes van hout die telkens kleinere poppetjes bevatten) heel leerzaam wat betreft de biodiversiteit in de wereld, die voor een groot deel nog nooit is waargenomen of onopgemerkt blijft.

“De ontdekking laat zien dat er in de Nieuwe Wereld nog altijd onontdekte slangensoorten zijn die zich tijdens hun evolutie relatief geïsoleerd hebben ontwikkeld,” zegt De Queiroz.

Voor Campbell wijst de unieke plek die Cenaspis onder zijn verwanten inneemt erop dat ook zijn habitat heel bijzonder en daarmee onvervangbaar moet zijn – en dus de moeite waard is om in een reservaat te worden beschermd.

Lees ook: Cobra-kannibalen: slangen eten elkaar schokkend vaak op

Lees meer