Dieren

Deze adders worden bedreigd door stroperij in Kenia – en terecht?

Maatregelen om de illegale handel in Kenia te stoppen worden ondermijnd door bijgeloof en angst voor slangen. donderdag, 11 april 2019

Door Maurice Oniang'o

Op een zonnige middag in Kilifi, een havenplaatsje in Kenia, stond Agnes Pili in haar keuken de lunch voor haar gezin te bereiden toen ze een ongenode gast opmerkte.

“Ik pakte een bord op en toen zag ik hem,” zegt zij. “Ik schreeuwde om hulp, maar mijn man was niet in de buurt.” Een slang was haar keuken binnen geglibberd en had zich in een hoekje opgerold, pal naast haar rek met keukengerei. Pili pakte een knuppel die ze bij de hand hield om eventuele inbrekers te verjagen en sloeg de slang dood.

Pili gelooft dat slangen kwaadaardig zijn. “Ik zie niet in waarom we ze zouden moeten beschermen, want het zijn dodelijke en duivelse wezens,” zegt zij.

Ruim tachtig procent van de Kenianen is christelijk, en in de Bijbel worden slangen geassocieerd met Satan: God vervloekte de slang en verklaarde het dier tot eeuwige vijand van de mens. Veel Kenianen denken er nog steeds zo over. Slangen worden in verband gebracht met hekserij omdat ze door tovenaars worden gebruikt in zwarte magie, bedoeld om tegenstanders angst aan te jagen of schade te berokkenen. Sommige Kenianen geloven dat als je een slang in je droom of in werkelijkheid tegenkomt, je bang moet zijn dat jijzelf of een dierbare zal sterven.

“Slangen brengen ongeluk, en ik kan zo’n dier niet laten lopen als ik er een zie,” zegt Gitari Njagi, hoofd van een lagere school in Chuka, een streek in het oosten van Kenia. Het eerste wat Njagi in zo’n geval doet, is de slang doodmaken.

De angst voor slangen draagt bij aan een negatieve houding jegens deze dieren, zegt Patrick Malonza, hoofdwetenschapper en leider van de afdeling herpetologie van de National Museums of Kenya, een overheidsdienst die toeziet op de musea en archeologische vindplaatsen van het land.

Deze opvattingen maken het voor stropers gemakkelijker om zonder angst voor vervolging op slangen te jagen die in het wild met uitsterving worden bedreigd, zegt Royjan Taylor, directeur van het researchcentrum Bio-Ken in Watamu, een centrum met educatieve doeleinden waar slangen worden gefokt en onderzoek naar tegengiffen wordt gedaan. Stropers worden doorgaans niet gezien als wetsovertreders maar als probleemoplossers die optreden tegen een bedreiging van de gemeenschap, zegt hij.

Zeldzame adders

Herpetologen van de National Museums of Kenya vrezen dat twee zeldzame slangen die alleen op een paar geïsoleerde plekken in Kenia voorkomen, nu met uitsterving worden bedreigd. De boomadder Atheris desaixi en de Keniaanse pofadder, die met twee kleine hoorntjes op zijn kop het idee versterkt dat de slang de belichaming van de duivel is, worden bedreigd door de verwoesting van hun habitats en de stroperij ten behoeve van de Europese en Amerikaanse markt voor exotische huisdieren. Beide soorten zijn giftig en worden ook vaak door slangenbezweerders of in circusacts gebruikt, waarbij de dieren worden gekust, met ze wordt gedanst of rond de hals of het middel van de artiesten worden gewikkeld.

“Je kunt Atheris desaixi en de Keniaanse pofadder nergens anders in de wereld vinden. Mensen die zeggen dat hun exemplaren uit Tanzania of Oeganda komen, zijn leugenaars,” zegt Taylor. Volgens hem wordt de vraag naar de dieren aangedreven door het verlangen om iets zeldzaams te bezitten. “Deze soorten zijn net als een zeldzame postzegels, waarvoor mensen veel geld betalen en die ze in hun privécollectie willen hebben,” zegt hij.

Vandaar dat beide soorten sinds de aanname van de Wildlife Management Act in 2013 worden beschouwd als “kwetsbaar voor uitsterving” en als zodanig “bijzondere bescherming” nodig hebben. Vóór die tijd bestonden er geen quota’s voor het aantal dieren dat verzameld mocht worden en werden specifieke streken niet ontzien. Inmiddels kunnen de adders alleen nog legaal worden gevangen met een vergunning van de Kenya Wildlife Service, de dienst die toeziet op de wilde flora en fauna van Kenia. In 2016 werden verdere beschermingsmaatregelen ingevoerd toen de Conventie on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (CITES; ‘Conventie inzake de internationale handel in bedreigde soorten wilde flora en fauna’), de commerciële handel in beide soorten verbood.

Hoewel de omvang van de populaties van beide soorten onbekend is, lijkt er geen twijfel te bestaan over de zeldzaamheid van deze slangen. In 2010 ondernam Jacob Ngwava, onderzoeker van de afdeling herpetologie van de National Museums of Kenya, een halfjaar durende zoektocht naar Atheris desaixi. Hij en zijn team ontdekten slechts twaalf exemplaren.

