De tijgerindustrie in Amerika

Knuffel, socialemediasensatie, huisdier: tijgers worden in Amerika ingezet als vermaak. Verschillende fokprogramma’s houden deze handel in stand. Inmiddels leven er meer tijgers in gevangenschap dan er wereldwijd in het wild voorkomen.vrijdag 22 november 2019

Door Sharon Guynup
Foto's Van Steve Winter

Dit artikel verscheen in de december 2019 editie van National Geographic Magazine.

Het gepiep doet eerder denken aan papegaaien dan aan tijgerwelpen. Het geluid komt uit een ander deel van het nette huis, dat is gebouwd in de stijl van een ranch. Dan draagt James Garretson Hulk de zitkamer binnen, waar het gezin McCabe al klaarzit op de bank. De kinderen giechelen als hij de wriemelende welp bij de negenjarige Ariel op schoot zet en een zuigfles in het bekje duwt. ‘Houd het zo maar vast, kun je dat?’ Het meisje knikt.

Stralend strelen ze Hulks dichte, gestreepte pels, terwijl Garretson van dichtbij een oogje in het zeil houdt. De twaalf weken oude welp, formaat cockerspaniël, klemt de fles tussen zijn flinke poten en drinkt vol overgave. Als de fles leeg is, klimt hij op de salontafel en tikt hij met een voorpoot tegen onze fotoapparatuur.

Garretson lokt de welp terug met een tweede flesje. Daarna dartelt de welp de kamer in, klemt zijn poten verrassend krachtig rond mijn benen en trekt tien centimeter lange krassen in mijn huid. Garretson bevrijdt me met een nerveus lachje. Ze zijn speels, hè. Het zijn net kittens. 

In een achterkamer van het Ringling Animal Care Center in Oklahoma (er is geen verband met het beroemde circus) zien we twee andere tijgerwelpen. Buiten soezen zes volwassen tijgers in hun badjes of ze stoeien wat met elkaar. Ze hebben overgewicht, maar ogen tevreden, en de verblijven zijn schoon. 

Dat was in september 2018. Later hoorde ik dat er in 2003 bij een ander bedrijf waar Garretson werkzaam was een vrouw door zeven tijgers is gedood. Volgens de processtukken 

waren de katachtigen ‘uitgehongerd’; ze rukten Lynda Brackett door de ondeugdelijke metalen weideafrastering heen een arm af om ‘die gulzig op te schrokken’. De vrouw (35) bloedde dood. Het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA) legde Garretson een boete van 32.560 dollar op (29.550 euro) en verbood hem het tentoonstellen, fokken, kopen en verkopen van dieren waarvoor een vergunningsplicht geldt – tijgers vallen daar ook onder. Maar in 2017 werkte hij met nieuwe grote katachtigen bij het Ringling-centrum, dat een USDA-vergunning had op naam van zijn vriendin, Brittany Medina. 

Vier maanden na mijn bezoek werd Garretson uit zijn huis gezet; het huurcontract was opgezegd. Een team van Turpentine Creek Wildlife Refuge kwam uit Arkansas om de zes volwassen tijgers op te halen. Een van de dieren, Diesel, was zo ziek dat hij niet kon staan. Hij overleed vier dagen later aan een behandelbare bacteriele bloedinfectie. Hulk en de twee andere welpen waren verdwenen. 

Het Ringling-centrum is een van de plekken die ik met fotograaf Steve Winter heb bezocht tijdens ons twee jaar durende onderzoek naar de vraag waarom er vermoedelijk meer tijgers leven in de VS dan in het wild.

Het gaat slecht met de tijger. Rond 1900 leefden er in Azië nog zo’n honderdduizend. De populatie kelderde door de trofeejacht in India, de krimp van hun leefgebied, conflicten met mensen en stroperij. Momenteel leven er naar schatting 3900 tijgers in het wild. Van alle grote katachtigen wordt de tijger het sterkst met uitsterven bedreigd. 

Jarenlang schreef ik over de illegale handel in wilde dieren in Azië, en na een lezing van Carson Barylak van het International Fund for Animal Welfare besluit ik de tijgerhouderij in de VS onder de loep te nemen. 

Volgens Barylak leven in de VS vermoedelijk tussen de vijf- en tienduizend tijgers in gevangenschap. Exacte aantallen zijn bij de overheid niet bekend, landelijke wetgeving voor het houden van grote katachtigen ontbreekt. 

Barylak laat me een kaart zien die de wirwar aan lokale regelgeving toont. Bepaalde staten verbieden het houden van tijgers door particulieren, in andere is een vergunning verplicht. In vier staten is helemaal niets in de wet vastgelegd. Op sommige plekken is het makkelijker om een tijger te kopen dan een kat te adopteren.

Toeristen kijken naar een tijgerwelp met een speeltje tijdens een knuffel- en fototour bij Myrtle Beach Safari. Bezoekers weten niet welke praktijken er schuilgaan achter de gestage aanvoer van jonge welpen. Ook weten de meesten niet welk lot veel van deze tijgers wacht wanneer ze te groot worden voor de fotosessies; veel dieren zijn niet geschikt voor de fok of voor een bestaan in een kleine dierentuin.
Foto van Steve Winter

Je kunt bij de USDA een vergunning krijgen voor het fokken of tentoonstellen van woestijnratten en deze activiteiten uitbreiden naar elke diersoort die je maar wenst, tot grote katachtigen aan toe. Vermaak is de motor achter het fokken van en de handel in tijgers. Vooral attracties waar bezoekers met tijgerwelpen op de foto gaan en ze mogen aaien of voeden doen goede zaken. In sommige staten zijn zulke praktijken wettelijk toegestaan zolang het bedrijf een vergunning heeft van de USDA, dat eisen stelt aan de verzorging van de dieren. Toch stuitten we op diverse locaties op allerlei vormen van dierenmishandeling en clandestiene praktijken, zoals het illegaal verhandelen van dieren. 

Met tijgerwelpen, vooral witte, is veel geld te verdienen in kleinschalige dierentuinen en safariparken en op kermissen. Een foto of vijf minuten aaien kost tussen de tien en honderd dollar. Een rondleiding van drie uur, inclusief welpknuffelen, kan tot wel zevenhonderd dollar kosten per persoon. De gasten, die wordt verteld dat ze met hun bezoek bijdragen tot het behoud van wilde tijgers, gaan met een goed gevoel naar huis.

Maar zij weten niet waar de welpen vandaan komen of welk lot de dieren wacht. De meeste welpen worden gefokt in ‘tijgerfarms’ waar tijgerinnen twee of drie nesten per jaar produceren, terwijl ze in de natuur om het jaar één nest hebben. De welpjes worden kort na de geboorte van de moeder gescheiden. De voeding is vaak ondermaats, een onbekend aantal dieren overlijdt. Sommige worden al verkocht voordat hun oogjes goed en wel open zijn.

Al een paar weken na hun geboorte gaan de welpen aan het werk, ze hebben dan soms wel tien uur per dag contact met mensen. De opbrengsten zijn enorm. (Volgens de belastingaangifte van Wildlife in Need, een dierenpark dat Tim Stark dreef in Indiana, schommelde de omzet de afgelopen jaren tussen de 1 en 1,7 miljoen dollar. Stark leidt de attractie nog steeds, maar kreeg een rechterlijk bevel het welpknuffelen te staken. De USDA beboette hem herhaaldelijk wegens zieke of gewonde dieren. Ook werd Stark in 2008 veroordeeld wegens de illegale verkoop van dieren.) 

Drie tot vier maanden na de geboorte zijn welpen voor aaien en knuffelen te groot en te gevaarlijk geworden. Sommige van de jonge tijgers zijn geschikt voor de fok, andere gaan naar een dierenpark. De rest verdwijnt van de radar. 

Er is bewijs dat tijgers worden gedood omdat dierparken en vergelijkbare attracties anders overvol raken. Gedode tijgers worden opgezet of in delen (pelzen, tanden, klauwen en skeletten) verkocht. De Endangered Species Act verbiedt het verhandelen of vervoeren van tijgers naar andere staten. 

Soms worden tijgers zelfs vanuit de VS naar Azië gesmokkeld. Onlangs werd een inwoner van New York City, Arongkron ‘Paul’ Malasukum, veroordeeld voor de illegale verkoop van ivoor en de schedels, tanden en klauwen van tijgers. Hij gaf toe 68 als ‘speelgoed’ of ‘keramiek’ gelabelde pakketten naar Thailand te hebben verzonden die in werkelijkheid delen van wilde dieren bevatten. Volgens de processtukken had men in zijn woning schedels, tanden en klauwen van tijgers en ivoor in beslag genomen. 

Fokkers houden in Azië al decennialang een bloeiende handel in tijgerproducten in stand. Het aanbod leidt tot een grotere vraag, en dat werkt stroperij in de hand. 

China is de grootste afnemer. Tijgerdelen worden verwerkt tot luxeproducten en traditionele geneesmiddelen, de vraag is groot. Tijgerattracties, waarvoor in totaal zo’n zesduizend tijgers worden gehouden, fungeren vaak ook als fokkerij; de dieren worden in delen verkocht. 

In Pennsylvania ontmoeten we Brunon Blaszak, een tijgertrainer van de derde generatie die met een van de laatste tijgeracts door de VS reist. Op de kermis werkt hij met zijn vijf tijgers een reeks traditionele kunstjes af in een draagbare omheining. Het is juli en verzengend heet. Tijdens ons bezoek, dat ruim twee dagen duurt, brengen de tijgers het grootste deel van de tijd door in reiskooien van 1,5 bij 2,5 meter. 

We gaan ook langs bij mensen die tijgers als huisdier houden. Sommigen zijn oprecht dol op hun dieren. Een van hen, Lori Ensign-Scroggins uit Oklahoma, lijkt niet te beseffen hoeveel risico’s het houden van zo’n groot roofdier met zich meebrengt. Ze wandelt met Langley, een 125 kilo wegende ti-liger (een kruising tussen een tijger en een leeuw-tijgerkruising), aan de lijn, soms neemt ze hem mee naar binnen. Ze noemt hem ‘Baby’ en legt hem in de watten. Ze zegt dat het een afgedankt knuffelwelpje is. Langley ziet slecht en loopt mank, wat vrijwel zeker samenhangt met zijn hybride afkomst. 

Tijdens onze rondreis zien we katachtigen achter de afrastering van vuile, krappe kooien en tevreden dieren in ruime, weelderig begroeide verblijven. Er zijn prachtige, goed verzorgde dieren bij. Andere hebben littekens, vertonen tekenen van inteelt of een eenzijdig dieet en lopen mank, zien scheel of zijn mismaakt. Geen enkel dier lijkt nog op het machtige roofdier met een weids territorium waarin Panthera tigris ooit evolueerde. 

Erkende dierentuinen, aquaria en dierparken – in totaal 236 locaties – zijn aangesloten bij de Association of Zoos and Aquariums (AZA), die contact tussen publiek en tijgers niet toestaat. De AZA (waartoe ook attracties behoren van de Walt Disney Company, een van de partners van National Geographic Partners) staat het fokken van raszuivere tijgers toe, maar dan uitsluitend met soortbehoud als doel. Volgens kenners is het welzijn van exotische diersoorten mede hierdoor de afgelopen dertig jaar verbeterd, zeker nu het behoud van de diersoorten en het houden van dieren in een zo natuurlijk mogelijke habitat steeds meer prioriteit krijgt. 

Attracties die tijgers fokken, die welpknuffelen toestaan of beide – hieronder vallen ook enkele van de dierparken en attracties die wij bezochten – worden vaak niet erkend door instanties die specifieke eisen stellen aan het houden van exotische dieren. Sommige zijn aangesloten bij de Zoological Association of America (ZAA), een brancheorganisatie die het knuffelen van welpen toestaat.

Veel dierenattracties bestempelen zichzelf tot opvang, maar ze voldoen zelden aan de criteria hiervoor, zegt Bobbi Brink, directeur van een opvang en reservaat voor exotische dieren in San Diego. De regels zijn helder, zegt ze: de instelling mag geen dieren fokken, verhandelen of kopen, verbiedt contact tussen bezoekers en dieren, biedt goede voeding en verzorging en huisvest de dieren hun leven lang. 

Bedrijven gericht op het fokken, tentoonstellen of verkopen van exotische ‘warmbloedige dieren die niet zijn bestemd voor consumptie of het leveren van vezels’ moeten een USDA- vergunning hebben. Volgens sommige kenners op het gebied van dieren in gevangenschap schoot het toezicht de afgelopen jaren tekort. 

Tussen 2016 en 2018 daalde het aantal nieuwe onderzoeken naar het welzijn van dieren in gevangenschap en veiligheidsincidenten met 92 procent (van 239 tot een schamele 19), het aantal dagvaardingen met 65 procent (in 2018 waren het er 1716, twee jaar eerder nog 4944). 

Ik stel hierover kritische vragen bij de USDA. Het ministerie geeft geen toestemming voor een interview en beantwoordt mijn vragen niet. 

De eerstvolgende keer dat ik James Garretson zie, treedt hij als getuige op in de federale rechtbank van Oklahoma City. 

Het is maart 2019, en hij getuigt tegen ‘Joe Exotic’, een man die volgens de openbaar aanklager ‘vermoedelijk meer grote katachtigen bezat dan wie ook in de VS’. Joseph Maldonado-Passage, zoals zijn echte naam luidt, staat terecht wegens negentien diergerelateerde misdaden en de opdracht voor twee huurmoorden. Garretson kent de man al tientallen jaren en heeft weleens dieren van hem gekocht. Hij beschikt over opgenomen gesprekken en sms’jes die nu cruciaal bewijs vormden in een proces dat grootschalige criminele activiteiten onthult in de tijgerindustrie in de VS.

Ik heb Joe Exotic (56) nog nooit in levenden lijve gezien, maar heb toch het idee dat ik hem ken. Al meer dan een jaar volg ik vijf van zijn Facebookpagina’s. Op internet heb ik filmpjes, interviews en afleveringen bekeken van Joe Exotic TV, de online low-budget-realityshow die hij streamt vanaf G.W. Exotic Animal Park, de dierentuin die zijn ouders in 1999 openden in Oklahoma. Op een gegeven moment bezat hij naar eigen zeggen 227 tijgers. 

Hij heeft met knuffelwelpen gereisd langs winkelcentra, parkeerplaatsen en kermissen in het Westen en Middenwesten van de VS. Als ‘De Tijgerkoning’ voerde hij met een openhangende bloes nogal simpele goochelshows op in Las Vegas-stijl. Hij deed mee aan de presidentsverkiezingen van 2016 (hij kreeg 962 stemmen) en deed in 2018 een gooi naar het gouverneurschap van Oklahoma (664 stemmen). 

Verder heeft Joe Exotic zich beziggehouden met het fokken en verkopen van tijgers. Volgens de openbare aanklager leidde hij inspecteurs van de USDA om de tuin met valse geboorte-aktes, zodat hij naar believen welpen kon fokken en verkopen. In het huis van Joe Exotic stonden soms wel zes of zeven kindercampingbedjes met welpen erin. 

Hij fokte witte tijgers, dieren die veel publiek trekken maar die vaak tekenen van inteelt vertonen. Vooral het kruisen van tijgers en leeuwen vond hij geweldig. Hij produceerde chimaeren, dieren die in de natuur niet voorkomen: lijgers (leeuwenvader, tijgermoeder), teeuwen (precies andersom) en fokte daar weer mee verder. 

Al kort na de opening van het dierenpark, twintig jaar geleden, begonnen de problemen. De USDA beboette hem meermaals wegens schending van de Dierenwelzijnswet: inspecteurs maakten melding van zieke, gewonde en mishandelde dieren en vuile, onveilige verblijven vol ongedierte. Het ministerie legde hem in 2006 een boete op van 25.000 dollar. Maar er was meer aan de hand: er ontsnapte een tijger, een medewerker liep ernstige bijtwonden op, en in een periode van acht tot tien maanden stierven minstens 22 welpen.

Vanaf 2011 kwam er steeds meer verzet tegen zijn optredens in winkelcentra. Carole Baskin, de oprichter van opvangcentrum Big Cat Rescue in Florida, gaf hiertoe de aanzet. Zij lanceerde 911 Animal Abuse, een website die protesteert tegen mishandeling van grote katachtigen en fotosessies met heel jonge welpen. 

Toen winkelcentra Joe Exotic niet langer wilden inhuren, begon hij Baskin op sociale media te bedreigen. Hij doopte zijn reizende show om tot Big Cat Rescue Entertainment en maakte zelfs hun logo na. Baskin klaagde hem aan wegens inbreuk op haar intellectueel eigendom en kreeg in 2013 een miljoen dollar genoegdoening. Joe Exotic zat hierna financieel aan de grond en trok een compagnon aan, Jeff Lowe, om een faillissement af te wenden. 

In 2016 liep de zaak verder uit de hand, vertelt Garretson in de rechtszaal, toen Joe Exotic ‘vroeg of ik iemand kende die bereid was Baskin te doden’ en zei hier tienduizend dollar voor over te hebben. 

Enkele maanden later, aldus Garretson, vertelde Joe Exotic terloops dat hij een paar van zijn eigen tijgers had afgeschoten. Hiermee was voor Garretson de maat vol. Toen inspecteur Matt Bryant van de Amerikaanse Fish and Wildlife Service hem vroeg als informant, stemde hij toe. Volgens de processtukken nam Garretson gesprekken op en verzamelde hij sms’jes waaruit blijkt dat Joe Exotic een medewerker, Allen Glover, betaalde om Baskin te vermoorden en een welp verkocht om een voorschot van drieduizend euro te kunnen uitbetalen. 

Toen Glover er met het geld vandoor ging, probeerde Joe Exotic het nog eens. Dit keer was de beoogde hitman een undercoveragent van de FBI. 

Joe Exotic werd in september 2018 gearresteerd wegens het beramen van twee huurmoorden. De federale overheid breidde de aanklacht later uit met beschuldigingen van het illegaal verkopen en vervoeren van bedreigde diersoorten over staatsgrenzen, het valselijk bestempelen hiervan als ‘donaties’ en het doden van vijf tijgers.

In de rechtszaal wekte Glovers getuigenis bij velen koude rillingen op. Hij verklaarde dat hij met Joe Exotic afsprak Baskins hoofd met een mes van de romp te scheiden. (Glover is nooit veroordeeld.) 

Baskin bleef ongedeerd, maar dat gold niet voor de tijgers. Onder ede beschreven twee oud-medewerkers van de dierentuin een voor- val uit oktober 2017. Joe Exotic verdoofde vijf tijgers en ‘pakte vervolgens een .410-geweer en schoot ze door de kop’, vertelde Dylan West. Collega Eric Cowie verklaarde dat de slachtoffers, Samson, Delilah, Lauren, Trinity en Cuddles, weg moesten omdat ze zich niet voortplantten. 

Inspecteur James Markley beschreef wat medewerkers van Fish and Wildlife een jaar later vonden. ‘Op een diepte van anderhalve meter ontdekten we vijf tijgers die naast elkaar begraven waren, als hotdogs in een pakje’. 

In april verklaarde de jury Joe Exotic schuldig aan zeventien diergerelateerde misdaden (twee aanklachten vervallen) en het plannen van huur moorden. Dit zijn ernstige misdrijven, waarvoor hij tot 69 jaar gevangenisstraf kan krijgen. 

De Endangered Species Act verbiedt het doden van tijgers. Joe Exotic voerde aan dat die wet van toepassing is op wilde dieren, niet op dieren die in een dierentuin geboren zijn. In een recente e-mail claimt hij het recht ‘mijn eigendom te euthanaseren’. Openbaar aanklager milieudelicten John Webb dacht daar anders over. ‘Deze tijgers zijn geëxecuteerd,’ zegt hij. En dit geval staat niet op zichzelf. 

In 2003 werd gevangenisbewaker William Kapp uit Illinois veroordeeld wegens hulp bij het afschieten van achttien tijgers en luipaarden in hun kooi en het distribueren van het vlees en de vacht aan kopers. In datzelfde jaar ontdekten inspecteurs van de Californische afdeling van Fish and Wildlife zo’n negentig dode dieren, voornamelijk tijgers, waaronder 58 welpen, in een vriezer bij een inval in de woning van John Weinhart. Hij was de eigenaar van Tiger Rescue, een bedrijf in Colton (Californië), dat voorgaf dieren op te vangen die waren gered uit de entertainmentindustrie. 

In e-mails vanuit de gevangenis vraagt Joe Exotic waarom niet meer fokkers worden aangeklaagd. Volgens hem hebben ze zich schuldig gemaakt aan de illegale verkoop en het doden van grote katachtigen en doen ze dat nog steeds. 

Hoe kan het, vraagt hij zich af, ‘dat ik als enige in de bak zit?’ 

De Verenigde Staten nemen het voortouw in de strijd tegen de illegale handel in wilde dieren. Volgens deskundigen zetten internationale criminele netwerken achttien miljard euro om. In 2015 spraken de VS en China af hun handel in ivoor tot vrijwel nul te reduceren. Maar de bescherming van de omvangrijke tijgerpopulatie in de VS schiet ernstig tekort, vooral door het gebrek aan regelgeving. Het fokken van deze dieren met als doel ‘delen en afgeleide producten’ te verkopen is sinds 2007 verboden op grond van de Convention on International Trade in Endangered Species (Cites), een verdrag dat door 183 leden over de hele wereld is ondertekend, waaronder de Verenigde Staten. Cites onderzoekt momenteel zeven landen die worden verdacht van het illegaal verhandelen van in gevangenschap gefokte tijgers: de VS, China, Vietnam, Laos, Thailand, Tsjechië en Zuid-Afrika. 

Phillip Land, inspecteur bij Fish and Wildlife, vertelt me dat ‘de export van dieren vanuit de Verenigde Staten toeneemt’. In een e-mail aan het Congres schreef het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken vorig jaar dat particulier bezit van tijgers ‘niet strookt met onze inzet om het fokken en illegaal verhandelen van tijgers tegen te gaan’. 

Een Amerikaanse ambtenaar vertelde me dat hij tijdens een Cites-vergadering door Chinese afgevaardigden werd uitgelachen toen hij kritiek uitte op Chinese tijgerfokkerijen. Een van de Chinezen zei tegen hem: ‘Wij weten tenminste hoeveel tijgers we hebben.’ 

Volgens Philip Nyhus, hoogleraar aan Colby College in Maine, maakte Amerika begin negentiende eeuw voor het eerst kennis met indrukwekkende, gestreepte katachtigen. Reizende dierentuinen trokken met exotische dieren uit verre landen grote aantallen bezoekers.

In 1833 had dierentrainer Isaac van Amburgh tijgers opgenomen in zijn act. Verkleed als gladiator ging hij de ring in en regeerde daar met harde hand; naar verluidt sloeg hij zijn tijgers met een koevoet. Het brute machtsvertoon oogstte kritiek, maar in de Amerikaanse psyche, zegt Nyhus, raakte de overtuiging verankerd dat je deze gevaarlijke dieren er met harde hand onder moet houden. 

De eerste dierentuin van het land, die in 1874 in Philadelphia zijn deuren opende, had een tijger, net als veel van de ruim honderd ‘zoölogische parken’ en 650 circussen die in de vijftig jaar die volgden als paddenstoelen uit de grond schoten. 

Een tijdsprong naar 1960. Miljardair John Kluge koopt een witte Bengaalse tijger, Mohini, van de Indiase maharadja van Rewa en schenkt het dier aan de National Zoo in Washington, D.C. De tijgerin heeft blauwe ogen, een roze neus en haar vacht is roomwit, dooraderd met zwarte strepen. Op de hele wereld zijn er maar zeven tijgers zoals zij, en ze leven alle in gevangenschap. 

Mohini is geen albino en ook geen aparte ondersoort. Ze dankt haar sneeuwwitte vacht aan de recessieve genen die ze van haar beide ouders kreeg. Na een paring met haar halfbroer wordt in 1964 het eerste witte welpje in de VS geboren. De Cincinnati Zoo leent twee van haar nakomelingen, die samen ook jongen krijgen. Zo begint een nieuwe bloedlijn die tussen 1974 en 1990 91 witte welpen voortbrengt. Volgens de Cincinnati Enquirer verkoopt de dierentuin de jongen voor bedragen tussen veertig- en zestigduizend dollar per welp. 

De Cincinnati Zoo, die is aangesloten bij de AZA, stopt na 1990 met het fokken van witte tijgers. In 2012 verbiedt de AZA haar leden te fokken met witte tijgers, omdat inteelt leidt tot allerlei gezondheidsproblemen. Ook beseft men dat deze praktijk geen bijdrage levert aan het behoud van de soort. 

Volgens AZA-directeur Dan Ashe, van 2011 tot 2017 directeur van Fish and Wildlife, is de op recessieve kenmerken gerichte fok ‘simpelweg onethisch, zowel voor het welzijn van de populatie als die van individuele dieren’. 

Nakomelingen van die eerste witte tijgers duiken intussen op in attracties: illusionisten Siegfried Fischbacher en Uwe Ludwig Horn kopen zeven whites van Cincinnati en gebruiken ze in hun Siegfried & Roy-shows, die decennialang volle zalen trekken in Las Vegas en ruim 45 miljoen dollar per jaar opbrengen. Als vast onderdeel van het spektakel danst Roy met een tijger van 180 kilo. De show stopt nadat Roy in 2003 tijdens een voorstelling door een tijger wordt gebeten. 

Amerika is inmiddels volledig in de ban van de tijger, en je ziet ze dan ook overal. In 1998 beperkt Fish and Wildlife de registratieplicht voor roofdieren in gevangenschap tot raszuivere dieren. Ineens mag iedereen zonder vergunning kruisingen van Bengaalse en Siberische tijgers of andere hybriden fokken en verhandelen, tot in andere staten. Het ‘fokken nam een hoge vlucht’, zegt Carney Anne Nasser, deskundige op het gebied van tijgers in gevangenschap en hoogleraar aan Michigan State University. 

Je kunt welpjes aaien op vlooienmarkten, kermissen, in winkelcentra. Mensen houden tijgers in huis, in garages en in krakkemikkige kooien in de tuin. 

Maar schattige welpjes worden groot, en dan vernielen ze het meubilair en vallen ze de kinderen aan. Mensen weten niet wat ze aan moeten met een gevaarlijke carnivoor van 135 tot tweehonderd kilo en kunnen de tienduizend dollar per jaar voor voeding en dierenarts niet opbrengen. Er komen opvanglocaties voor afgedankte dieren: Baskins Big Cat Rescue in Florida, Pat Craigs Wild Animal Sanctuary in Colorado en Turpentine Creek Wildlife Refuge in Arkansas van Scott en Tanya Smith. Deze locaties bestaan nog steeds en worden erkend door de Global Federation of Animal Sanctuaries. Craig bouwt nu een opvang met verblijven die in grootte variëren van vijftien tot tweehonderd hectare. 

In februari 2017 vergezellen we de Smiths tijdens een lange rit van Colorado naar Californië. In de trailer achter hun auto zitten vier tijgers. Het zijn de laatste van 74 tijgers uit Serenity Springs Wildlife Center in Calhan (Colorado). In een zes maanden durende reddingsoperatie zijn ze ondergebracht bij vijftien opvanglocaties; het is de grootste hulpactie voor tijgers in de geschiedenis van de VS. De voormalige eigenaar, Nick Sculac, heeft Serenity Springs verkocht, naar verluidt om gezondheidsredenen. Zijn administratie laat zien dat hij behoorde tot de grootste tijgerfokkers van het land. De USDA berispte hem in 2012 en 2015 wegens dierenmishandeling, verwaarlozing en het negeren van veiligheidsvoorschriften. De vergunning voor het tentoonstellen van dieren raakte hij kwijt in april 2017, acht maanden nadat hij zijn bedrijf had verkocht. 

De Smiths noemen de omstandigheden op Serenity Springs ‘pure horror’. Het zag er zwart van de vliegen, die afkwamen op rottend afval. Er dreven dode vogels in de tijgerbaden. In de verblijven zakte je tot halverwege je schenen in de uitwerpselen. Een tijger miste een poot, mogelijk na een gevecht met een kooigenoot. Een andere had een tumor onder zijn kin zo groot als een tennisbal. Veel dieren hadden afgebroken, ontstoken kiezen en liepen mank. 

Enkele vier maanden oude witte welpen, Blackfire, Rocklyn en Peyton, waren op sterven na dood. Met moeite sleepten ze zich naar hun waterbak en ze piepten bij elke beweging. 

Het drietal werd in allerijl overgebracht naar Turpentine Creek, de opvanglocatie van de Smiths. Uit röntgenfoto’s bleek dat ze leden aan een metabole botziekte, zegt Emily McCormack, dierverzorger op die locatie. ‘Elke dag vroegen we ons vertwijfeld af of ze het zouden redden.’ 

In september 2018 rijden we naar Arkansas om te zie hoe het met de welpen is. Blackfire, het mannetje, slentert richting de omheining en begroet ons met een karakteristiek tijgergegrom. Hij is inmiddels twee en ziet er fantastisch uit. Hij en zijn zusjes lopen nog mank, en McCormack vertelt ons dat ze nog elke dag pijnstillers krijgen, maar dat ze als kittens met elkaar spelen en stoeien in hun ruime, met gras begroeide verblijf. 

Tijgers zijn extreem gevaarlijk en kunnen niet worden gedomesticeerd, zegt oud-politieagent Tim Harrison, een kenner op het gebied van exotische dieren. Er kan heel veel misgaan met tijgers in gevangenschap, zegt hij, denk maar aan wervelstormen of orkanen, brand, menselijke fouten. Acht jaar geleden ging het in Zanesville (Ohio) helemaal mis op een locatie waar grote roofdieren werden gehouden. De eigenaar, Terry Thompson, opende de verblijven van 56 van zijn dieren, waaronder 36 grote katachtigen. Vervolgens maakte hij een einde aan zijn leven. Omwille van de veiligheid van omwonenden konden sheriff Matthew Lutz van Muskingum County en zijn team niet anders dan de meeste dieren afschieten. 

Edmund Kelso jr., ex-bomexpert bij de FBI, uitte zijn zorgen in een brief aan het Congres: ‘Als ik mag kiezen tussen een geïmproviseerd explosief ontmantelen of reageren op een noodoproep voor een gevaarlijke grote katachtige, dan ga ik zeker voor de bom. Hiermee wil ik onderstrepen hoe gevaarlijk het is om dit soort dieren over te laten aan ongekwalificeerde verzorgers.’ 

De lijst met tragische incidenten is lang: mensen verliezen ledematen of worden gebeten, aangevallen of zelfs gedood. Neem Haley R. Hilderbrand (17), die in 2005 werd gedood in Kansas terwijl ze met een mannelijke tijger poseerde voor haar eindexamenfoto’s, en het jongetje van drie dat in 1995 in North Carolina blind werd door toedoen van zijn vaders tijger. 

Het exacte aantal aanvallen is niet bekend: er is geen overheidsinstelling die incidenten registreert, en verwondingen worden doorgaans niet gemeld. Acht oud-medewerkers van privédierentuinen die zijn gebeten of gekrabd, vertelden me dat ze werden ontmoedigd zich door een arts te laten behandelen; men wilde de zaak liever stilhouden. Ook zeiden ze nauwelijks of niet te zijn getraind in de omgang met grote katachtigen. In 2012 vroegen zeven non-profitorganisaties de USDA in een petitie om bij erkende instellingen direct contact tussen publiek en gevaarlijke dieren te verbieden, wegens ‘ernstige misstanden rondom dierenwelzijn en de veiligheid van bezoekers’. De overheid is wettelijk verplicht hierop te reageren. Maar zeven jaar later laat de USDA in een schriftelijke reactie weten ‘in de nabije toekomst’ dat niet te zullen doen. 

Ik breng twee dagen door bij Myrtle Beach Safari, een wildpark in South Carolina. Bhagavan ‘Doc’ Antle, de eigenaar, staat bekend om de witte tijgers die hij fokt. Antles zoon Kody figureert in talloze posts van het park op Instagram. Hij poseert in blote bast met de dieren van zijn vader, plaatst filmpjes van hun capriolen op internet en heeft ruim anderhalf miljoen volgers op Instagram. 

In mei boekte ik met 79 anderen een ‘avon- tuurlijke rondleiding’. Het begon in een als safarilodge ingerichte zitkamer. Op televisies zagen we beelden voorbijkomen van Antle bij The Tonight Show With Jay Leno en films en optredens waarvoor hij de dieren trainde. (National Geographic heeft in het verleden met Antle gewerkt, maar heeft besloten dit niet meer te doen.) 

Het hele gebeuren was strak geregisseerd. Na een grappig bedoelde, theatrale intro vertelde medewerker Robert Johnson dat het Rare Species Fund (RSF), de stichting van Antle, geld steekt in diverse projecten voor natuurbehoud. 

‘Jullie dragen hier vandaag ook aan bij. Gefeliciteerd!’ zei hij. 

Hij wees naar het raam achter de groep, waar Kody rondliep met de reusachtige, vierhonderd kilo wegende lijger Hercules aan een ketting. De geelbruine, op een leeuw lijkende hybride had vage strepen in zijn vacht en een enorme kop. Iedereen poseerde om beurten bij het dier. Daarna liepen we door een zogenaamde ‘jungle’ naar een ruim tuinhuis. Hier werden foto’s gemaakt van klanten die met tijgerwelpen speelden. Iedereen vond het geweldig. Rond de groep wachtenden klonk een opgewonden gegons van stemmen. Camera’s waren niet toegestaan, en daarom namen de meeste bezoekers een fotopakket af. Een bezoeker boekte voor 4500 euro een sessie zwemmen-met-een-tijger. Na zonsondergang maakten bijna dertig bezoekers een ‘nachtsafari’. Ik schatte de inkomsten voor die dag op 45.000 euro. 

Bezoekers wordt verteld dat ze met hun bezoek bijdragen tot natuurbehoud. Het RSF steunt enkele natuurorganisaties, maar het personeel wil niet zeggen hoeveel geld er wordt overgemaakt. Ook onderneemt het bedrijf dubieuze activiteiten; zo kwamen er kritische geluiden na ‘educatieve’ tijgeroptredens op Renaissance Fairs. Antle vertelde me dat hij daarbij circa een miljoen fotosessies met volwassen tijgers en lijgers had verkocht. Hij leverde ook tijgers aan de Samut Prakarn Crocodile Farm and Zoo in Thailand, die in het juninummer van National Geographic werd genoemd in een verhaal over dierenmishandeling. 

De website van het fonds beweert dat het bedrijf ‘zich sterk maakt voor verbetering van de regels voor dierenwelzijn’. De afgelopen tien jaar hebben Antle’s bedrijven voor ruim een miljoen euro gelobbyd tegen wetsvoorstellen over dieren in gevangenschap en het houden van grote katachtigen. Antle betaalde 54.000 euro voor een lobby tegen de Big Cat Public Safety Act. 

Zolang toeristen blijven betalen voor het knuffelen met welpen en om hybride grote katachtigen te zien – en de Amerikaanse overheid de regels voor het houden van gevaarlijke katachtigen niet aanscherpt –, duurt het dierenleed voort. 

Hoe aanschouw je exotische dieren op een humane manier? Kijk voor richtlijnen en meer informatie op natgeo.nl/wildlifetoerisme.

Lees verder

Wildtoerisme

Wildlifetoerisme

Ontdek de waarheid achter onze selfies en vakantiekiekjes met wilde dieren.

Wildlifetoerisme: zo doe je het op de juiste manier

Dit zijn onze richtlijnen om op een ethisch verantwoorde manier dieren in het wild te ontmoeten.

86 geredde tijgers uit ‘Tijgertempel’ in opvangcentrum gestorven

Sinds 2016 is meer dan de helft van de tijgers die uit de controversiële Thaise toeristenattractie werden gered, alsnog overleden.
Lees meer