Uit berichten van wetenschappers die onderzoek doen in de Grote Slenk, waar de Keniaanse pofadder voorkomt, blijkt dat de soort nu nog zeldzamer is dan voorheen. Zo vertelt Malonza dat er tijdens een telling op het plateau van Kinangop geen enkel exemplaar werd aangetroffen.

Volgens een voorstel dat Kenia in 2016 aan de CITES deed, worden exemplaren van Atheris desaixi en de Keniaanse pofadder in dierenwinkels en op websites in Europa en Noord-Amerika te koop aangeboden voor duizend dollar of meer. In mei 2017 berichtte de website Mongabay dat er volgens een ambtenaar van de nationale politie van Kenia sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw elk jaar naar schatting 100 en 350 exemplaren van beide soorten het land uit worden gesmokkeld.

Ondanks de beschermingsmaatregelen worden maar weinig wildsmokkelaars in Kenia gearresteerd, zegt Jim Karani van WildlifeDirect, een milieugroep in Nairobi. Douanebeambten zijn niet goed getraind in het herkennen van slangensmokkelaars, en als er al adders in beslag worden genomen, hebben de beambten geen ruimte om de dieren (die als wettelijk bewijsmateriaal bewaard moeten worden) op te vangen en te onderhouden.

Volgens Karani is het “probleem met betrekking tot vervolging dat niemand uitkijkt naar de slangen.” Bovendien kunnen de dieren gemakkelijk worden verborgen en onopgemerkt langs controlepoortjes worden gesmokkeld. Hij vindt het belangrijk om beambten te trainen in het controleren van transitzones, het uitvoeren van routinematige checks, het identificeren van soorten en het hanteren van de slangen als ze eenmaal worden ontdekt.

Solomon Kyalo, bij de Kenya Wildlife Service verantwoordelijk voor de uitvoering van de CITES-richtlijnen, zegt dat zijn dienst en de National Museums of Kenya de wildopzieners elke twee jaar een training geven in het herkennen en hanteren van reptielen, waaronder slangen.

Volgens Karani moeten wildopzieners ook worden bijgespijkerd over de natuurlijke geschiedenis van de slangen en hun rol in ecosystemen. “Beambten die verantwoordelijk zijn voor Atheris desaixi, zijn niet dusdanig geschoold dat ze begrijpen dat deze slang belangrijk is voor het ecosysteem van Mount Kenya,” zegt hij. Deze slang is een ‘secundaire consument’ die helpt het ecosysteem gezond en in evenwicht te houden door op knaag- en plaagdieren te jagen. Mensen beseffen volgens hem niet dat de slang alleen in de streek rond Mount Kenya voorkomt, “en nergens anders in de wereld.”

Gered van het kwaad

Omdat veel Kenianen slangen angstaanjagend en kwaadaardig vinden, is Agnes Pili verrast dat iemand deze dieren zou willen verzamelen of kopen. Ook denkt ze niet dat het stropen van de slangen een probleem is. “Ik begrijp niet waarom dat reden tot zorg zou moeten zijn,” zegt zij, want slangenstropers “helpen de samenleving in zekere zin.”

Volgens Karani zorgen de angst en het bijgeloof ervoor dat stropers niet gearresteerd worden en onbestraft blijven. Het is mogelijk dat de handhavers zelf de slangen associëren met het kwaad en elk contact met de dieren willen vermijden.

Volgens de rechtbankmonitor WildlifeDirect, die rechtszaken tegen wildcriminelen bijhoudt, is er slechts één geval met betrekking tot slangen in Kenia bekend waarin tot vervolging werd overgegaan. Die rechtszaak vond plaats in 2013, toen een Brits staatsburger en zijn Keniaanse handlanger zich schuldig verklaarden aan het bezit van zes levende Keniaanse pofadders. Beide mannen konden niet uitleggen waarom ze de slangen zonder vergunning van de Kenya Wildlife Service bij zich hadden en wat ze ermee wilden doen. Ze werden veroordeeld tot vijf jaar cel.

“Wij Kenianen moeten inzien dat een slang gewoon een wild dier is, zegt Royjan Taylor, hoofd van de slangenfokkerij. “Het is niet het kwaad of een boze geest. Als een slang op een plek wordt gevonden waar hij niet thuishoort, moet je hulp inroepen zodat hij naar een betere plek kan worden overgebracht – net zoals je dat ook zou doen met andere dieren, zoals een olifant. Want deze slangen zijn net zo belangrijk en hebben net zoveel bescherming nodig.”

Freelance-journalist en documentairemaker Maurice Oniang’o woont in Nairobi. Zijn werk is onder andere uitgezonden op NTV, KTN, Al Jazeera en 100 Reporters. Volg hem op Twitter.

Wildlife Watch is een onderzoeksjournalistiek project van de National Geographic Society en National Geographic Partners, met speciale aandacht voor wildcriminaliteit en de uitbuiting van wilde dieren. Lees meer op natgeo.nl/wildcriminaliteit

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer